Intelligent en tegelijk immoreel zijn zal in de toekomst onmogelijk zijn

Als het nu nog zeer wel mogelijk is dat iemand heel verstandig is maar immoreel – in het tijdperk waar we naar toegaan zal het niet meer mogelijk zijn dat een mens tegelijk verstandig en immoreel is. Verstand en immoraliteit zullen niet meer hand in hand kunnen gaan.

Dit moet als volgt worden begrepen. Zij die zich afzijdig hebben gehouden en die de ontwikkeling hebben tegengewerkt, zullen de strijders zijn die dan allen tegen elkaar strijden. Zelfs zij die nu de hoogste intelligentie vertonen, zullen, als ze zich in de volgende tijdperken niet op het gebied van gevoel en moraal ontwikkelen, van al hun verstand weinig baat hebben. In onze tijd wordt de intelligentie het meest ontwikkeld. Die bereikt nu ook een hoogtepunt. Maar wie nu zijn intelligentie ontwikkelt en de volgende ontwikkelingstrappen voorbij laat gaan, die zal zichzelf door zijn intelligentie vernietigen. 

Dat zal dan werken als een innerlijk vuur dat hem verbrandt, verteert, klein en zwak maakt, zodat hij dom wordt en niets kan beginnen, een vuur dat hem zal vernietigen in het tijdperk, waarin de morele impulsen hun hoogtepunt hebben bereikt. Een mens kan nu nog zeer gevaarlijk zijn met al zijn immorele slimheid, maar dan zal hij onschadelijk zijn. 

In plaats daarvan zal de ziel echter steeds meer aan morele kracht winnen, en dat zal een morele kracht zijn waar de mens zich nu nog helemaal geen voorstelling van kan maken. Om de Christusimpuls op te nemen is de hoogste kracht en moraliteit nodig, zodat die impuls kracht en leven wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das  esoterische  Christentum und  die geistige  Führung  der  Menschheit – Leipzig, 4 november 1911 (bladzijde 121-122)

Overgenomen uit Rudolf Steiner – Het esoterische christendom (vertaald door Hylcke Brandts Buys) – bladzijde 182-183

448px-Bleistiftportät_Rudolf_Steiner

TEKENING DOOR MARGITTA BIEKER

Eerder geplaatst op 30 oktober 2020  (4 reacties)

Erfelijke belasting (1 van 3)  

Men hoort tegenwoordig geen woord vaker dan het woord “erfelijke belasting”. Hoe zou iemand die vandaag de dag niet minstens elke week drie of vier keer het woord “erfelijke belasting” in de mond neemt als een ontwikkeld mens kunnen worden beschouwd? Een geschoold mens moet toch op zijn minst weten dat de geleerde geneeskunde vastgesteld heeft wat erfelijke belasting in het mensenleven betekent! Wie niet kan zeggen, als hier of daar iemand niets met zichzelf weet te beginnen, dat de betrokken persoon erfelijk belast is, die is niet een goed opgeleid mens, maar iets anders, wellicht ook een antroposoof.

Dit is waar de huidige wetenschap begint zich niet alleen theoretisch te vergissen, maar waar ze begint het leven te schaden. Hier is de grens waar de theoretische benadering de moraliteit benadert, waar het immoreel is om een onjuiste theorie te hebben. Hier hangt de levenskracht, de levenszekerheid ervan af om juist het ware te weten. Wie zich versterkt en krachtig maakt vanuit een juiste geestelijke visie in zijn ziel, doordat hij zichzelf een levenselixer toevoegt, waartoe zal hij in staat zijn?

