Preken

Door doelstellingen van een vereniging zal men nooit tot verwezenlijking van morele vereisten kunnen komen, hoeveel verenigingen ook het altruïsme tot hun eerste doelstelling maken. Al dat prediken van naastenliefde haalt niet meer uit dan wanneer we tot de kachel in een koude kamer zouden zeggen: ‘Beste kachel, jij bent moreel verplicht deze kamer warm te maken!’ U kunt daar urenlang, dagenlang mee doorgaan, maar de kachel zal er nooit toe komen de kamer te verwarmen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 58 – Metamorphosen des Seelenlebens/ Pfade der Seelenerlebnisse – Berlijn, 25 november 1909 (bladzijde 237)

Vertaling: Margreet Meijer-Kouwe – overgenomen uit Metamorfosen van het zielenleven – 1979 Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

c907adb6-d4ab-4d1b-9222-b85981a8596a

links Albert Steffen, midden Steiner, rechts Ernst Uehli

Eerder geplaatst op 7 maart 2018

Velen zeggen: Wat moeten wij met die hogere kennis? (1 van 2)  

De inzichten van de hogere werelden brengen ons impulsen en krachten voor het leven, en hierdoor wordt moraliteit gevestigd. Schopenhauer zegt: ‘Moraal preken is gemakkelijk, moraal grondvesten is moeilijk.’ Zonder een werkelijke basis zal men zich de moraliteit toch nooit echt eigen maken. Veel mensen zeggen: Wat moeten we met die hogere kennis, als we maar goede mensen worden en morele principes hebben! – Maar op den duur zal geen moraalpreek een effect hebben, wel echter zal de kennis van de waarheid de goede moraal bewerkstelligen. De moraalpreker lijkt op een mens die de kachel zijn plicht om te verhitten en te verwarmen voorpreekt, maar hem echter geen kolen geeft. Wil men moraal vestigen, dan moet men de ziel brandstof geven, en dat gebeurt door de kennis van de waarheid.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 23 augustus 1906 (bladzijde 23)

Eerder geplaatst op 4 februari 2015

Kennis/Medegevoel/Preken

De weg van de hoogste kennis is tegelijk de weg van het hoogste mededogen. Door kennis en inzicht moet men tot medegevoel komen, niet door frasen. Allen die er vol medelijden omheen staan, kunnen bij een beenbreuk niet helpen, behalve de ene die weet wat hij moet doen en die het been op de juiste wijze zet. Als men alleen maar preekt, dan is het alsof men voor een kachel gaat staan en tot hem spreekt: Jouw plicht is het de kamer warm te maken. – Net zo is het als men tegen de mensen zegt dat ze broederlijke liefde moeten oefenen. Zoals men in de kachel hout moet leggen en het moet aansteken, zo moet men de mensen datgene geven waardoor de zielen zich broederlijk verbinden, en dat is kennis.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Wenen, 22 februari 1907 (bladzijde 245)

Eerder geplaatst op 26 september 2014

Het is van geen nut om deugd, onzelfzuchtigheid, vrijheid te preken

Degenen die het meeste bogen op hun onbaatzuchtigheid, zijn de minst onzelfzuchtigen, zoals degenen die bij elke derde zin het woord ‘waar’ in de mond nemen gewoonlijk de meest onwaarachtigen zijn. […] Ten eerste gaat het erom dieper en dieper in de werkelijke waarheden en inzichten van de geesteswetenschap door te dringen, en niet zulke idealen zich voor te nemen als: Jij zult je Ik overwinnen.

Met een dergelijke frase is het helemaal niets gedaan. Het heeft geen effect, als hier bijvoorbeeld een kachel staat en ik zeg tegen hem: Je moet een brave kachel zijn, je moet de kamer warm maken. – U kunt hem aaien en liefdevol behandelen, maar dat heeft geen enkele zin. Die kachel blijft koud. Pas als u de kachel hout geeft, zal hij warm worden. Evenzo baat het ook helemaal niets om in de wereld deugd, onzelfzuchtigheid, vrijheid te preken. Het juiste is: de mensen brandstof te geven; en de brandstof zijn de spirituele waarheden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 12 december 1907 (bladzijde 148)

Eerder geplaatst op 6 mei 2014 

Preken en geboden helpen niet, echte inzichten wel

Als de mensen er niet toe zullen overgaan hun sociaal denken te bouwen op de grondslagen van de antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap, dan zal de mensheid niet uit de rampen komen, die tegenwoordig zo vreselijk aan de dag treden. Ik weet de waarde te schatten van wat uitgaat van mensen, die zich tegenwoordig pacifistisch en dergelijke noemen, die enthousiast zijn voor allerlei vredesbewegingen.

Echter, zulke dingen laten zich niet door enkel geboden bepalen, laten zich niet tot stand brengen doordat men verordent: dit of dat zou moeten gebeuren. Men kan het volkomen eens zijn met wat zou moeten gebeuren. Als men echter alleen de voorschriften, alleen de wetten brengt vanuit het gebruikelijke denken, dan is dat alsof men tegen een kachel zou zeggen: Lieve kachel, het is jouw plicht als kachel de kamer te verwarmen; dus ga jij deze kamer eens lekker warm maken. – Hij zal de kamer niet verwarmen zonder dat men er hout in doet en vuur maakt, hoewel dat vandaag de dag zeer aangenaam zou zijn. Het zal echter niet gebeuren, men moet de kachel met hout vullen en vuur aanmaken.

Net zo weinig zijn alle gangbare, reguliere ideeën over vredeshandhaving enzovoort toereikend. Waar het hier om gaat is dat men niet enkel zegt: Mensen, heb elkander lief -, maar dat men, in vergelijking gesproken, brandstof in de mensenzielen brengt. Deze brandstof echter zijn de begrippen die uit het levendig opnemen van spirituele inzichten ontstaan. Want de menselijke ziel is niet alleen deel van het materiële leven, maar ook van het geestelijk leven. En vaak begrijpt men tegenwoordig nog helemaal niet, wat het betekent dat deze mensenziel deel uitmaakt van de bovenzintuiglijke wereld. Men gelooft gewoonlijk meestal dat men met de wetten die men vandaag de dag ontwikkelt al in het bereik van het bovenzinnelijke staat. Dat doet men niet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 72 –  Freiheit Unsterblichkeit Soziales Leben – Bazel, 18 oktober 1917 (bladzijde 58-59)

Eerder geplaatst op 21 januari 2014