Zin voor werkelijkheid

Als we ons in de fysieke wereld geen zin voor werkelijkheid eigen maken, dan zullen we het niet kunnen vinden voor de spirituele wereld. Zich op de juiste manier in de spirituele wereld te kunnen inleven, moet hier in de fysieke wereld worden eigengemaakt. Dat is de reden waarom we zijn geplaatst in de fysieke wereld, waar we erop aangewezen zijn om de overeenstemming van de gedachten met de objectiviteit te zoeken, zodat we dit kunnen verwerven en het een gewoonte laten worden, en we het kunnen binnendragen in de geestelijke wereld.

Maar hoeveel mensen doen tegenwoordig beweringen alleen vanuit de emoties, waarbij het hen niets uitmaakt of ze met de objectiviteit overeenstemmen. Dit gaat juist in de tegenovergestelde richting van waar de wereld heen moet, als de mensheid vooruit wil gaan. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 170 – Das Rätsel des Menschen/Die geistigen Hintergründe der menschlichen Geschichte – Dornach, 28 augustus 1916 (bladzijde 236)

Eerder geplaatst op 23 juni 2018

rudolf-steiner-1861-1925-austrian-philosopher-social-reformer-T4MT58

Antroposofie mag nooit louter theorie zijn

Als antroposofie wordt geleerd als een wetenschap, wordt het schadelijk. Antroposofie mag nooit louter theorie zijn; ze moet onmiddellijk leven worden. Laat men het alleen maar een leer zijn, dan doodt men het. – Het is echter voor de mensen vandaag de dag veel gemakkelijker om te denken en zich enige antroposofische begrippen eigen te maken dan om ook maar een enkele gewoonte af te leggen. Wat antroposofie uit onze zielen maakt, is veel belangrijker dan nog zo veel theoretische kennis over geesteswetenschappelijke begrippen.

Bron: “Rudolf Steiner über die kommende Jugend”. Mündliche Äußerung Rudolf Steiners gegenüber Frau Sybell-Petersen, übermittelt von Adelheid Petersen in einem Vortrag, gehalten im August 1950

Te vinden in: Anthrowiki/Schulungsweg: Künftige Bedeutung des Schulungswegs

8512d866dd5c333250x250p

Adelheid Petersen (6 oktober 1878 – 3 mei 1966)

Eerder geplaatst op 28 mei 2016   (6 reacties)

Over voedingsinstinct bij kinderen (1 van 2)

Dat is eigenlijk het allergunstigste wat men doen kan (bij de voeding van kinderen): Acht slaan op hoe een kind begint dit of dat graag te eten, of niet graag te eten, als het de melk ontwend is, als het niet meer de melk heeft. Zodra het kind aan de andere voeding toe is, kan men van het kind leren, wat men het geven moet. Als men eerst het kind dwingt te eten, waarvan men denkt dat het eten moet, wordt het instinct bedorven. Dus men moet zich richten naar waar het kind instinct voor heeft. Natuurlijk, men moet veel van wat meteen tot slechte gewoonte wordt, wel indammen, maar waar men het indamt, moet men erop letten.

Neem bijvoorbeeld een kind bij wie u merkt dat het, ondanks dat u hem naar uw mening al het goede geeft, helemaal niet anders kan, als hij de eerste keer aan de tafel komt, dan uit zijn stoel op te klimmen, zich een beetje over de tafel te buigen om stiekem een stukje suiker te pakken! Ziet u, zoiets moet men op de juiste wijze opvatten, want zo’n kind dat uit zijn stoel klimt en een stukje suiker pikt, heeft zeer zeker iets in zijn lever niet in orde. Eenvoudig het voorval dat het kind wat suiker steelt, bewijst dat ergens in de lever iets niet in orde is.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 354 – Die Schöpfung der Welt und des Menschen – Dornach, 2 augustus 1924 (bladzijde 123-124)

peuter_wil_niet_eten_gezond

Eerder geplaatst op 12 mei 2017  (5 reacties)

De vierentwintigste Maria Magdalena

Het is een slechte gewoonte, dat wanneer er over vorige levens wordt gesproken, men altijd op belangrijke figuren uit de geschiedenis wil teruggrijpen. Dat is een verkeerde zaak, die maar al te vaak voorkomt. Het is me vaak overkomen dat verschillende personen historische figuren uit de evangeliën op hun vorige incarnatie wilden terugvoeren. Nog onlangs kwam er een dame, die beweerde dat ze Maria Magdalena was geweest. Ik heb haar gezegd dat ze de vierentwintigste Maria Magdalena was, die ik in mijn leven heb ontmoet. – Er moet de grootst mogelijke behoedzaamheid in acht worden genomen, opdat zulke fantasterijen niet voorkomen!

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Wenen, 9 februari 1912 (bladzijde 268)

Eerder geplaatst op 30 december 2016  (1 reactie)

Voor en tegen

Degenen van de geachte aanwezigen die vaker voordrachten van mij hebben gehoord, zullen weten dat het vanuit de geesteswetenschappelijke gezindheid mijn gewoonte is niet alleen te zeggen wat voor een zaak spreekt, maar ook te zeggen wat er tegen spreekt. En in het bijzonder in meer besloten voordrachten over hogere gebieden der antroposofie zorg ik ervoor dat altijd te doen. Zodat degene, die mijn geschriften doorwerkt, in deze geschriften niet alleen vindt, waarmee men bepaalde geestelijke feiten, geestelijke wezens aantonen (Duits: begründen) kan, maar ook waarmee men de dingen weerleggen kan. Alleen daardoor krijgt men een waarheidsgetrouw inzicht (Duits: Erlebnis).

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bazel, 19 oktober 1917  (bladzijde 82)

Eerder geplaatst op 24 maart 2016