Wat hij ook mag hebben geërfd, het is erfelijkheid in het fysieke lichaam, of hooguit in het etherische lichaam. Door zijn juiste levensbeschouwing zal hij zich in zijn eigenlijke wezenskern steeds sterker en sterker maken en hij zal overwinnen, wat erfelijke belasting is, want het geestelijke is, als het op de goede manier aanwezig is, in staat het lichamelijke te compenseren.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 22 december 1909 (bladzijde 54)

Eerder geplaatst op 13 november 2017  (4 reacties)

798x1200

Cultuurtijdperken – (1 van 3)

We leven nu in het vijfde na-Atlantische cultuurtijdperk (1413-3573 n. Chr.). We tellen als eerste na-Atlantische cultuurtijdperk het Oud-Indische (7227-5067 v. Chr.), als tweede het Oud-Perzische (5067-2907 v. Chr.), als derde het Egyptisch-Babylonische (2907-747 v. Chr.), als vierde het Grieks-Latijnse (747 v. Chr.-1413 n. Chr.). Wij zelf zijn in het vijfde cultuurtijdperk. Op ons cultuurtijdperk volgen een zesde en een zevende. Dan komt weer een grote ramp over de aarde, vergelijkbaar met de catastrofe van Atlantis.

We kunnen nu vanuit het occulte onderzoek voor elk van deze cultuurperioden, voor het vijfde, zesde en zevende na-Atlantische tijdperk, de belangrijkste eigenschap van de menselijke ontwikkeling aangeven. In ons vijfde na-Atlantische cultuurtijdperk is het hoofdkenmerk van de menselijke evolutie de intellectuele, de verstandsontwikkeling. In het zesde, dat op het onze zal volgen, zal de hoofdeigenschap van de menselijke ontwikkeling zijn dat de mensenzielen zeer specifieke gevoelens zullen hebben ten opzichte van wat moreel en wat immoreel is. Bijzonder verfijnd zullen gevoelens zijn van sympathie voor meelevende, welwillende handelingen, en van antipathie tegen kwaadwillige handelingen, in een mate van grootte, waarvan men tot nu toe geen voorstelling hebben kan.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Milaan, 21 september 1911 (bladzijde 42-43)

Eerder geplaatst op 23 augustus 2016  (1 reactie)

Erfelijke belasting (2 van 3)

Wie zich echter niet in zijn geestelijke wezen versterkt, wie zegt: het geestelijke is slechts een product van het fysieke -, die is dan, omdat hij geen sterk innerlijk heeft, overgeleverd aan de erfelijke belastingen, bij hem moeten ze schadelijk werken. Het is geen wonder dat tegenwoordig wat men erfelijke belasting noemt zulke vreselijke gevolgen heeft, omdat men eerst de mensen de macht van de erfelijke belasting aanpraat en van hem afneemt wat daar tegenin werkt.

Men kweekt eerst het geloof aan de erfelijke belasting en neemt dan de mensen met deze wereldbeschouwing de beste bestrijdingsmethode tegen de erfelijke belasting uit handen. Men vindt eerst de almacht van de erfelijke belasting uit en daardoor werkt deze dan. Men heeft niet alleen een verkeerd inzicht dat levensvijandig werkt en de mensen de wapens uit de handen slaat, maar hier begint een theorie die geheel en al op materialistische opvattingen is gebaseerd. Hier begint een materialistische wereldbeschouwing op het morele in te werken en ze werkt niet alleen theoretisch verkeerd, maar ook in moreel opzicht.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 22 december 1909 (bladzijde 54-55)

Moraliteit/Gezelligheid/Eenzaamheid

Als de mens immoreel is geweest in het leven, dan komt hij weliswaar samen met familieleden en vrienden, maar er is altijd door zijn eigen wezen zoiets gecreëerd als een muur waar hij niet doorheen kan naar de andere wezens. En de mens met een immorele zielsinstelling is na de dood een eenzaat, een eenzaam wezen dat overal zoiets als een muur om zich heeft en niet nader kan komen tot de wezens in wiens sfeer hij geplaatst is.

Maar de ziel met een morele gesteldheid, de ziel met zodanige innerlijke ideeën die we hebben als we onze wil louteren, die wordt om zo te zeggen een gezellige geest en vindt altijd de bruggen en de samenhangen met de wezens in wiens sfeer ze leeft. Of we eenzame of gezellige geesten zijn, dat hangt af van onze immorele of morele zielstoestand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 48-49)