Oefeningen / Geduld

Door onze geestelijke oefeningen willen wij bereiken ons geheel op een gedachte te concentreren en daarna een leegte in ons in te laten treden en af te wachten, wat ons als resultaat van onze meditatie toestroomt. Van de kracht van onze daarbij gebruikte vasthoudendheid hangt het af wat we daarmee bereiken. Men zou kunnen menen dat men door afwisseling van de oefeningen sneller vooruit komt dan wanneer men lange tijd dezelfde oefening doet; maar de grote ingewijden hebben altijd beweerd, dat zij het verst gekomen zijn doordat ze met groot geduld en uithoudingsvermogen jarenlang dezelfde oefeningen gedaan hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II – München, 10 januari 1912 (bladzijde 297)

2048x1152

Eerder geplaatst op 22 april 2018

Gedachten even reëel als daden

De materialist gelooft dat hij een mens pijn doet als hij een steen naar hem gooit; daarentegen meent hij dat een haatgedachte die hij koestert t.o.v. zijn medemens, deze laatste geen pijn doet. Wie echter de wereld werkelijk kent, die weet dat veel, veel sterkere werkingen uitgaan van een haatgedachte dan ooit door een gegooide steen kan worden veroorzaakt.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 99 – Die Theosophie des Rosenkreuzers – München, 30 mei 1907 (bladzijde 63)

1*3Ye26Mm1zwS5ZVh_QoBw1w

Eerder geplaatst op 21 februari 2018

De karmische machten zagen al je levensdaden, je meest verborgen gedachten en gevoelens

Je hebt in je karakter menige mooie zijde, menige lelijke vlek. Beide heb je zelf veroorzaakt door eerdere ervaringen en gedachten. Deze kende je tot nu toe niet; je nam alleen de gevolgen waar. Maar zij, de karmische machten, zagen al je voorafgaande levensdaden, je meest verborgen gedachten en gevoelens. En daaruit hebben zij bepaald hoe je nu bent en hoe je nu leeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – De weg tot inzicht in hogere werelden (blz. 149)

Rudolf  Steiner / Werken en voordrachten onder redactie van Frans van Bussel, Michel Gastkemper en  Roel Munniks

Vertaald door Marijke Buursink. Met toelichtingen van Leo de la Houssaye  en Roel Munniks

Duitstalige link: GA 10 (blz. 194)  

Eerder geplaatst in oudere vertaling op 8 februari 2018  (1 reactie)

Weg-tot-inzicht-in-hogere-werelden-2013

Nabootsing / Imponderabele invloeden

In de geestelijke wereld is ieder wezen zo aanwezig dat het niet buiten andere wezens staat, maar dat het in ieder ander wezen objectief liefdevol mee kan leven. Zo in die wereld te staan, brengt het kind mee als een naklank en wij nemen dan waar hoe het kind een nabootsend wezen wordt, hoe het alles wat het leert, wat het zich eigen maakt in de eerste zeven jaar, doet als nabootsend wezen. En wij moeten bij een goede pedagogische kunst met dit principe van de nabootsing bijzonder rekening houden.

Dit moet een goede opvoeder weten. In de eerste zeven levensjaren kan je niet door vermaningen, niet door wat voor geboden ook, het kind sturen; maar je geeft richting aan het gedrag van het kind door wat je zelf doet. Maar net zoals in de natuur heeft ook de mens te maken met het ‘onweegbare’. Niet alleen stuur je en leid je een kind door wat je zelf doet, maar ook door wat je zelf voelt, wat je zelf denkt. Ben je iemand die zichzelf niet toestaat alledaagse en kleinzielige voorstellingen en gevoelens te hebben in de buurt van zijn kinderen, dan komt er uit de kinderen ook iets nobels, iets goeds. Laat je bij jezelf – omdat je denkt dat dit toch niet vanuit een mens verder doorwerkt – in de buurt van kinderen onedele gedachten, onedele gevoelens toe, dan werken die door. Op dit vlak werkt het imponderabele.

Bron: Rudolf Steiner – GA 304 -Erziehungs- und Unterrichtsmethoden auf  anthroposophischer Grundlage – Den Haag, 27 februari 1921 (bladzijde 43-44)

Vertaling: Pieter Witvliet. Voor meer van zijn vertaling van GA 304 zie: VRIJESCHOOL – PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE ACHTERGRONDEN

kinderen-imiteren-e1623833920320

nabootsing1

Eerder geplaatst op 23 juni 2020  (2 reacties)

De viervoudige mens

We hebben al vaak beschreven dat de mens in zijn huidige vorm een viervoudig wezen is, dat hij bestaat uit het fysieke lichaam, het etherische lichaam, het astrale lichaam en het Ik. In de uiterlijke vorm verschijnen voor het helderziende bewustzijn deze vier wezensleden in de eerste plaats zodanig dat, als een soort kern,  in het midden het fysieke menselijke lichaam is. Laten we de kwestie gewoon heel schematisch voor onze ogen stellen (het wordt getekend). (In de Duitse uitgave van GA 104 staat dat er een tekening bij is; die is er echter niet.)

Dit fysieke lichaam is gedurende de dag doordrongen van het zogenaamde etherlichaam, dat slechts een beetje uitsteekt en rondom het hoofd als een helder licht verschijnt, maar het hoofd geheel doordringt. Verder naar onderen wordt het ether- of  levenslichaam meer en meer nevelachtig en onduidelijk, en hoe meer we de onderste ledematen van de mens naderen, hoe minder het de vorm van het fysieke lichaam in zo strikte zin toont.

Deze twee wezensleden van de mens zijn nu op hun beurt overdag  gehuld in wat we het astrale lichaam noemen, dat naar alle zijden uitsteekt als een langwerpige, ronde vorm, als een eivorm, en in zijn basisvorm lichtstralen heeft die er eigenlijk uitzien alsof ze van buiten naar binnen gaan en van buiten naar binnen de mens doordringen.

Dit astraallichaam is doortrokken van een enorm aantal verschillende figuren, alle mogelijke soorten van lijnen en stralen, sommige bliksemachtig, sommige in vreemde kronkelingen. Dit alles omringt de mens in de meest veelsoortige lichtverschijningen. Het astrale lichaam is de uitdrukking van zijn hartstochten, zijn instincten, driften en verlangens, maar ook van al zijn gedachten en ideeën. In dit astrale lichaam ziet het helderziende bewustzijn alles wat men psychische belevenissen noemt, van de laagste instincten tot de hoogste morele idealen. En dan hebben we het vierde lid van het mensenwezen, dat we kunnen beschrijven alsof het stralen zendt naar het punt dat ongeveer een centimeter achter het voorhoofd ligt. Dit is een schematische typering van de vierledige mens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 104 –  Die Apokalypse des Johannes – Neurenberg, 19 juni 1908 (bladzijde 51-52)

Eerder geplaatst op 19 oktober 2019  (34 reacties)