Journalistieke misleiding

Op de waarheid in dit bericht (Steiner spreekt hier over een onwaarheid in een geschiedenisboek) komt het  helemaal niet aan; men zegt gewoon wat men zeggen wil, waarbij ervan wordt uitgegaan dat door de magische kracht van de moderne journalistiek de mensen er wel toe komen alles te geloven. Dit is een van de middelen van bepaalde groeperingen: te rekenen op de macht van de journalistiek om mensen alles te laten geloven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 174 – Das Karma der Unwahrhaftigkeit, Zweiter Teil – Dornach, 15 januari 1917 (blz. 170)

propaganda-in-de-media-nieuwsvervaardiging-misleidende-informatie-manipulatie-van-feiten-verkeerd-geinformeerde-mensen-desinformatie-verspreidde-zich-fraude-journalistiek_335657-387

Het geloven op gezag is overgegaan van de religie naar de wetenschap

De mens is er tegenwoordig zo trots op om tegen zichzelf te zeggen dat hij alleen maar gelooft aan wat hij met zijn eigen, persoonlijke wezen bevatten kan. En toch is het als men dieper kijkt zo alsof het oude autoriteitsgeloof van de religies op een ander gebied overgesprongen is, en dit gebied is juist wat men met grote onzekerheid, maar met een des te sterker geloof, abstract “de wetenschap” noemt. – Zodra de mens vandaag de dag hoort: “de wetenschap”, dan komt er weer van alles in hem op wat voorheen van het oude autoriteitsgeloof in een heel andere richting ging.

Wat wetenschappelijk zou zijn vastgesteld, dat is tegenwoordig – om redenen die de mensen in wijdverbreide kring zich helemaal niet goed duidelijk maken – een autoriteit van veel grotere macht dan ooit een autoriteit geweest is. 

Hoe vaak hoort men vandaag de dag als antwoord op het een of ander wat als vraag opkomt uit het menselijk innerlijk: ‘De wetenschap zegt dit of dat.’ Deze algemene macht, de wetenschap, heeft nu alle autoriteit voor zich opgeëist. Ze heeft deze autoriteit bij de mensen, die over zichzelf van mening zijn dat ze op de hoogte van hun tijd zijn, ook met betrekking tot levensbeschouwingsvragen in aanspraak genomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 77a – Die Aufgabe der Anthroposophie gegenüber Wissenschaft und Leben – Darmstadt, 28 juli 1921 (bladzijde 56-57)

Eerder geplaatst op 16 november 2017  (3 reacties)

rudolf-steiner-ga-77a-die-aufgabe-der-anthroposoph

Als er gezegd wordt: ‘Ook de geesteswetenschap moet men geloven’, dan berust dit op een volkomen misverstand.

Ik heb het al vaak benadrukt: Als er gezegd wordt: ‘Ook de geesteswetenschap moet men geloven’, dan berust dit op een volkomen misverstand. Dat de mensen zeggen dat men de geesteswetenschap ook maar moet geloven, komt doordat ze zo volgepropt zijn met materialistische vooroordelen dat ze niet ingaan op wat deze wetenschap werkelijk geven kan. Als men er eenmaal op ingaat, kan men alles bevatten en begrijpelijk vinden. Het is niet alleen de helderziendheid dat toereikend is, het gewone begripsvermogen is voldoende om alles langzamerhand – hoewel menigeen “langzamerhand” ongemakkelijk zal vinden – te bevatten en te begrijpen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 154 – Wie erwirbt man sich Verständnis für die geistige Welt? – Berlijn, 18 april 1914 (bladzijde 19)

Eerder geplaatst op 1 October 2017  (2 reacties)

geloven-weten-wegwijzer-beeld_csp19824076

Als er gezegd wordt: ‘Ook de geesteswetenschap moet men geloven’, dan berust dit op een volkomen misverstand.

Ik heb het al vaak benadrukt: Als er gezegd wordt: ‘Ook de geesteswetenschap moet men geloven’, dan berust dit op een volkomen misverstand. Dat de mensen zeggen dat men de geesteswetenschap ook maar moet geloven, komt doordat ze zo volgepropt zijn met materialistische vooroordelen dat ze niet ingaan op wat deze wetenschap werkelijk geven kan. Als men er eenmaal op ingaat, kan men alles bevatten en begrijpelijk vinden. Het is niet alleen de helderziendheid die toereikend is, het gewone begripsvermogen is voldoende om alles langzamerhand – hoewel menigeen “langzamerhand” ongemakkelijk zal vinden – te bevatten en te begrijpen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 154 – Wie erwirbt man sich Verständnis für die geistige Welt? – Berlijn, 18 april 1914 (bladzijde 19)

Eerder geplaatst op 18 augustus 2017

387-steiner-rudolf-wie-erwirbt-man-sich-verstandnis-fur-die-geistige-welt-steiner-rudolf-1

Weten en Geloven

De ware ingewijde zal de wetenschappelijk onderzochte feiten nooit miskennen, maar welwillend de waarheden en de verdienste van de wetenschap erkennen. Echter moet hij het afwijzen om toe te geven dat de wetenschappelijke dogmatici de grenzen van de kennis vast zouden kunnen stellen. De wetenschapper is trots op het weten, in tegenstelling tot het geloven. Maar als er sprake is van geloven en niet geloven en de wetenschapper van mening is dat zijn onderzoeksresultaten vrij van geloven zijn, dan vergist hij zich. Het is eenvoudig onmogelijk om iets te onderzoeken en te leren zonder te geloven.

Neem bijvoorbeeld de theorie van cellen. We hebben in de boeken de mooie afbeeldingen van cellen, cellendeling, cellenleven enzovoort, helder en duidelijk, met alle details. Maar wie van ons heeft dat zo duidelijk zelf al gezien? We geloven allemaal dat het zo is. Zelfs de hoogleraren, die zulke dingen onderwijzen, hebben in  de zeldzaamste gevallen dit alles zelf gezien , maar evengoed onderwijzen ze het. Ze hebben het niet zelf kunnen zien om de reden dat het zo moeilijk en zeldzaam te observeren is, dat maar weinigen er in slagen om het te zien, en het dan in werkelijkheid helemaal niet zo helder en duidelijk is, zoals het er op de afbeeldingen uitziet(1909!). […] Hoeveel van deze onderzoekers hebben nooit gezien wat ze onderwijzen. Tot de tijd dat hij het zelf voor het eerst zag, moest hij het geloven en anderen met hem. En toch eist hij van de geesteswetenschap dat men niet mag geloven, en dat niemand meer zal kunnen weten dan hij zelf.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 – Zur Einweihung des Zweiges Breslau – Breslau, 15 juni 1909 (bladzijde 278-279)

Eerder geplaatst op 1 november 2015  (1 reactie)