Materialisme/Spiritualisme

Pas dan ziet men de wereld juist, wanneer men haar niet materialistisch, noch idealistisch ziet, maar als men in staat is om wat zich als materialistisch openbaart, ideëel te zien en wat zich als ideëel openbaart geheel materieel te kunnen volgen. 

Het geestelijke van een wereldbeschouwing betekent niet dat men zegt: Dat is het lage materialisme, dat is voor het “schuim” (Duits: den Aussatz) van de mensheid; het idealisme dat is voor de uitverkorenen – waartoe de persoon die dit uitspreekt gewoonlijk zichzelf dan ook rekent -, maar het essentiële van een werkelijk spirituele levensbeschouwing bestaat erin dat deze spirituele wereldbeschouwing in staat is, met dat wat ze kan vatten in het geestelijke, onder te duiken in het materiële bestaan, om juist het materiële bestaan dan te begrijpen, zodat het begrepen en niet veracht wordt. 

Dat is de grote vergissing van vele religieuze gezindheden, dat ze het materiële bestaan verachten, in plaats van het te begrijpen, in plaats van de geest erin te zoeken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 191 – Soziales Verständnis aus geisteswissenschaftlicher Erkenntnis – Dornach, 4 oktober 1919 (bladzijde 34-35)

Eerder geplaatst op 5 november 2017  (1 reactie)

rudolf-steiner-ga-191-soziales-verstaendnis-aus-ge

Geleidelijke overgang

We leven werkelijk in een tijd waarin de mensheid zich voorbereiden moet,  langzamerhand boven het louter filosofisch idealisme uit te komen en over te gaan naar een werkelijk bewustzijn van de bovenzinnelijke werelden, van de algemene geestelijke wereld, waarin we leven zoals we in de fysieke wereld leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 27 maart 1915 (bladzijde 164)

New-reality

Eerder geplaatst op 17 april 2017  (4 reacties)

Ik zou niet durven beweren dat alle antroposofen voor het leven geschikte mensen zijn

Wat nu juist de levensader van de antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap is, dat wordt zeer weinig opgemerkt. En het zal pas dan echt gemerkt worden, als men door deze geesteswetenschap een zodanige denk- en gevoels- en wilsscholing kan doormaken dat het iemand voor het leven niet ongeschikter, maar geschikter maakt. Ik wil zeker niet beweren dat tegenwoordig allen die antroposofie tot hun overtuiging (Duits: Glaubensbekenntnis) gemaakt hebben, voor het leven geschikte mensen zijn. Een overtuiging betekent in dit opzicht niet veel. Ik waag het werkelijk niet  te beweren dat alle antroposofen voor het leven bekwame mensen zijn. Maar ziet u, wat er in de antroposofische beweging en de vereniging tot uiting komt, dat is vaak wat er van buitenaf ingebracht wordt. Wat er van binnenuit ingebracht wordt, is tegenwoordig nog echt maar weinig. 

En pas dan zal de antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap voor de wereld kunnen zijn wat ze moet zijn als niet alleen mystieke neigingen, gebrek aan realisme, vals idealisme, geroddel (Duits: Tantentum) enzovoort binnengebracht worden, maar wanneer binnengebracht wordt wat in de antroposofische geesteswetenschap te halen is: een aansporing van het zielenleven die in de ledematen overgaat, die de hele mens beïnvloedt – niet alleen maar  een geloofsovertuiging – en die de mensen daardoor in de aangelegenheden van de wereld kunnen doen ingrijpen. Dat is het waar het hoofdzakelijk om gaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 7 februari 1920 (bladzijde 179)

Rudolf_Steiner_colour-227x300

Eerder geplaatst op 11 april 2017   (1 reactie)

Met economische theorieën redden we het niet

Een nuchtere economische theorie kan nooit een tegenkracht tegen de machten van het egoïsme uitoefenen. Een tijd lang is een dergelijke economische theorie in staat de massa een zeker elan te verlenen, dat dan ogenschijnlijk iets van idealisme weg heeft. Maar op den duur is niemand bij zo’n theorie gebaat. Wie een mensenmassa met een dergelijke theorie indoctrineert, zonder verder iets werkelijk spiritueels te bieden, zondigt tegen de ware zin van de menselijke ontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – Antroposofie en het sociale vraagstuk (Uitgeverij Vrij Geestesleven 1982 – bladzijde 41-42) Vertaling Edithe Boeke

Duitstalig: GA 34 – Geisteswissenschaft und soziale Frage – bladzijde 216

Eerder geplaatst op 20 juli 2014

De waarheid ligt niet in het midden

Ik heb het misschien hier ook al eens verteld -, dat men zich niet eenzijdig op de basis van een of ander standpunt opstellen kan. We zien toch overal in de wereld idealisten, materialisten en andere “isten” op gelijksoortige manier op hun standpunt zweren. Grote geesten zoals bijvoorbeeld Goethe doen dat niet; ze proberen de materiële verhoudingen door materieel denken, de spirituele door ideëel denken te benaderen. Als dan kleinere geesten denken dit begrepen te hebben, dan zeggen ze: Tussen twee verschillende standpunten ligt de waarheid in het midden.

Dat zou ongeveer hetzelfde zijn als wanneer iemand in het praktische leven tussen twee stoelen zou willen gaan zitten. Maar de waarheid wordt pas gevonden als men zich niet eenzijdig op dit of dat standpunt opstelt, dat wil zeggen, als men in staat is om wat als kennissoort het materialisme en wat als zodanig het idealisme heeft, op de overeenkomstige manier toe te passen. De wereld komt er niet door vooruit als men altijd het midden houdt; het midden is op de bijbehorende wijze aanwezig, als ook de afzonderlijke zijden aanwezig zijn en men deze als krachten in aanmerking neemt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das Leben zwischen dem Tode und der neuen Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen – Berlijn, 14 januari 1913 (bladzijde 132-133)