Erfelijke belasting (1 van 3)  

Men hoort tegenwoordig geen woord vaker dan het woord “erfelijke belasting”. Hoe zou iemand die vandaag de dag niet minstens elke week drie of vier keer het woord “erfelijke belasting” in de mond neemt als een ontwikkeld mens kunnen worden beschouwd? Een geschoold mens moet toch op zijn minst weten dat de geleerde geneeskunde vastgesteld heeft wat erfelijke belasting in het mensenleven betekent! Wie niet kan zeggen, als hier of daar iemand niets met zichzelf weet te beginnen, dat de betrokken persoon erfelijk belast is, die is niet een goed opgeleid mens, maar iets anders, wellicht ook een antroposoof.

Dit is waar de huidige wetenschap begint zich niet alleen theoretisch te vergissen, maar waar ze begint het leven te schaden. Hier is de grens waar de theoretische benadering de moraliteit benadert, waar het immoreel is om een onjuiste theorie te hebben. Hier hangt de levenskracht, de levenszekerheid ervan af om juist het ware te weten. Wie zich versterkt en krachtig maakt vanuit een juiste geestelijke visie in zijn ziel, doordat hij zichzelf een levenselixer toevoegt, waartoe zal hij in staat zijn?

Wat hij ook mag hebben geërfd, het is erfelijkheid in het fysieke lichaam, of hooguit in het etherische lichaam. Door zijn juiste levensbeschouwing zal hij zich in zijn eigenlijke wezenskern steeds sterker en sterker maken en hij zal overwinnen, wat erfelijke belasting is, want het geestelijke is, als het op de goede manier aanwezig is, in staat het lichamelijke te compenseren.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 22 december 1909 (bladzijde 54)

Eerder geplaatst op 13 november 2017  (4 reacties)

798x1200

Hedendaags autoriteitsgeloof erger dan middeleeuws bijgeloof

We moeten vooral oppassen dat we in geen enkel tijdperk te veel aandacht besteden aan wat als autoriteit optreedt. Zolang men geen spiritueel inzicht heeft, kan men daar erg de fout in gaan. Dit is met name het geval op een gebied van de menselijke cultuur, op het gebied van de materialistische geneeskunde, waar we zien hoe beslissend is wat de autoriteit in handen  heeft en dat uitlopen zal op iets wat veel erger, veel vreselijker is dan elke heerschappij door autoriteit in de veel bespotte middeleeuwen. 

We zijn er tegenwoordig al midden in en het zal nog steeds sterker en sterker worden. Als men zo vreselijk de spot drijft met de geesten van middeleeuws bijgeloof, dan zou men willen zeggen: ja, is er in dit verband iets bijzonder veranderd? Is deze angst voor geesten verdwenen? Zijn mensen niet nog veel banger voor geesten dan toen?

Wat er in de menselijke ziel omgaat als mensen wordt verteld dat ze 60.000 bacillen op hun handen hebben, is veel verschrikkelijker dan algemeen wordt aangenomen. In Amerika is berekend hoeveel van dergelijke bacillen er in een enkele mannelijke snor zitten. [….] De angst die door de bacillen wordt verwekt is nog maar net begonnen en leidt er in gezondheidskwesties toe dat mensen bezwijken voor een werkelijk verschrikkelijk autoriteitsgeloof.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127Die  Mission  der  neuen Geistesoffenbarung – Mannheim, 5 januari 1911 (blz. 22)

8c73e7d2162293347778be362f00a492_400x400

Hoe denkt de antroposofie over geestesziekten? (2 van 2)

De samenhang tussen hersenen en gedachte ligt echter niet in de fysiek-zintuiglijke wereld. Deze ligt in een hogere wereld. En hoewel de fysieke hersenen, die onze ogen in de fysieke ruimte zien, niet direct beïnvloedt kunnen worden door de inhoud van het denken, zoals het eveneens aan de fysieke wereld gebonden verstand deze kent, zo bestaat er toch een – voor de fysieke waarneming verborgen – samenhang tussen de hogere geestelijke wetten, waaruit de hersenen enerzijds, de gedachten van deze hersenen anderzijds stammen.

En wie deze samenhang zien kan, voor die is – onder bepaalde voorwaarden – de zin zeker juist: De mens maakt zichzelf door zijn verkeerde gedachten waanzinnig, dat wil zeggen hersenziek. Een dergelijke zin moet men echter eerst begrijpen, voordat men hem bekritiseert. En de hedendaagse medische wetenschap – natuurlijk niet alle medici – missen de middelen om hem te begrijpen. Men zou nu als antroposoof in zulke gevallen beslist tolerant moeten zijn. Met alleen maar de veroordeling van de geneeskunde en haar materialisme is helemaal niets gedaan. De antroposoof zou moeten inzien waarom de hedendaagse arts hem niet kan begrijpen; terwijl hij toch zeker wel in staat is deze arts te begrijpen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908/GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE – juli 1904 (bladzijde 364 -365)

Eerder geplaatst op 31 oktober 2017  (4 reacties)

rudolf-steiner-ga-34-lucifer-gnosis-grundlegende-a

Vivisectie

De huidige wetenschap is ten gevolge van haar materialisme op de vivisectie aangewezen. De anti-vivisectie stroming ontspringt aan diep morele gronden. Maar men zal in de wetenschap de afschaffing van de vivisectie niet bereiken zolang de geneeskunde niet het hogere schouwen teruggewonnen heeft.

Alleen doordat zij de helderziendheid verloren heeft, heeft de medische wetenschap haar toevlucht moeten nemen tot vivisectie. Als we opnieuw de astrale wereld teruggewonnen zullen hebben, die zich van ons teruggetrokken heeft,  zal de helderziendheid de arts in staat stellen zich op een spirituele manier in de innerlijke toestand van de zieke organen te verzinken, en de vivisectie zal als nutteloos nagelaten worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Kosmogonie – Parijs, 2 juni 1906 (bladzijde 65)

Eerder geplaatst op 4 februari 2017  (3 reacties)

184886_3-1

Kinderlijke wetenschap

Critici die alleen maar willen bouwen op de natuurwetenschap zeggen vandaag nog dat wat deze geesteswetenschap, die vanuit de antroposofie werkt, te zeggen heeft over ziekte en genezingsprocessen, kinderlijk is. – Nu, dit is heel begrijpelijk voor mensen die alleen maar willen denken en werken vanuit de zintuiglijke wetenschap. Maar het moet toch gezegd worden dat deze mensen geen idee hebben van de ware omstandigheden wanneer ze de dingen ‘kinderlijk’ noemen, en dat wat de wetenschap van de zintuigen anatomisch, pathologisch en therapeutisch voortbrengt, slechts een onderbouw is voor wat de geestelijke waarneming als resultaat geeft voor de geneeskunde.

En ik wil het niet in een denigrerende zin, maar alleen in relatie tot sommige critici zeggen: Als iets in menig opzicht kinderlijk is, dan is het de medische wetenschap die zich alleen op het fysiek-zintuiglijke wil funderen, waarbij ik niet het kinderlijke wil misprijzen, maar er alleen naar verwijzen hoe het kan worden aangevuld met wat voortkomt uit een geestelijke kennis met betrekking tot de totale mens.

– Als u dit bedenkt, zult u inzien hoe men in de details moet gaan als men de activiteiten van het etherische, het astrale organisme en het Ik van de mens in het fysieke leven wil doorzien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 215 – Die Philosophie, Kosmologie und Religion in der Anthroposophie – Dornach, 15 september 1922 (bladzijde 170)