Gevoel en verstand

Iemand, die materialistisch denkt, gelooft zo gauw dat men alleen met abstracte begrippen in de dingen kan doordringen; het kost hem de grootste moeite om tot het inzicht te komen, dat de andere krachten van de ziel minstens evenzo nodig zijn voor het begrijpen van de dingen als het verstand. Het is niet alleen maar beeldspraak, wanneer gezegd wordt, dat men evengoed met het gevoel, het gemoed, het hart, kan begrijpen als met het verstand. Verstandelijk begrip vormt slechts één middel om de dingen van deze wereld te begrijpen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – Die Erziehung des Kindes vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft (blz. 334)

Vertaling: W.F. Veltman – De opvoeding van het kind in het licht der antroposofie 

486x840

Eerder geplaatst op 23 februari 2018

Iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit

Iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit, en wanneer ik denk dat iemand een slecht mens is of ik bemin hem niet, dan is dat voor wie in de astrale wereld kan schouwen, als een pijl, als een bliksem die zich als een geweerkogel naar de ander beweegt en hem beschadigt. Ieder gevoel, iedere gedachte is een wezen, een vorm in de astrale wereld en voor wie in deze wereld kan kijken is het dikwijls veel erger om te zien hoe iemand een slechte gedachte over een ander koestert dan wanneer iemand die ander fysiek schaadt.

Bron: Rudolf steiner – GA 95 –  VOR DEM TORE DER THEOSOPHIE –  Stuttgart, 23 augustus 1906 (blz. 23)

a4618542165899.Y3JvcCwxNDEzLDExMDYsMTgxLDQ1MA

Eerder geplaatst op 25 oktober 2012  (15 reacties)

Dit gevoel dat de mens slechts een mechanisme is, voert de aardse cultuur naar de ondergang     

We moeten geheel onze opvoeding doordringen met het gevoel: de wordende mens staat voor ons, maar hij is de voortzetting van wat zich heeft afgespeeld in de bovenzinnelijke wereld, voordat de mens is geboren of verwekt. […]

En alleen als dat gevoel ons werkelijk doordringt, kunnen we werkelijk onderwijzen. Want gelooft u niet dat dit gevoel onvruchtbaar is! De mens is zo georganiseerd dat hij, met een juist georiënteerd gevoel, zichzelf richtinggevende krachten geeft vanuit deze gevoelens. 

Als u dit gevoel niet verwerft, dat elke mens als een kosmisch raadsel doet aanzien, dan zult u alleen maar het gevoel kunnen krijgen dat u elke mens als een mechanisme beschouwt, en in de vorming van dit gevoel dat de mens slechts een mechanisme is, zou gewoonweg de ondergang van de aardse cultuur liggen. Daarentegen kan de opkomst van de aardse cultuur alleen worden gezocht in de doordringing van onze opvoedingsimpulsen met het gevoel van de kosmische betekenis van de gehele mens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 294 – Erziehungskunst/Methodisch-Didaktisches – Stuttgart, 22 augustus 1919 (bladzijde 33-34)

2nd_rudolf_steiner-1

Eerder geplaatst op 3 augustus 2019  (9 reacties)

Wat met het gevoel samenhangt, keert op de een of andere manier terug

Wat met het gevoel samenhangt, keert op de een of andere manier terug. Door wat ik al dikwijls als een soort representant van deze dingen heb aangevoerd, kunt u dit misschien met uw gedachten benaderen.

Als we een kind leren bidden, dat wil zeggen gevoelsmatig daarbij een stemming van eerbied leren ontwikkelen, dan treedt ook dit weer een keer te voorschijn. Weliswaar keert het pas later, na zeer lange tijd weer terug, soms ook bij tussenpozen, maar het werkt verder en keert eens weer terug. Na lange tijd treedt het bidden weer op in de mogelijkheid van de ziel om te kunnen zegenen. Daarom zeg ik dikwijls: Geen enkel bejaard mens zal effectief in stilte kunnen zegenen, zonder als kind het bidden te hebben geleerd. Het bidden wordt gemetamorfoseerd tot zegenen. Zo werkt in het leven de terugkeer van gevoelsinhouden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 194 – Die Sendung Michaels – Dornach, 6 december 1919 (bladzijde 130)

Vertaling: W.A.C. Labberté, overgenomen uit het boek Rudolf Steiner – Michaël (bladzijde 119) – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

Eerder geplaatst op 10 juli 2018  (6 reacties)

biddend-kind-19901455

Waarom moeten in de geesteswetenschap zo veel dingen geleerd worden? 

Het is onmogelijk dat iemand heel gemakkelijk tot een werkelijke kennis komt van wat door de geesteswetenschap geleidelijk aan de wereld moet worden duidelijk gemaakt. Er zijn natuurlijk tegenwoordig velen die zeggen: ‘Ach, waarom moeten in de geesteswetenschap zo veel dingen geleerd worden? Moeten wij dan weer schoolkinderen worden? Het komt alleen maar op het gevoel aan.’ – Daar komt het inderdaad op aan, maar op het juiste gevoel komt het aan, dat men door activiteit moet verkrijgen!

Zo is het met alles. Het zou immers voor een schilder ook aangenamer zijn als hij niet eerst de vaardigheden van zijn kunst zou moeten leren en als hij niet het schilderij langzaam op het doek zou moeten brengen, maar slechts zou hoeven te ademen om zijn werk klaar te hebben! […] Voor muziek zal nauwelijks iemand toegeven, dat iedereen, die helemaal niets van muziek geleerd heeft, al een componist is; daar is het geheel vanzelfsprekend. Voor de schilderkunst wordt dit ook nog wel toegegeven, hoewel al wat minder. Voor de dichtkunst, daar is het al nog minder; anders zouden er in onze tijd niet zo veel dichters zijn. Want er is eigenlijk geen tijd zo onpoëtisch als de onze, maar er zijn zo veel dichters. Men hoeft het niet geleerd te hebben; men hoeft, wat natuurlijk niks met poëzie van doen heeft, alleen maar te kunnen schrijven – tenminste orthografisch -, men hoeft slechts zijn gedachten juist te kunnen uitdrukken! 

Nu ja, en om te filosoferen, daar is nog minder voor nodig! Want dat iedereen vandaag de dag over al het mogelijke, wat wereld- en levensbeschouwing betreft, zonder meer kan oordelen, dat geldt als vanzelfsprekend; want een ieder heeft zijn standpunt. En men beleeft het steeds weer opnieuw dat het niet uitmaakt of men met alle middelen van innerlijke arbeid ertoe gekomen is iets te kennen en te doorgronden in de wereld. Het geldt tegenwoordig als vanzelfsprekend dat de mening van degene, die zich eenvoudig heeft voorgenomen ook een mening te hebben, even gerechtvaardigd is als de mening van degene, die lang gewerkt heeft om zelfs maar een beetje over de wereldgeheimen te kunnen zeggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – München, 25 februari 1912 (bladzijde 96-97)

Eerder geplaatst op 25 september 2017  (3 reacties)

550x588