In de astrale wereld verschijnt alles omgekeerd (2 van 2)

Veel mensen klagen tegenwoordig dat ze zichzelf omringd zien door kwaadaardige duistere gestalten die hen bedreigen en beangstigen en dergelijke. Dit is een fenomeen dat tegenwoordig veel mensen treft en waarvan de meesten helemaal niet weten wat dit is. In veel gevallen ligt het nu zo: Dit zijn de eigen impulsen, begeerten en hartstochten die in de mens leven, namelijk in wat we het astrale lichaam noemen.

Gewoonlijk  ziet de mens zijn eigen hartstochten niet, maar door bepaalde processen in de ziel en in de hersenen kan het voorkomen dat ze voor hem zichtbaar worden; alleen dan verschijnen ze hem als in spiegelbeeld. Zoals iemand die in de spiegel kijkt en de voorwerpen om zich heen ziet, ziet hij om zich heen de spiegelbeelden van zijn eigen driften enzovoort.

Alles wat van hem uitstroomt, ziet hij dan op zichzelf toestromen. Een ander fenomeen is dat tijd en gebeurtenissen omgekeerd gaan. Bijvoorbeeld, in de fysieke wereld zien we eerst de kip en dan het ei. In het astrale ziet men omgekeerd eerst het ei en dan de kip die het ei gelegd heeft. In het astrale beweegt de tijd zich terug; eerst ziet men de uitwerking en dan de oorzaak. Vandaar de profetische blik; niemand kan toekomstige gebeurtenissen vooruitzien zonder dit in teruggaande richting gaan van  gebeurtenissen in de tijd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 23 augustus 1906 (bladzijde 21-22)

Eerder geplaatst op 20 maart 2019  (5 reacties)

8aa8441b14d28d20a05e2c79e828ddf1

Waarheid is de gids die de mensen naar eenheid en wederzijds begrip, gerechtigheid en liefde leidt

De waarheid is een verheven doel. Dat blijkt wel uit het feit dat mensen van deze tijd de waarheid, volgens het zojuist opgestelde criterium, alleen op een beperkt, uiterlijk gebied kunnen vinden. Alleen op het gebied van de wiskunde, van rekenen en tellen, heeft de mensheid in het algemeen dit doel tegenwoordig bereikt, omdat dit het gebied is waarop de mens zijn hartstochten, driften  en  begeerten  beteugeld  heeft  en  niet  laat  meespreken.  Waarom zijn alle mensen het erover eens dat drie maal drie negen is en niet tien? Omdat ze, wanneer ze daar een uitspraak over doen, hun  hartstochten,  driften  en  begeerten  tot  rust hebben  gebracht. Bij deze eenvoudige zaak, bij de wiskunde, hebben de mensen het tegenwoordig al zo ver gebracht dat ze hun hartstochten, driften en begeerten laten zwijgen. Als dat niet zo was, zou menige huisvrouw graag negen cent in plaats van een dubbeltje betalen. Dan zou de hartstocht een woordje meespreken. 

Het is dus nodig voor al ons zoeken naar waarheid, dat wij onze impulsen en begeerten het zwijgen opleggen. De mensen zouden het eens kunnen worden over de hoogste waarheden, wanneer  ze op dat gebied net zo ver zouden zijn als ze nu al zijn op het waarheidsgebied van de wiskunde. Maar die wiskundige waarheden zijn iets wat wij ons in het binnenste van onze ziel veroveren, en juist daardoor bestaan ze voor ons. Al spreken honderd of duizend of  meer mensen ons tegen, toch blijft zo’n waarheid voor ons bestaan  en  weten  we  dat  drie  maal  drie  negen  is,  omdat  we  dat  in  de kern van ons wezen begrepen hebben. Zouden die honderd of duizend mensen die een andere mening hebben zich onafhankelijk maken van zichzelf, dan zouden ze tot dezelfde waarheid   komen. 

Wat is dus de weg tot wederzijds begrip en eenheid onder de mensen? Wij begrijpen elkaar op het gebied van rekenen en tellen, omdat wij daar de vereiste houding bereikt hebben. Naarmate wij de waarheid vinden, zal vrede, eendracht en harmonie onder de mensen heersen. Dat is de essentie, dat wij leren begrijpen dat de waarheid iets is wat zich alleen in ons diepste innerlijk aan ons meedeelt, en dat ze iets is wat de mensen altijd weer tot elkaar brengt,  omdat  ze  uit  het  diepst  van  de  ziel  ieder  mens  tegemoetstraalt. 

