Alle bestaan is geest

Alleen als u de geestelijke wereld leert kennen, kunt u ook de materiële wereld begrijpen. Geesteswetenschap is niet iets voor zonderlingen, maar juist iets voor de meest praktischen onder de practici. Alle bestaan is geest. Zo waar als ijs water is, zo waar is ook de materie geest. Of mineraal, of plant, of dier, of mens, ze zijn geest in verdichte vorm.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis/Theosophie und Rosenkreuzertum – Kassel, 16 juni 1907 (bladzijde 26)

Eerder geplaatst op 1 augustus 2017  (1 reactie)

1896-1

Nog grotere oorlogen zullen komen

We moeten weer met het verstand tot de geest komen. Dat is de taak van de antroposofie; ze wil niet, wat vandaag de dag veel mensen willen, primitieve toestanden weer terugbrengen, bijvoorbeeld oude Indische wijsheid opnieuw onder de mensen brengen. Dat is gewoon onzin, als men dit over ons zegt, maar de antroposofie hecht de waarde aan het tot de geest komen, maar met het volle verstand, juist met het volle verstand! En dat is belangrijk, dat moet u vasthouden: Het komt helemaal niet in ons op om op een of andere wijze iets tegen het verstand in te willen brengen, maar het gaat erom met het verstand vooruit te komen.

In vroegere tijden waren de mensen met de geest, maar zonder verstand (Duits: Erst waren die Menschen ohne Verstand mit dem Geist da); daarna is de geest langzamerhand uitgedoofd (Duits: heruntergekommen), het verstand is groot geworden. Nu moet men weer vanuit het verstand tot de geest komen. Deze weg moet de cultuur opgaan. Als de cultuur deze weg niet nemen wil – ja, mijne heren, men heeft altijd gezegd: De wereldoorlog, zoiets is er helemaal nog nooit geweest.- Dat is ook zo: Zo hebben de mensen elkaar nog nooit uitgemoord (Duits: zerfleischt). Maar als de mensen deze weg niet willen gaan, dat ze het verstand weer op de geest richten, dan zullen nog grotere oorlogen komen.

Steeds wildere en wildere oorlogen zullen dan komen en de mensen zullen daadwerkelijk elkaar uitroeien, zoals de twee ratten die men in een rattenkooi opgesloten heeft, die elkaar opgevreten hebben tot er op het laatst niets meer was dan de twee staarten. Dat is wat sterk uitgesproken, maar in feite werkt de mensheid ernaar toe dat er uiteindelijk niets meer van de mensheid over is. Dat is echter zeer belangrijk om te weten, hoe eigenlijk de loop van de mensheid is!

Bron: Rudolf Steiner – GA 354 – Die Schöpfung der Welt und des Menschen – Dornach, 6 augustus 1924 (bladzijde 142-143)

Eerder geplaatst op  17 mei 2017  (25 reacties)

Instrumenten

Degenen die door de poort van de dood zijn gegaan, willen meewerken aan de fysieke wereld. Deze medewerking is slechts schijnbaar een fysieke medewerking, want al het fysieke is slechts een uiterlijke uitdrukking van de geest. 

De materialistische tijd heeft de mensen van de wereld van de doden vervreemd; de geesteswetenschap moet de mensen weer met de wereld van de doden bekend maken. Een tijd moet weer komen, waar we het de doden niet onmogelijk maken om hun werk ook hier te doen voor de vergeestelijking van de fysieke wereld, doordat wij ons van hen vervreemden. Want de doden kunnen niet met de handen de dingen hier in de fysieke wereld aanpakken en rechtstreeks fysieke arbeid verrichten.

Dat zou een onzinnig geloof zijn. De dode kan op geestelijke wijze handelen. Maar daarvoor moet hij de instrumenten gebruiken die beschikbaar zijn voor hem; daarvoor heeft hij het geestelijke nodig dat hier in de fysieke wereld leeft. We zijn niet alleen mensen, maar we zijn ook tegelijk instrumenten, de instrumenten voor de geesten die door de poort van de dood zijn gegaan. We gebruiken, zolang we in het fysieke lichaam geïncarneerd zijn, een pen of een hamer of een bijl; als we niet meer in een fysiek lichaam zijn, dan zijn onze instrumenten de menselijke zielen zelf.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 6 maart 1917 (bladzijde 111-112)

img_8998

Eerder geplaatst op 24 april 2017  (2 reacties)

   

Het onmetelijke ongeluk van onze tijd

Mooie begrippen hebben en mooie ideeën hebben, mooie begrippen uitspreken en mooie ideeën uitspreken is niet een cent (Duits: nicht einen Schuss Pulver) waard, als het niet verbonden is met de wil om in de werkelijkheid onder te duiken, de werkelijkheid te kennen. En duikt men in de werkelijkheid onder, dan vindt men in deze werkelijkheid niet alleen het materiële, maar men vindt ook de geest. Alleen voert het van de geest af, als men met begripsschaduwen, met begripshulzen vandaag de dag afgoderij bedrijft. Dat is echter het onmetelijke ongeluk van onze tijd, dat de mensen zich met mooie woorden bedwelmen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 27 februari 1917 (bladzijde 85)

d726e57d07c0749e2fd694da907a52bc

Eerder geplaatst op 20 april 2017

Geest en Praktijk

Ik heb in voorgaande jaren vaak er scherp op gewezen en verteld dat er werkelijk in de loop der jaren menig mens naar mij toe is gekomen die zei: ‘Ach, ik heb zo’n prozaïsch beroep, ik zou graag dit prozaïsche beroep opgeven en me aan idealere dingen wijden.’ Dat is de slechtste stelregel die men in het leven kan hebben kan.

Wie door zijn lot, door zijn karma postbeambte is en een deugdelijke postbeambte is, die dient – zo zei ik vaak – zeker, als hij zijn beroep behoorlijk uitvoert, de wereld meer dan wanneer hij een slechte dichter is of zelfs een slechte journalist of een dergelijk beroep dat iemand menigmaal wenst. Het gaat erom dat wanneer iemand het geestelijke benadert, dit geestelijke zo in zijn gemoed opneemt dat het iemand niet ongeschikt, maar geschikt maakt voor het uiterlijke leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 7 februari 1920 (bladzijde 168)

depositphotos_2583616-stockafbeelding-postbeambte-post-man-met-een

Eerder geplaatst op 7 april 2017 (1 reactie)