Gewoonten / Gezondheid

Als iemand slechte gewoonten en karaktereigenschappen heeft en niets daartegen doet om deze af te wennen, dan verschijnt dat in het volgende leven als een aanleg van het fysieke lichaam, in feite als een vatbaarheid voor ziekten. Hoe vreemd het ook klinkt, deze dispositie voor bepaalde ziekten, en vooral infectieziekten, komt werkelijk voort uit slechte gewoonten in een vorig leven.

Met dit inzicht hebben we het dus ook in de hand om gezondheid of ziekte voor te bereiden voor het volgende leven. Als we een slechte gewoonte afwennen, zullen we onszelf in het volgende leven lichamelijk gezond en resistent tegen infecties maken. Op deze manier kan men al voor het toekomstige leven voor gezondheid zorgen als men ernaar streeft alleen nobele eigenschappen te ontplooien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und  Christus- Erkenntnis / Theosophie  und  Rosenkreuzertum – Kassel, 22 juni 1907 (bladzijde 85-86)

good-habits2

Eiwit/Gezondheid/Ziekte

Met betrekking tot het eiwit heeft de wetenschap de laatste tijd een grote blamage doorgemaakt; want het is tot voor 20 jaar geleden overal geleerd, dat de mens per dag minstens 120 gram eiwit moet opnemen om gezond te blijven. En dus heeft men de hele voeding erop ingericht, dat men de voedingsmiddelen heeft voorgeschreven, die men moet eten om de nodige hoeveelheid eiwitten in het lichaam te krijgen. Men heeft dus geloofd, dat 120 gram nodig zijn.

Tegenwoordig is de wetenschap van deze visie helemaal teruggekomen. Ze weet nu dat als de mens zo veel eiwit eet, dat hij dan niet alleen zijn gezondheid niet dient, maar direct zijn ziekzijn dient, omdat het grootste deel van de eiwitten in het menselijke darmstelsel bederft. Zodat het menselijke organisme dus, doordat hij per dag 120 gram eiwit verteert, voortdurend zoiets als rottende eieren in de darmen heeft, die de darminhoud vreselijk verontreinigen en giften uitscheiden, die dan in het organisme, in het lichaam overgaan en niet alleen in het lichaam datgene verwekken, wat dan op latere leeftijd tot de zogenaamde aderverkalking leidt – de meeste aderverkalking komt namelijk van te veel genoten eiwit -, maar wat ook de mensen uiterst licht vatbaar maakt voor alle mogelijke besmettelijke ziekten.

De mens is des te minder aan gevaar voor infectieziekten blootgesteld – natuurlijk, de noodzakelijke hoeveelheid moet hij hebben -, hoe minder hij overvloedig eiwit consumeert. Wie veel eiwit tot zich neemt, krijgt gemakkelijker besmettelijke ziekten zoals difterie, pokken dan een mens die niet zo veel eiwit neemt. Het is zeer eigenaardig dat men tegenwoordig van de kant van de wetenschap leert, dat niet 120 gram eiwit nodig is, maar slechts 20 tot 50 gram. Zo snel is de wetenschap met betrekking tot hun standpunten in twee decennia veranderd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 352 – Natur und Mensch in geisteswissenschaft licher Betrachtung – Dornach, 23 januari 1924 (bladzijde 47-48)

Eerder geplaatst op 21 juni 2015

Gewoonten/Ziekte/Gezondheid

Een slechte gewoonte in een vorig leven is een oorzaak voor ziekte in het volgende leven, een goede gewoonte is een oorzaak voor gezondheid. […] Men kan zien hoe de aanleg van een mens voor infectieziekten op deze wijze verkregen wordt. We weten dat iemand naar alle mensen en alle plaatsen kan gaan, waar epidemieën of besmettelijke ziekten heersen, zonder dat hij gevaar loopt deze ziekten op te lopen. Een ander hoeft zogezegd maar over straat te lopen en wordt meteen aangestoken. Het hangt van zijn dispositie af of hij wordt besmet of niet. Nu weten de ingewijden zeer goed dat de aanleg, die naar infectieziekten leidt, berust op een in het voorgaande leven grote egoïstische hebzucht, die op zelfzuchtige wijze eraan denkt voor zichzelf rijkdommen te verzamelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Erkenntnisse und Lebensfrüchte der Geisteswissenschaft – Stuttgart, 14 maart 1906 (bladzijde 253)

Eerder geplaatst op 12 mei 2016 

Een dergelijk inzicht laat ons menige ziekte lichter verdragen

Vanuit het inzicht in de karmawetmatigheden wordt ons veel duidelijk. Ten eerste kunnen we nauwkeurig de samenhang aantonen tussen de huidige ontwikkeling van het menselijk lichaam en de vroegere levenswandel. Een leven vol liefde bijvoorbeeld bereidt voor tot een ontwikkeling in het volgende leven, die de mensen lang jong houdt; daarentegen wordt een vroegtijdig oud worden bewerkt door veel antipathie in een vorig leven. Ten tweede: een bijzonder egoïstische hebzucht brengt voor het volgende leven aanleg voor infectieziekten teweeg. Ten derde is het bijzonder interessant dat bijvoorbeeld smarten en pijn, en met name ziekten die men doormaakt, in het volgende leven lichamelijke schoonheid bewerkstelligen. Een dergelijk inzicht laat ons menige ziekte lichter verdragen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis – Kassel, 22 iuni 1907 (bladzijde 92)

Eerder geplaatst op 1 januari 2016

Gewoonten/Ziekte/Gezondheid

Een slechte gewoonte in een vorig leven is een oorzaak voor ziekte in het volgende leven, een goede gewoonte is een oorzaak voor gezondheid. […] Men kan zien hoe de aanleg van een mens voor infectieziekten op deze wijze verkregen wordt. We weten dat iemand naar alle mensen en alle plaatsen kan gaan, waar epidemieën of besmettelijke ziekten heersen, zonder dat hij gevaar loopt deze ziekten op te lopen. Een ander hoeft zogezegd maar over straat te lopen en wordt meteen aangestoken. Het hangt van zijn dispositie af of hij wordt besmet of niet. Nu weten de ingewijden zeer goed dat de aanleg, die naar infectieziekten leidt, berust op een in het voorgaande leven grote egoïstische hebzucht, die op zelfzuchtige wijze eraan denkt voor zichzelf rijkdommen te verzamelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Erkenntnisse und Lebensfrüchte der Geisteswissenschaft – Stuttgart, 14 maart 1906 (bladzijde 253)

Eerder geplaatst op 22 juli 2012