Afdaling/Opstijging

Hoe waar het ook is dat de mensheid afdalen moest vanuit een spiritueel verleden in de materialistische wereldbeschouwing, even waar is het dat ze weer op moet stijgen naar spiritueel inzicht. Alleen uit de spirituele levensbeschouwing zal hetgeen komen, wat harmonie, vrede en liefde geeft. Zo zal ook de antroposofie in de meest eminente zin praktisch zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis/ Theosophie und Rosenkreuzertum – Kassel, 23 juni 1907 (bladzijde 96)

Eerder geplaatst op 19 maart 2017 (2 reacties)

De ongemakkelijke waarheid

Natuurlijk is het ongemakkelijker om zich met de werkelijkheid in te laten dan in algemeenheden te praten over de harmonie van de wereld, over de harmonie van de individuele zielen, over de harmonie in de universele mensenliefde. Maar antroposofie moet er niet zijn om de mensen in slaap te sussen, maar om ze wakker te maken, werkelijk te doen ontwaken. We leven in een tijd die het nodig maakt dat de mensen ontwaken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 13 oktober 1917 (bladzijde 157)

Eerder geplaatst op 15 augustus 2016

Enkele opmerkingen over de zes basisoefeningen

De zogenaamde basisoefeningen (ook wel genoemd nevenoefeningen of vooroefeningen) komt men in de boeken en voordrachten van Steiner meermaals tegen. Deze zes oefeningen zullen de meeste lezers van deze website wel bekend zijn. Voor alle duidelijkheid geef ik nog even de links naar de zes blogs, waarin de oefeningen staan, zoals Steiner ze heeft beschreven in zijn Magnum Opus Die Geheimwissenschaft im Umriss. (Vertaling F. Wilmar)

   1. Gedachtenbeheersing

   2. Wilskracht

  1. Gelatenheid 
  1. Positiviteit 
  1. Onbevangenheid 
  1. Harmonie  

In GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden, Band I – komen de basisoefeningen ook verscheidene keren ter sprake. Hierbij maakt Steiner nog een paar opmerkingen die mij vrij onbekend waren en die mij wel van belang lijken.

Het komt vóór alles erop aan dat men de oefeningen precies in deze volgorde doet. Wie de tweede oefening voor de eerste doet, heeft er geen profijt van. Want juist op deze volgorde komt het aan. (bladzijde 234)

Is men klaar met de zes maanden, dan begint men weer van voren af aan. (bladzijde 239)

Terwijl deze zes oefeningen niet aan een bepaald uur van de dag zijn gebonden, alleen dagelijks, zoals beschreven, moeten worden gedaan, moet de meditatie altijd op dezelfde tijd gedaan worden. (bladzijde 240)

Ik heb altijd gedacht dat die oefeningen elke dag op ongeveer dezelfde tijd zouden moeten worden gedaan, maar dat geldt dus blijkbaar alleen voor de meditatie-oefeningen, maar niet voor de basisoefeningen. 

Eerder geplaatst op 26 juni 2015

De zes basisoefeningen – 6. Harmonie

Hiermee zijn vijf eigenschappen van de ziel genoemd, die de leerling zich op geregelde wijze heeft eigen te maken; de heerschappij over de loop der gedachten, de heerschappij over de wilsimpulsen, de gelatenheid tegenover lief en leed, de positiviteit bij het beoordelen van de wereld, de onbevangenheid bij de opvatting van het leven. Wie er achtereenvolgens bepaalde tijden aan heeft besteed, zich in het verwerven van deze eigenschappen te oefenen, zal het dan ook nog nodig hebben, in de ziel deze eigenschappen harmonisch te doen samenklinken. Hij zal ze in zekere zin telkens twee aan twee, drie en één enz. tegelijkertijd hebben te beoefenen, om harmonie tot stand te brengen.

De gekarakteriseerde oefeningen zijn door de methoden van de geestesscholing aangegeven, omdat zij bij nauwgezette toepassing bij de leerling niet alleen datgene tot stand brengen, wat hierboven als direct resultaat is genoemd, maar omdat zij indirect nog allerlei andere dingen tot gevolg hebben, die op de weg naar de geestelijke werelden van node zijn. Wie deze oefeningen in voldoende mate verricht, zal daarbij op vele gebreken en fouten in zijn zieleleven stuiten; en hij zal de middelen, die juist voor hem nodig zijn, vinden tot sterking en beveiliging van zijn leven, wat intellect, gevoel en karakter betreft.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS – bladzijde 336

Deze vertaling is van F. Wilmar uit de vierde druk van de Nederlandstalige uitgave – bladzijde 204-205

Eerder geplaatst op 14 mei 2013 (3 reacties)

Harmonie tussen de materiële cultuur en het leven in de geestelijke wereld

Tegenwoordig kondigt het morgenrood van het zesde na-Atlantische beschavingstijdperk zich reeds aan. Want wat op een bepaalde tijd in de ontwikkeling van de mensheid moet ontstaan, komt langzamerhand tot rijpheid in de voorafgaande tijd. Wat zich tegenwoordig reeds kan beginnen te ontwikkelen, is het opzoeken van de draad, die de twee zijden van de menselijke inborst verbindt, de materiële cultuur en het leven in de geestelijke wereld. Daartoe is nodig, dat aan de ene kant de uitkomsten van het geestelijk schouwen worden begrepen, en aan de andere kant in de waarnemingen en ervaringen van de zintuiglijke wereld de openbaringen van de geest onderkend worden. Het zesde beschavingstijdperk zal de harmonie tussen die twee tot volle ontwikkeling brengen.

Bron: Rudolf Steiner –  GA 013 – Die Geheimwissenschaft im Umriss  (bladzijde 298)

Vertaling F. Wilmar (Vierde druk, bladzijde 181, laatste bladzijde van hoofdstuk IV)