Oordeelsvermogen / Herinnering in de volgende incarnatie

Om werkelijk te laten komen wat komen moet, namelijk dat in de volgende incarnaties een voldoende aantal mensen zich de huidige incarnatie herinnert, dan moeten voorzorgen genomen worden. Ontwikkel dus uw oordeelsvermogen, dan bent u een kandidaat om in de volgende incarnatie uw huidige incarnatie te herinneren. Zorg ervoor de wereld te kunnen volgen met gedachten. Want, al kunt u nog zo veel zien op visionaire wijze, het zal u niet helpen bij het terug herinneren van de huidige incarnatie.

Antroposofie is er echter om datgene voor te bereiden wat noodzakelijk moet komen: dat er een voldoende aantal mensen zijn die nu werkelijk vanuit eigen weten terug kunnen zien op deze incarnatie. Hoe velen er in deze incarnatie toe komen om het geesteswetenschappelijke weten te laten samengaan met helderziende vermogens, dat hangt van het karma van het individu af.

Er zitten hier zeker velen van wie het karma zo is dat ze in deze incarnatie er niet in slagen de wereld helderziend te doorzien. Maar allen die zich dat verwerven wat in de werkelijke geesteswetenschap zo wordt gegeven dat het in de vorm van het denken wordt gekleed, die zullen in de volgende incarnatie de vruchten daarvan hebben, want ze hebben zich de grondslagen eigen gemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – Stuttgart, 13 november 1909 (bladzijde 95-96)

Eerder geplaatst op 10 februari 2018  (4 reacties)

Rudolf Steiner-1

Velen zullen zich afvragen: ben ik gek geworden?

Wij leven nu weer in een tijd waarin, naast het ontwikkelde zelfbewustzijn, op natuurlijke wijze bepaalde helderziende vermogens tot ontwikkeling zullen komen. De mensen zullen eigenaardige, merkwaardige ervaringen hebben, ze zullen niet weten wat er aan de hand is! Mensen zullen voorgevoelens krijgen van dingen die werkelijk gaan gebeuren, ze zullen gebeurtenissen voorzien die hun zullen overkomen. De mensen zullen, al is het nog vaag en elementair, langzaam maar zeker werkelijk dat gaan zien wat wij het etherlichaam, het etherische lichaam van de mens noemen. Nu is het nog zo dat de mens alleen het fysieke lichaam ziet. Het zien van het etherlichaam zal daar langzamerhand bijkomen, en de mensen zullen dan ofwel hebben geleerd het als een werkelijkheid te erkennen, ofwel denken dat het zinsbegoocheling is, dat zoiets helemaal niet kan. En dat zal zelfs zo ver gaan dat velen zich bij een dergelijke ervaring zullen afvragen: ben ik gek geworden?

Ook al zullen het aanvankelijk maar enkele mensen zijn die in de komende decennia deze vermogens aan de dag zullen leggen, toch moet de geesteswetenschap hierover spreken. Wij verbreiden die wetenschap omdat we de verantwoordelijkheid voelen die we hebben tegenover dat wat in de realiteit gebeurt, gebeuren moet volgens de natuurlijke loop van de gebeurtenissen. Waarom dragen wij geesteswetenschap uit? Omdat zich fenomenen zullen voordoen die alleen door geesteswetenschap te begrijpen zijn, die zonder geesteswetenschap onbegrepen zullen blijven.

Deze vermogens zullen bij een klein aantal mensen in betrekkelijk korte tijd tot ontwikkeling komen. Het spreekt vanzelf dat iemand door een esoterische scholing tegenwoordig al ver boven datgene kan uitstijgen wat zich hier in een pril stadium voor alle mensen aandient. Maar wat de mens nu alleen door een gerichte scholing  kan ontwikkelen, bereidt zich in de hele mensheid voor, al is het nog elementair, en hierover zal men in de jaren 1930 tot 1940 wel mòeten spreken, of men het nu begrijpt of niet. Nog maar enkele decennia scheiden ons van het tijdstip dat zulke verschijnselen steeds vaker zullen voorkomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das  Ereignis der  Christus-Erscheinung in  der  ätherischen  Welt – Heidelberg, 27 januari 1910 (bladzijde 48-49)

Overgenomen uit Rudolf Steiner – Het esoterische christendom (vertaald door Hylcke Brandts Buys) – bladzijde 26-27

Dit boek was een gulle gift aan mij van John Wervenbos.

