Chaos/Misleiding/Zinsbegoocheling

In menig opzicht zijn de mensen van tegenwoordig – ondanks dat ze geloven, dat ze boven de illusies van de verleden tijd, boven het bijgeloof van de afgelopen tijd geweldig ver uitgestegen zijn – door en door misleid, neigen meer als dat in andere tijden het geval was, ertoe, zich over bepaalde wezenlijke en belangrijke dingen van de wereldorde aan illusies over te geven, en wel in een dergelijke graad dat deze zinsbegoochelingen wereldbeheersende, volkenbeheersende, aardebeheersende machten worden. Dat is zeer belangrijk, want in de hele chaos van heden heersen – en daardoor is het immers een chaos – hersenschimmen, bedrieglijke ideeën.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 1 oktober 1917 (bladzijde 44)

Eerder geplaatst op 31 mei 2014

Dubbelganger/Het tweede ik

Een onvermijdelijke ervaring die de mens innerlijk doormaakt als gevolg van het trouw uitvoeren van de geestelijke oefeningen is de splitsing van de persoonlijkheid die dan plaatsvindt. De mens zal zich geleidelijk zo voelen, alsof er iets naast hem meegaat, iets dat meedenkt, meehoort, ja zelfs, als de mens innerlijk niet zeer sterk is, meespreekt.

Het is een tweede ik, dat naar voren komt, een dubbelganger, die men uit zich gezet heeft. […] Dat is niet altijd een aangename ervaring. Maar het bewustzijn, deze dubbelganger altijd met zich mee te voeren, zal hem zijn fouten in het bewustzijn roepen, dat hij zich zou moeten verbeteren. Hij moet voortdurend deze aanwezigheid ondervinden, anders zou het gevaarlijk worden en hij bij al zijn hoge idealen en intenties vergeten, wat eigenlijk zijn innerlijk leven en wat zijn fouten zijn. Het zou onder bepaalde omstandigheden zelfs voor een hoge ingewijde levensgevaarlijk zijn, ondanks zijn hoge streven, als hij deze dubbelganger slechts een ogenblik zou vergeten. […] Hoe sterker de dubbelganger naar voren treedt, hoe beter het is voor onze ontwikkeling, want anders zouden we ons overgeven aan grote illusies over onszelf.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II: 1910-1912 – Hannover, 31 december 1911 (bladzijde 274-275)

Eerder geplaatst op 6 januari 2014

Dubbelganger/Het tweede ik

Een onvermijdelijke ervaring die de mens innerlijk doormaakt als gevolg van het trouw uitvoeren van de geestelijke oefeningen is de splitsing van de persoonlijkheid die dan plaatsvindt. De mens zal zich geleidelijk zo voelen, alsof er iets naast hem meegaat, iets dat meedenkt, meehoort, ja zelfs, als de mens innerlijk niet zeer sterk is, meespreekt. Het is een tweede ik, dat naar voren komt, een dubbelganger, die men uit zich gezet heeft. […] Dat is niet altijd een aangename ervaring. Maar het bewustzijn, deze dubbelganger altijd met zich mee te voeren, zal hem zijn fouten in het bewustzijn roepen, dat hij zich zou moeten verbeteren. Hij moet voortdurend deze aanwezigheid ondervinden, anders zou het gevaarlijk worden en hij bij al zijn hoge idealen en intenties vergeten, wat eigenlijk zijn innerlijk leven en wat zijn fouten zijn. Het zou onder bepaalde omstandigheden zelfs voor een hoge ingewijde levensgevaarlijk zijn, ondanks zijn hoge streven, als hij deze dubbelganger slechts een ogenblik zou vergeten. […] Hoe sterker de dubbelganger naar voren treedt, hoe beter het is voor onze ontwikkeling, want anders zouden we ons overgeven aan grote illusies over onszelf.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden Band II: 1910-1912 – Hannover, 31 december 1911 (bladzijde 274-275)