Moraliteit/Gezelligheid/Eenzaamheid

Als de mens immoreel is geweest in het leven, dan komt hij weliswaar samen met familieleden en vrienden, maar er is altijd door zijn eigen wezen zoiets gecreëerd als een muur waar hij niet doorheen kan naar de andere wezens. En de mens met een immorele zielsinstelling is na de dood een eenzaat, een eenzaam wezen dat overal zoiets als een muur om zich heeft en niet nader kan komen tot de wezens in wiens sfeer hij geplaatst is.

Maar de ziel met een morele gesteldheid, de ziel met zodanige innerlijke ideeën die we hebben als we onze wil louteren, die wordt om zo te zeggen een gezellige geest en vindt altijd de bruggen en de samenhangen met de wezens in wiens sfeer ze leeft. Of we eenzame of gezellige geesten zijn, dat hangt af van onze immorele of morele zielstoestand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 48-49)

Eerder geplaatst op 14 oktober 2017  (7 reacties)

Rudolf-Steiner+Okkulte-Untersuchungen-über-das-Leben-zwischen-Tod-und-neuer-Geburt

Moraliteit/Gezelligheid/Eenzaamheid

Als de mens immoreel is geweest in het leven, dan komt hij weliswaar samen met familieleden en vrienden, maar er is altijd door zijn eigen wezen zoiets gecreëerd als een muur waar hij niet doorheen kan naar de andere wezens. En de mens met een immorele zielsinstelling is na de dood een eenzaat, een eenzaam wezen dat overal zoiets als een muur om zich heeft en niet nader kan komen tot de wezens in wiens sfeer hij geplaatst is.

Maar de ziel met een morele gesteldheid, de ziel met zodanige innerlijke ideeën die we hebben als we onze wil louteren, die wordt om zo te zeggen een gezellige geest en vindt altijd de bruggen en de samenhangen met de wezens in wiens sfeer ze leeft. Of we eenzame of gezellige geesten zijn, dat hangt af van onze immorele of morele zielstoestand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 48-49)

Eerder geplaatst op 23 december 2016

Moraliteit/Gezelligheid/Eenzaamheid

Als de mens immoreel is geweest in het leven, dan komt hij weliswaar samen met familieleden en vrienden, maar er is altijd door zijn eigen wezen zoiets gecreëerd als een muur waar hij niet doorheen kan naar de andere wezens. En de mens met een immorele zielsinstelling is na de dood een eenzaat, een eenzaam wezen dat overal zoiets als een muur om zich heeft en niet nader kan komen tot de wezens in wiens sfeer hij geplaatst is.

Maar de ziel met een morele gesteldheid, de ziel met zodanige innerlijke ideeën die we hebben als we onze wil louteren, die wordt om zo te zeggen een gezellige geest en vindt altijd de bruggen en de samenhangen met de wezens in wiens sfeer ze leeft. Of we eenzame of gezellige geesten zijn, dat hangt af van onze immorele of morele zielstoestand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 48-49)

Kort fragment uit Mijn Levensweg van Rudolf Steiner – Ik beleefde twee levensstromen, die naast elkaar liepen

Mijn jeugdvriendschappen uit de tijd waarover ik hier spreek (ongeveer 1879-1883) namen een eigenaardige plaats in mijn leven in. Noodgedwongen waren ze de oorzaak van een soort dubbelleven in mijn ziel. De worsteling met de raadselen op het gebied van de kennis, die mij toen vooral in zijn ban hield, interesseerde mijn vrienden weliswaar in sterke mate, maar ze dachten weinig met mij mee. Bij het beleven van deze vraagstukken bleef ik tamelijk eenzaam. Daarentegen leefde ik zelf intens mee met alles wat in het leven van mijn vrienden een rol speelde. Zo beleefde ik twee levensstromen, die naast elkaar liepen. In de ene was ik een eenzame zwerver, in de andere was ik in een sprankelende gezelligheid samen met mensen, die mij lief waren geworden. En dit laatste was voor mijn ontwikkeling dikwijls van diepgaande, blijvende betekenis.

Bron: Nederlandstalige uitgave van Mijn Levensweg – bladzijde 55 (Uitgave 1981, Vrij Geestesleven)

Duitstalig: GA 28 – Mein Lebensgang (bladzijde 80-81)

Eerder geplaatst op 24 maart 2012

Gezelligheid en eenzaamheid

Zoals de mens hier leeft, ritmisch, tussen waken en slapen, zo leeft hij in de andere wereld zich in zichzelf terugtrekkend en in gezelligheid met andere zielen; tussen gezelligheid en eenzaamheid ritmisch afwisselend, zo is het leven in de hogere wereld, en hoe we in de hogere wereld leven, dat hangt ervan af hoe we ons hier voorbereid hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Düsseldorf, 27 april 1913 (bladzijde 315)

Eerder geplaatst op 26 november 2013