Voorbereiding/Oefening/Zelfopvoeding

In de fysiek-zintuiglijke wereld dient ons wat we doen in denken, voelen en willen om direct iets te weten over de fysieke wereld, of om iets te doen voor de fysieke wereld; voor de hogere werelden dient ons alles, wat ons rechtstreeks voor de fysieke wereld dient, alleen als voorbereiding. Wat we met betrekking tot de fysieke wereld kunnen denken, zelfs als we nog zo scherpzinnig denken, geeft ons geen kennis over de hogere werelden. Echter wordt onze ziel zelf als het ware door het denken zo voorbereid, zo opgevoed, dat ze geleidelijk in staat is om op de juiste wijze in de geestelijke wereld door te dringen.

Wat we kunnen willen en voelen voor de fysieke wereld is alleen van toepassing op de zelfopvoeding van de ziel, als voorbereiding voor het intreden van de ziel in de geestelijke werelden. Dus ik zou willen zeggen, om mij duidelijk uit te drukken: Een geleerde onderzoeker ervaart door zijn wetenschappelijke methode iets voor de uiterlijke wereld, en hij is gewend om, als hij het heeft onderzocht, te zeggen: Ik weet dit of dat van de uiterlijke wereld.

Maar deze soort van onderzoeken, van denken helpt hem echter helemaal niet om in de geestelijke wereld te komen; maar hoe hij denkt en onderzoekt, dat heeft betekenis als oefening van de zielekrachten. Hoe de ziel door denken en onderzoeken meer bekwaam wordt om in zichzelf te leven, om haar kracht in activiteit te brengen, alleen dat is effectief voor het ingaan in de hogere werelden. Alleen als cultuur van de eigen ziel zijn voor de geestesonderzoeker de activiteiten bruikbaar, die men anders in de fysieke wereld gewoonlijk uitvoert.

Bron: Rudolf Steiner – GA 156 – Okkultes Lesen und okkultes Hören – Dornach, 3 oktober 1914 (bladzijde 18-19)

De taak van de antroposofische beweging

Het is in wezen de taak van de antroposofische beweging ons bekend te maken met werelden die ons iedere dag en ieder uur omgeven, met werelden waarin we leven, maar waarvan we onder normale omstandigheden niets weten. Niet met werelden die buiten de onze liggen wil de antroposofie ons bekend maken, niet met werelden die in voor ons ontoegankelijke plaatsen te vinden zijn, maar met de werelden die voortdurend onze wereld beïnvloeden, die ons altijd omgeven, die ons echter onbekend blijven, omdat onze organen daarvoor niet ontsloten zijn. Vooralsnog kunnen we alleen maar spreken van deze werelden. We kunnen er alleen maar op wijzen en ertoe aansporen om deel te nemen aan de activiteit waardoor de mensen de organen ontsluiten voor deze hogere werelden, zodat hij in staat is deze hogere werelden waar te nemen, zoals hij tegenwoordig alleen in staat is de gewone wereld waar te nemen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 28 oktober 1903 (bladzijde 20)

Eerder geplaatst op 27 april 2017

Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (3 – slot)

Zoals in het lichaam van de moeder de mens wordt voorbereid, zo wordt in het leven op “moeder aarde” voorbereid, wat ons vaardig moet maken om waar te nemen en te handelen in de hogere werelden. Het is daarom volkomen gerechtvaardigd om van een hogere wereld te spreken en die hoger te schatten dan onze lagere wereld. Maar wij moeten deze uitdrukking slechts in technische zin nemen. Alle werelden zijn in wezen gelijkberechtigde verschijningsvormen van de hoogste principes. We behoren naar geen enkele wereld te kijken alsof wij die verachten. Zo komen wij ertoe ons in juiste zin tot zowel de lagere als de hogere werelden te verhouden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Das Johannes-Evangelium – Berlin, 5 maart 1906 (bladzijde 213)

Eerder geplaatst op 10 november 2011

Gezelligheid en eenzaamheid

Zoals de mens hier leeft, ritmisch, tussen waken en slapen, zo leeft hij in de andere wereld zich in zichzelf terugtrekkend en in gezelligheid met andere zielen; tussen gezelligheid en eenzaamheid ritmisch afwisselend, zo is het leven in de hogere wereld, en hoe we in de hogere wereld leven, dat hangt ervan af hoe we ons hier voorbereid hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Düsseldorf 27 april 1913 (bladzijde 315)

Rudolf Steiner – Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (3 – slot)

Zoals in het lichaam van de moeder de mens wordt voorbereid, zo wordt in het leven op “moeder aarde” voorbereid, wat ons vaardig moet maken om waar te nemen en te handelen in de hogere werelden. Het is daarom volkomen gerechtvaardigd om van een hogere wereld te spreken en die hoger te schatten dan onze lagere wereld. Maar wij moeten deze uitdrukking slechts in technische zin nemen. Alle werelden zijn in wezen gelijkberechtigde verschijningsvormen van de hoogste principes. We behoren naar geen enkele wereld te kijken alsof wij die verachten. Zo komen wij ertoe ons in juiste zin tot zowel de lagere als de hogere werelden te verhouden.

Bron: GA 094 – Berlijn, 5 maart 1906 (bladzijde 212-213)