Zo is de waarheid de gids die de mensen naar eenheid en wederzijds begrip leidt. Daarmee is ze ook de wegbereidster van gerechtigheid en liefde. Deze wegbereidster moeten wij juist dienen, terwijl wij die andere voorbode, die we gisteren hebben leren kennen, moeten overwinnen om via hem het egoïsme te boven te komen. Dat is de missie van de waarheid, dat wij haar steeds meer mogen liefhebben, dat wij haar in ons opnemen en koesteren mogen. Naarmate wij ons innerlijk in dienst stellen van de waarheid, wordt ons zelf  steeds sterker – en juist daardoor kunnen we ons van dit zelf  losmaken. Hoe meer wij de boosheid in ons ontwikkelen, des te zwakker maken we het zelf; hoe meer we de waarheid in ons ontwikkelen, des te sterker maken we ons zelf

Bron: Rudolf Steiner – Metamorfosen van de ziel: De missie van de waarheid – Berlijn, 22 oktober 1909 (blz. 47-49)

Vertaald door Frans van Bussel  en Margreet Meijer-Kouwe, met een nawoord van Ineke van der Duyn Schouten 

Rudolf  Steiner / Werken en voordrachten © 2013 Stichting Rudolf  Steiner Vertalingen

Duitstalige bron: GA 58 – Metamorphosen  des  Seelenlebens / Pfade  der  Seelenerlebnisse: III. Die Mission der Wahrheit – Berlijn, 22 oktober 1909 (blz. 88-90)

Transformatie door het Ik

Vergelijk eens een van de wildste mensen, een kannibaal die nog andere mensen opeet, met een gemiddelde Europeaan, en dit weer met een hoog ontwikkeld persoon, bijvoorbeeld Goethe, Schiller of Franciscus van Assisi. De wilde volgt onmiddellijk zijn instincten en hartstochten zoals ze in zijn astrale lichaam aanwezig zijn. Hij heeft weliswaar al het Ik, maar dat is nog geheel in de macht van het astrale lichaam. De gemiddelde persoon van tegenwoordig onderscheidt al wel wat goed en niet goed is. Dit komt doordat deze persoon al aan zijn astrale lichaam heeft gewerkt. Hij heeft daaraan gewerkt en zelfs sommige driften omgevormd in zogenaamde idealen. Hoe meer een mens vanuit zijn Ik zijn astrale lichaam heeft omgewerkt, hoe hoger ontwikkelingsstadium hij heeft bereikt.

De gemiddelde Europeaan van vandaag de dag heeft al veel omgewerkt. Een individualiteit als Schiller of Goethe heeft al een veel groter deel van zijn astrale lichaam omgewerkt. Maar iemand die alle hartstochten al onder zijn wil heeft bedwongen, zoals bijvoorbeeld Franciscus van Assisi, heeft een astraallichaam dat volledig is getransformeerd door het Ik; er is niets meer in dat niet onder de heerschappij van het Ik staat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und  Christus- Erkenntnis / Theosophie  und  Rosenkreuzertum – Kassel, 17 juni  1907 (blz. 40-41)

Portraits of Rudolf Steiner 0014

Als de mensen alleen feiten zouden spreken, zou er een wijdverbreid stilzwijgen ontstaan  

Als het door een of ander wonder zou kunnen gebeuren dat veel mensen ertoe gedwongen zouden worden hun woorden alleen zo te vormen dat ze nauwkeurig overeenkomen met de feiten, dan zou er een wijdverbreid stilzwijgen ontstaan. Want het meeste van wat er vandaag de dag wordt gesproken, stemt niet overeen met de geconstateerde feiten, maar wordt vanuit allerlei meningen, allerlei hartstochten gesproken.

Nu is de zaak echter zo dat alles wat we aan de uiterlijke situaties toevoegen (Duits: Sinnesbedingungen hinzutun), en wat niet overeenstemt met het zuivere verloop van de feiten – als we het in voorstellingen weergeven -, in ons de mogelijkheid tot hogere kennis uitdooft.

Het is eens gebeurd, dat in een college, waarin juridische studenten zaten, een kleine handeling nauwkeurig werd voorbereid, die voor twintig mensen werd uitgevoerd. Natuurlijk wist men heel precies wat er gedaan was, want ieder detail was ingestudeerd. Daarna heeft men deze twintig mensen laten opschrijven wat ze gezien hebben. Twintig mensen moesten het opschrijven, drie hebben het voor de helft juist opgeschreven, zeventien fout.

Bron: Rudolf Steiner – GA 220 – Lebendiges Naturerkennen, Intellektueller Sündenfall und spirituelle Sündenerhebung – Dornach, 20 januari 1923 (bladzijde 128)

Eerder geplaatst op 3 juni 2015  (1 reactie)

Op de feiten komt het aan

Het meeste van wat er tegenwoordig wordt gesproken, stemt niet overeen met de geconstateerde feiten, maar wordt vanuit allerlei meningen, allerlei hartstochten gesproken. Nu is het echter zo dat alles wat we aan de uiterlijke, zintuiglijke omstandigheden bijdragen, en dat niet overeenkomt met de zuivere, pure feiten – als we deze in ideeën weergeven -, in ons het vermogen tot hoger inzicht vernietigt. […] Het meest elementaire voor het stijgen in hogere werelden is dit: dat men zich eerst de pure zin voor feiten in de zintuiglijke wereld eigenmaakt.

2200776

Bron: Rudolf Steiner – GA 220 – Lebendiges Naturerkennen Intellektueller Sündenfall und spirituelle Sündenerhebung– Dornach, 20 januari 1923 (bladzijde 128-129)

Eerder geplaatst op 26 februari 2015