Hoe lang is het verblijf in het devachan?

De tijd die mensen in het devachan (Geisterland, woonplaats der goden) verblijven is niet voor iedereen gelijk. De onontwikkelde inboorling die nog weinig van deze wereld heeft ervaren, die slechts weinig zijn geest en zijn gevoel heeft gebruikt, zal een kort verblijf in het devachan hebben. Het devachan is immers in wezen ervoor om wat een mens in de aardse wereld geleerd heeft, uit te werken, vrij te ontplooien, het geschikt te maken voor een nieuw leven. De mens die op een hogere trap van het bestaan staat, die rijke ervaringen heeft verzameld, die zal veel te verwerken hebben en daarom een langer verblijf in het devachan hebben. Pas later, als hij in deze toestand kan zien (hineinschauen), zullen de verblijftijden weer korter zijn tot het punt, waar het wezen meteen na de dood weer naar een nieuwe belichaming kan overgaan, omdat de mens datgene wat hij in het devachan heeft te beleven, al uitgeleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Grundbegriffe der Geisteswissenschaft – Berlijn, 17 november 1904 (bladzijde 160-161)

Eerder geplaatst op 17 juni 2014

Hoe lang is het verblijf in het devachan?

De tijd die mensen in het devachan (Geisterland, woonplaats der goden)  verblijven is niet voor iedereen gelijk. De onontwikkelde inboorling die nog weinig van deze wereld heeft ervaren, die slechts weinig zijn geest en zijn gevoel heeft gebruikt, zal een kort verblijf in het devachan hebben. Het devachan is immers in wezen ervoor om wat een mens in de aardse wereld geleerd heeft, uit te werken, vrij te ontplooien, het geschikt te maken voor een nieuw leven. De mens die op een hogere trap van het bestaan staat, die rijke ervaringen heeft verzameld, die zal veel te verwerken hebben en daarom een langer verblijf in het devachan hebben. Pas later, als hij in deze toestand kan zien (hineinschauen), zullen de verblijftijden weer korter zijn tot het punt, waar het wezen meteen na de dood weer naar een nieuwe belichaming kan overgaan, omdat de mens datgene wat hij in het devachan heeft te beleven, al uitgeleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Grundbegriffe der Geisteswissenschaft – Berlijn, 17 november 1904 (bladzijde 160-161)

Eerder geplaatst op 25 maart 2012.

Besef van goed en kwaad

Vergelijkt u de ziel van een gemiddelde Europese mens met de ziel van mensen, zoals Darwin ze nog getroffen heeft. De ziel van de hedendaagse mens heeft besef van goed en kwaad, van recht en onrecht, van waar en onwaar. Darwin wilde eens een inboorling, die nog kannibaal was, duidelijk maken: Jij mag geen mensen eten, dat is slecht, dat mag men niet doen. – De inboorling keek hem vreemd aan en zei: Ja, hoe kun jij dat weten, je moet hem toch eerst gegeten hebben. Als wij hem gegeten hebben, dan weten we of hij goed of slecht was. – Zo is een onvolmaakte ziel, die zich door de ontwikkeling steeds volmaakter en volmaakter zal vormen. Onze ziel komt niet bij de individuele mens als een baby op de wereld, maar deze ziel heeft zich eerst vanuit onvolkomen incarnaties ontwikkeld, waarin zij niets anders begrepen heeft van goed en slecht als het aangename en onaangename voor de tong en de smaak en dergelijke. Door zulke stadia heeft zij zich ontwikkeld en is zij door veel belichamingen steeds lerend tot ons niveau opgeklommen.

papoeas-in-nieuw-guinea-1955_0

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 –Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 15 februari 1906 (bladzijde 286-287)

Eerder geplaatst op 12 februari 2012

Hoe lang is het verblijf in het devachan?

De tijd die mensen in het devachan (Geisterland, woonplaats der goden)  verblijven is niet voor iedereen gelijk. De onontwikkelde inboorling die nog weinig van deze wereld heeft ervaren, die slechts weinig zijn geest en zijn gevoel heeft gebruikt, zal een kort verblijf in het devachan hebben. Het devachan is immers in wezen ervoor om wat een mens in de aardse wereld geleerd heeft, uit te werken, vrij te ontplooien, het geschikt te maken voor een nieuw leven. De mens die op een hogere trap van het bestaan staat, die rijke ervaringen heeft verzameld, die zal veel te verwerken hebben en daarom een langer verblijf in het devachan hebben. Pas later, als hij in deze toestand kan zien (hineinschauen), zullen de verblijftijden weer korter zijn tot het punt, waar het wezen meteen na de dood weer naar een nieuwe belichaming kan overgaan, omdat de mens datgene wat hij in het devachan heeft te beleven, al uitgeleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Berlijn 17 november 1904 (bladzijde 160-161)

Besef van goed en kwaad

Vergelijkt u de ziel van een gemiddelde Europese mens met de ziel van mensen, zoals Darwin ze nog getroffen heeft. De ziel van de hedendaagse mens heeft besef van goed en kwaad, van recht en onrecht, van waar en onwaar. Darwin wilde eens een inboorling, die nog kannibaal was, duidelijk maken: Jij mag geen mensen eten, dat is slecht, dat mag men niet doen. – De inboorling keek hem vreemd aan en zei: Ja, hoe kun jij dat weten, je moet hem toch eerst gegeten hebben. Als wij hem gegeten hebben, dan weten we of hij goed of slecht was. – Zo is een onvolmaakte ziel, die zich door de ontwikkeling steeds volmaakter en volmaakter zal vormen. Onze ziel komt niet bij de individuele mens als een baby op de wereld, maar deze ziel heeft zich eerst vanuit onvolkomen incarnaties ontwikkeld, waarin zij niets anders begrepen heeft van goed en slecht als het aangename en onaangename voor de tong en de smaak en dergelijke. Door zulke stadia heeft zij zich ontwikkeld en is zij door veel belichamingen steeds lerend tot ons niveau opgeklommen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Berlijn 15 februari 1906 (bladzijde 286-287)