Devachan / Gelukzaligheid

We hebben nu iets gehoord over de aard van het Devachan; nu rijst de vraag: hoe komt de eigenlijke gelukzaligheid van het devachan tot stand? – De activiteit in het Devachan bestaat voornamelijk uit het scheppend werken, en het is lastig om een ​idee te geven van deze gelukzaligheid.

Maar misschien kan een vergelijking met iets aards het ons duidelijker maken.  Er bestaat  een gewaarwording op aarde die we ons het beste kunnen voorstellen als we denken aan het gevoel van een wezen dat actief is met het voortbrengen van een ander wezen, bijvoorbeeld een kip die een ei uitbroedt.

Het is een groteske, maar wel geschikte vergelijking. Voor het zinnelijke gevoel van de kip is het broeden een gelukzaligheid, een enorm gevoel van welzijn. Dit kan nu worden overgedragen naar het geestelijke en zo kan men zich een voorstelling maken van het Devachan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor  dem  Tore  der  Theosophie – Stuttgart, 26 augustus 1906 (blz. 47)

774x1200

Belevenissen zetten zich om in vermogens, vaardigheden en talenten

De wijze waarop de ervaringen hier op aarde verwerkt worden, is zodanig dat slechts een zeer gering deel uit deze ervaringen meegenomen wordt; uit iedere gebeurtenis zou men veel meer kunnen halen. Denk bijvoorbeeld eens aan hoe men schrijven geleerd heeft. Dat ging gepaard met een verscheidenheid aan ervaringen. Deze belevenissen ballen zich als het ware tot een enkel vermogen samen, de vaardigheid van het schrijven. Wat zich eerst uiterlijk in de wereld heeft afgespeeld, verandert in een vaardigheid. In alle ervaringen is een dergelijke mogelijkheid, een dergelijke gelegenheid besloten: ze kunnen zich later in bekwaamheden, talenten omzetten.

Na de dood vindt een dergelijke omzetting plaats. Als de mens dan weer geboren wordt, verschijnt dan veel als talent, als aanleg. Dat is in het devachan het basisgevoel: dat alle belevenissen zich transformeren tot vermogens, bekwaamheden. Dat geeft het gevoel van gelukzaligheid. Een stroom van geluk doortrekt dan de mensen. Al het creëren (Duits: hervorbringen) voelt een wezen als gelukzaligheid. De verhoudingen die zich in de wereld gesponnen hebben, zijn in het devachan veel intensiever dan hier op aarde. De beperkingen van ruimte en tijd vallen weg. Men kan in deze wereld in feite in andere mensen opgaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 182-183)

Eerder geplaatst op 22 maart 2014

Het land der vreugde en gelukzaligheid

Wat bedoelt men met het land der vreugde en gelukzaligheid? Het is de vreugde van de onbegrensdheid, de eeuwige activiteit, het eeuwige werken. Waarom kan alles wat ons in de aardse wereld bedrukt, ons in het Devachan (geestesland, goddelijke wereld) niet meer bedrukken? Het Devachan is geen oord der gelukzaligheid, doordat ons genietingen ten deel vallen, zoals de mens ze in de aardse wereld verlangt en begeert, maar doordat hij vrij is van zijn lichaam, vrij is van dat wat naar zinnelijke lusten verlangt, vrij is ook van wat hem begrenst, en omdat het hem mogelijk wordt om op datgene, wat anders van buiten op hem werkt, terug te werken.