Oordeelsvermogen/Herinnering in de volgende incarnatie

Om werkelijk te laten komen wat komen moet, namelijk dat in de volgende incarnaties een voldoende aantal mensen zich de huidige incarnatie herinnert, dan moeten voorzorgen genomen worden. Ontwikkel dus uw oordeelsvermogen, dan bent u een kandidaat om in de volgende incarnatie uw huidige incarnatie te herinneren. Zorg ervoor de wereld te kunnen volgen met gedachten. Want, al kunt u nog zo veel zien op visionaire wijze, het zal u niet helpen bij het terug herinneren van de huidige incarnatie.

Antroposofie is er echter om datgene voor te bereiden wat als noodzaak moet komen: dat er een voldoende aantal mensen zijn die nu werkelijk vanuit eigen weten terug kunnen zien op deze incarnatie. Hoe velen er in deze incarnatie toe komen om het geesteswetenschappelijke weten te laten samengaan met helderziende vermogens, dat hangt van het karma van het individu af.

Er zitten hier zeker velen van wie het karma zo is dat ze in deze incarnatie er niet in slagen de wereld helderziend te doorzien. Maar allen die zich dat verwerven wat in de werkelijke geesteswetenschap zo wordt gegeven dat het in de vorm van het denken wordt gekleed, die zullen in de volgende incarnatie de vruchten daarvan hebben, want ze hebben zich de grondslagen eigen gemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – Stuttgart, 13 november 1909 (bladzijde 95-96)

Soms is het een zeer gevaarlijke zaak…

Het eerste wat de mens kan doen om de helderziende krachten te wekken, is dat de moraliteit en de handelingen overeenstemmen (Duits: eins werden). Dit is de beste scholing voor de helderziende krachten. Daarom wordt altijd benadrukt, dat men eigenlijk door niets anders als door verhoging van het morele karakter tot de helderziende krachten zou moeten komen. […] We zien dat mensen die door allerlei andere manieren helderziende krachten ontwikkeld hebben, bepaalde slechte eigenschappen vertonen, die ze vroeger niet of nauwelijks hebben gehad; bijvoorbeeld grote leugenaars worden, als ze beginnen helderziende vermogens te ontwikkelen. – Ja, soms is het een zeer gevaarlijke zaak voor het karakter van een mens, vooral als hij tot helderhorendheid komt. Helderziendheid is nog niet zo gevaarlijk als helderhorendheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Zürich 15  januari 1912 (bladzijde 49)

Zie ook: De gulden regel

Rudolf Steiner – De menselijke vermogens ontwikkelen zich zo dat het ene altijd op kosten van het andere gekocht moet worden

De zin van de mensheidsontwikkeling bestaat erin dat van tijdperk tot tijdperk de vaardigheid van de mensen om waar te nemen in de geestelijke wereld steeds minder en minder werd, omdat de menselijke vermogens zich zo ontwikkelen dat het ene altijd op kosten van het andere gekocht moet worden. Ons hedendaagse exacte denken, ons voorstellingsvermogen, onze logica, alles wat wij als de belangrijkste drijfveren van onze cultuur beschouwen, was er in vroegere tijdperken niet. Dat moest de mens in het tijdperk, dat ook het onze is, ten koste van de oude helderziende bewustzijnstoestand veroveren. Dat heeft de mens in de huidige tijd te ontwikkelen. En in de toekomstige mensheidsontwikkeling zal dan bij het zuiver fysieke bewustzijn met de intellectualiteit en de logica weer de oude helderziendheid komen. Een afdaling en een opstijging zijn dus op het gebied van het menselijke bewustzijn te onderscheiden.

Bron: GA 60 – Berlijn 19 januari 1911 (bladzijde 256-257)