Morele vorming hangt nauw samen met de manier waarop en hoe men met getallen geleerd heeft om te gaan

Waar het in een optelling aankomt dat is altijd de som, niet de delen. […] Het kind zo opvoeden in het leven dat het zich instelt om gehelen te zien, niet altijd van het mindere tot het meer over te gaan. Dat oefent een buitengewoon sterke invloed uit op het gehele zielenleven van het kind. Als het kind eraan gewend wordt om op te tellen, dan ontstaat de morele aanleg die vooral vormt wat de kant opgaat van het hebzuchtige (Duits: dem Begehrlichen). Als van het geheel naar de delen overgegaan wordt, en dienovereenkomstig ook het vermenigvuldigen geleerd wordt, dan krijgt het kind de neiging niet het begeerlijke zo sterk te ontwikkelen, maar het ontwikkelt wat in de zin van de platonische wereldbeschouwing genoemd kan worden de bezonnenheid, de matigheid in de edelste zin van het woord.

En wat iemand in het morele bevalt en niet bevalt, hangt nauw samen met de manier waarop en hoe men met getallen geleerd heeft om te gaan. Tussen het omgaan met getallen en de morele ideeën, impulsen lijkt op het eerste gezicht geen logische samenhang, zo weinig dat iemand die alleen intellectualistisch wil denken, daarover kan spotten, als men hierover spreekt. Het kan hem lachwekkend voorkomen. Men begrijpt het ook heel goed als iemand erover lachen kan dat men bij het optellen van de som moet uitgaan en niet van de optelgetallen. Maar als men de blik richt op de werkelijke samenhangen in het leven, dan weet men dat de logisch verst van elkaar verwijderde dingen in het werkelijke bestaan vaak zeer dicht bij elkaar staan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 305 –Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst – Oxford, 21 augustus 1922 (bladzijde 112)

 Eerder geplaatst op 25 september 2015 (10 reacties)

Gewoonten/Ziekte/Gezondheid

Een slechte gewoonte in een vorig leven is een oorzaak voor ziekte in het volgende leven, een goede gewoonte is een oorzaak voor gezondheid. […] Men kan zien hoe de aanleg van een mens voor infectieziekten op deze wijze verkregen wordt. We weten dat iemand naar alle mensen en alle plaatsen kan gaan, waar epidemieën of besmettelijke ziekten heersen, zonder dat hij gevaar loopt deze ziekten op te lopen. Een ander hoeft zogezegd maar over straat te lopen en wordt meteen aangestoken. Het hangt van zijn dispositie af of hij wordt besmet of niet. Nu weten de ingewijden zeer goed dat de aanleg, die naar infectieziekten leidt, berust op een in het voorgaande leven grote egoïstische hebzucht, die op zelfzuchtige wijze eraan denkt voor zichzelf rijkdommen te verzamelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Erkenntnisse und Lebensfrüchte der Geisteswissenschaft – Stuttgart, 14 maart 1906 (bladzijde 253)

Eerder geplaatst op 12 mei 2016 

Eigen waarheid bestaat niet (5 – slot)

Als deze wiskundige waarheden niet zo eenvoudig duidelijk zouden worden, dan zouden de hartstochten hun erkenning nog veel in de weg leggen. Als het aan de hebzucht lag, dan zou menig huisvrouw wensen dat twee maal twee vijf is en niet vier. Deze dingen zijn zo duidelijk, zo eenvoudig, dat ze niet meer vertroebeld kunnen worden door de sympathie en antipathie. Steeds grotere gebieden zullen door deze waarheidsvorm omvat worden, en steeds meer vrede zal daardoor in de mensheid kunnen komen, als de waarheid zo begrepen wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 1 juni 1908 (bladzijde 194)

Eerder geplaatst op 6 augustus 2011

Een dergelijk inzicht laat ons menige ziekte lichter verdragen

Vanuit het inzicht in de karmawetmatigheden wordt ons veel duidelijk. Ten eerste kunnen we nauwkeurig de samenhang aantonen tussen de huidige ontwikkeling van het menselijk lichaam en de vroegere levenswandel. Een leven vol liefde bijvoorbeeld bereidt voor tot een ontwikkeling in het volgende leven, die de mensen lang jong houdt; daarentegen wordt een vroegtijdig oud worden bewerkt door veel antipathie in een vorig leven. Ten tweede: een bijzonder egoïstische hebzucht brengt voor het volgende leven aanleg voor infectieziekten teweeg. Ten derde is het bijzonder interessant dat bijvoorbeeld smarten en pijn, en met name ziekten die men doormaakt, in het volgende leven lichamelijke schoonheid bewerkstelligen. Een dergelijk inzicht laat ons menige ziekte lichter verdragen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis – Kassel, 22 iuni 1907 (bladzijde 92)

Eerder geplaatst op 1 januari 2016

Gewoonten/Ziekte/Gezondheid

Een slechte gewoonte in een vorig leven is een oorzaak voor ziekte in het volgende leven, een goede gewoonte is een oorzaak voor gezondheid. […] Men kan zien hoe de aanleg van een mens voor infectieziekten op deze wijze verkregen wordt. We weten dat iemand naar alle mensen en alle plaatsen kan gaan, waar epidemieën of besmettelijke ziekten heersen, zonder dat hij gevaar loopt deze ziekten op te lopen. Een ander hoeft zogezegd maar over straat te lopen en wordt meteen aangestoken. Het hangt van zijn dispositie af of hij wordt besmet of niet. Nu weten de ingewijden zeer goed dat de aanleg, die naar infectieziekten leidt, berust op een in het voorgaande leven grote egoïstische hebzucht, die op zelfzuchtige wijze eraan denkt voor zichzelf rijkdommen te verzamelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Erkenntnisse und Lebensfrüchte der Geisteswissenschaft – Stuttgart, 14 maart 1906 (bladzijde 253)

Eerder geplaatst op 22 juli 2012