Wat ons begrenst in de zintuiglijke wereld, is verwijderd, wat ons smart kan doen, is er niet meer. Want waardoor ontstaat de smart? Doordat op ons astraallichaam of op ons fysieke lichaam indrukken gemaakt worden. Deze lichamen hebben we afgelegd, als wij in de geesteswereld zijn; de aanleiding (Duits: Grund) voor de smarten en de onlustgevoelens, die wij in de fysieke wereld beleven, is weggevallen. Omdat niemand meer egoïstisch kan zijn, kan ook niemand meer egoïstische vreugden verlangen; omdat niemand meer een astraallichaam heeft, is men vrij van alles wat de eigen persoonlijkheid bedrukken kan. Daarom noemt men het Devachan het “Land der verrukking”, het “Land der gelukzaligheid”.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 25 februari 1904 (bladzijde 141)

Eerder geplaatst op 1 februari 2012

Het Devachan

Na de tijd in het kamaloka begint voor de mens de tijd van het devachan, de intrede in de geestelijke wereld, in het vaderland der goden en alle geestelijke wezens. Als de mens deze wereld binnentreedt, beleeft hij een gevoel dat men vergelijken kan met de bevrijding van een plant die in een smalle rotsspleet groeide en plotseling in het licht binnengaat (emporwächst). Want wanneer de mens in deze hemelwereld binnenkomt, beleeft hij in zich de volkomen geestelijke vrijheid en hij geniet voortaan de absolute gelukzaligheid.

Want, wat is eigenlijk deze tijd van het devachan? U kunt zich daar een voorstelling van maken als u overweegt, dat de mens hier de voorbereiding treft voor een nieuw leven, voor een nieuwe wedergeboorte. In de fysieke wereld, in deze aardse wereld (unteren Welt) heeft de mens zo veel ervaren en beleefd en deze ervaringen heeft hij mee naar boven genomen (hinübergenommen). Hij heeft deze als een vrucht van het leven in zich opgenomen, wat hij nu vrij in zich verwerken kan. Hij vormt zich nu in de devachantijd een oerbeeld voor een nieuw leven. Dat geschiedt gedurende een lange, lange tijd. Dat is een scheppen aan het eigen leven (Sein) en dit scheppen, dit produceren is met gelukzaligheid verknoopt. […] Het is voor de mensen een lust om in het devachan de vruchten van het voorbije leven in te weven in het plan voor een nieuw leven.

Bron: Rudolf Steiner –  GA 108 – Die Beantwortung von Welt- und Lebensfragen durch Anthroposophie – Breslau, 2 december 1908 (bladzijde 58)

Eerder geplaatst op 28 december 2015

Het Devachan

Na de tijd in het kamaloka begint voor de mens de tijd van het devachan, de intrede in de geestelijke wereld, in het vaderland der goden en alle geestelijke wezens. Als de mens deze wereld binnentreedt, beleeft hij een gevoel dat men vergelijken kan met de bevrijding van een plant die in een smalle rotsspleet groeide en plotseling in het licht binnengaat (emporwächst). Want wanneer de mens in deze hemelwereld binnenkomt, beleeft hij in zich de volkomen geestelijke vrijheid en hij geniet voortaan de absolute gelukzaligheid.

Want, wat is eigenlijk deze tijd van het devachan? U kunt zich daar een voorstelling van maken als u overweegt, dat de mens hier de voorbereiding treft voor een nieuw leven, voor een nieuwe wedergeboorte. In de fysieke wereld, in deze aardse wereld (unteren Welt) heeft de mens zo veel ervaren en beleefd en deze ervaringen heeft hij mee naar boven genomen (hinübergenommen). Hij heeft deze als een vrucht van het leven in zich opgenomen, wat hij nu vrij in zich verwerken kan. Hij vormt zich nu in de devachantijd een oerbeeld voor een nieuw leven. Dat geschiedt gedurende een lange, lange tijd. Dat is een scheppen aan het eigen leven (Sein) en dit scheppen, dit produceren is met gelukzaligheid verknoopt. […] Het is voor de mensen een lust om in het devachan de vrucht van het voorbije leven in te weven in het plan voor een nieuw leven.

Bron: Rudolf Steiner –  GA 108 – Die Beantwortung von Welt- und Lebensfragen durch Anthroposophie – Breslau, 2 december 1908 (bladzijde 58)

Eerder geplaatst op 15 april 2011