Over leren lezen en schrijven (3- Slot)

De pedagogische impulsen moeten aan het leven worden afgemeten. En dat is de essentie van onze pedagogiek, dat we het hele leven van het kind in gedachten hebben en dat we weten: als we het kind in het zevende, achtste jaar iets leren, dan moet het op een zodanige manier worden bijgebracht dat het met het kind meegroeit, dat het kind het in het dertigste, veertigste jaar nog heeft, dat men het hele leven er wat aan heeft.

Ziet u, het is zo dat juist de kinderen die perfect kunnen lezen en schrijven op achtjarige leeftijd met betrekking tot bepaalde innerlijke psychische gezondheidsimpulsen verkommeren. Ja, werkelijk verkommeren. Het is een groot geluk als men op de leeftijd van acht jaar nog niet zo kan lezen en schrijven als het tegenwoordig verlangd wordt. Het is een groot geluk voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 298 – Rudolf Steiner in der Waldorfschule / Vorträge und Ansprachen für die Kinder, Eltern und Lehrer in der Waldorfschule Stuttgart 1919-1924 – Stuttgart, 9 mei 1922 (bladzijde 130)

Goede gedachten zijn als balsem voor de doden

Goede gedachten zijn als balsem voor de doden. Geen egoïstische liefde moet men hen sturen, niet treuren dat men de overledenen zelf niet meer heeft; dat stoort de overledenen en is voor hen een zware last. De liefde, die blijft, die er geen aanspraak op maakt de dode nog hier te willen hebben, die baat de dode en vermeerdert zijn geluk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 2 september 1906 (bladzijde 151)

Eerder geplaatst op 28 maart 2013

Het ene is niet zonder het andere mogelijk

De hogere werelden zijn rondom ons. Deze werelden zijn echter niet alleen paradijselijke werelden, niet alleen werelden van gelukzaligheid, hoewel paradijs en geluk in hen is; maar het zijn ook werelden die verschrikkelijk kunnen zijn voor de mensen, gevaarlijk door feiten en wezens. Als de mens kennis wil verkrijgen van de grootheid en het gelukbrengende van deze werelden, dan kan hij dat niet anders dan doordat hij ook kennis maakt met het gevaarlijke, met het vreeswekkende dat ze bevatten. Het ene is niet zonder het andere mogelijk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 12 december 1907 (bladzijde 143-144)

Eerder geplaatst op 5 mei 2014 

Leven ten koste van anderen

Vandaag de dag denken veel mensen er nog niets bijzonders bij als ze zich ten koste van andere mensen verrijken, op kosten van anderen leven. Niet alleen dat de mensen dit ten koste van anderen leven niet bijzonder in een morele zelfkritiek betrekken, ze denken er niet eens over na. Als ze er namelijk over nadachten, dan zouden ze vinden dat men veel meer ten koste van van anderen leeft dan de mensen gewoonlijk menen. Iedereen leeft namelijk ten koste van anderen.

Nu zal zich het bewustzijn ontwikkelen dat het leven ten koste van anderen ook in de gemeenschap hetzelfde betekent als wanneer zich een of ander orgaan in een organisme zich ten koste van een ander orgaan op onrechtmatige wijze ontwikkelt, en dat het geluk van de afzonderlijke mens in werkelijkheid niet mogelijk is zonder het geluk van het geheel.

Dat vermoeden tegenwoordig natuurlijk de mensen nog niet, maar dat moet geleidelijk aan een basisgedachte zijn van een werkelijk menselijke moraal. Vandaag de dag streeft ieder zijn eigen geluk in de eerste plaats na, denkt er niet aan dat het eigen geluk in wezen slechts mogelijk is bij het geluk van alle anderen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 19 maart 1918 (bladzijde 111)

Eerder geplaatst op 2 juni 2017

Het Geweten: Een Profetisch Voorgevoel

Het geweten geeft aan of we terugschrikken zullen of dat we gelukkig zullen zijn (Duits: beseligt sein werden), als we in het devachan onze handelingen zullen kunnen aanzien. Het geweten is dus een soort profetisch voorgevoel van hoe we onze daden na de dood zullen ervaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Breslau, 3 februari 1912 (bladzijde 69)