De waarheid moet “eenvoudig” zijn

Iedereen die slechts een beetje geleerd heeft hoe de dingen mechanisch samenwerken, zal toegeven een uurwerk niet te begrijpen zonder de samenhang van de radertjes te bekijken. Over de mens echter praat iedereen zonder een dergelijke eis te stellen, en iedereen gelooft ook over het hoogste wezen van de mens te kunnen praten, en hij beroept zich dan heel vaak op de uitspraak: Ja, de waarheid moet “eenvoudig” zijn -, en dan komt hij met het verwijt aan de geesteswetenschap dat er altijd in bestaat, dat de geesteswetenschap toch veel te gecompliceerd is.

Het menselijk verlangen mag er weliswaar naar uitgaan om in vijf minuten of misschien in helemaal geen tijd te verwerven wat voor de kennis van het hoogste wezen van de mens nodig is. Maar de mens is nu eenmaal een gecompliceerd wezen. Juist daarin bestaat zijn grootte in de wereld dat hij een gecompliceerd wezen is, en men moet de neiging tot gemakzucht in de kennis overwinnen, als men werkelijk in het wezen van de mens wil doordringen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 29 januari 1918 (bladzijde 42)

Eerder geplaatst op 27 mei 2017

Een uiterst gecompliceerde zaak

Zodra men, om zo te zeggen, de sluier oplicht die zich toch altijd voor de mensen uitstrekt, zodat de mens alleen de zintuiglijke wereld ziet en niet de erachter liggende geestelijke, zodra men deze sluier oplicht, wordt het leven toch een uiterst gecompliceerde zaak. Dan blijkt ten eerste dat niet alleen de soort wezens en hun fysieke afspiegeling, de sterren, op de mens een invloed hebben, die nu rechtstreeks kan worden waargenomen, maar dat binnen het aardse bestaan zelf  bovenzinnelijke wezens aanwezig zijn, die verwant zijn met de sterrenwezens, die echter als het ware hun woonplaats in het bereik van het aardse opgeslagen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 3 december 1922 (bladzijde 48)

Gecompliceerd en groots

In deze wereld, die niet de zintuiglijke is, bereidt de mens, zoals ik al vermeld heb, zijn geestkiem. Ik heb u gezegd, men moet niet geloven dat alle cultuur- en beschavingswerken van de mensen op aarde, hoe gecompliceerd en groots ze ook mogen zijn, aan grootsheid bereiken van wat gedaan wordt tussen de mensen en de wezens van de hogere hiërarchieën, om dit hele wonder van het menselijke fysieke organisme eerst in de geestelijke wereld op te bouwen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 26 november 1922 (bladzijde 14)

De waarheid moet “eenvoudig” zijn

Iedereen die slechts een beetje geleerd heeft hoe de dingen mechanisch samenwerken, zal toegeven een uurwerk niet te begrijpen zonder de samenhang van de radertjes te bekijken. Over de mens echter praat iedereen zonder een dergelijke eis te stellen, en iedereen gelooft ook over het hoogste wezen van de mens te kunnen praten, en hij beroept zich dan heel vaak op de uitspraak: Ja, de waarheid moet “eenvoudig” zijn -, en dan komt hij met het verwijt aan de geesteswetenschap dat er altijd in bestaat, dat de geesteswetenschap toch veel te gecompliceerd is.

Het menselijk verlangen mag er weliswaar naar uitgaan om in vijf minuten of misschien in helemaal geen tijd te verwerven wat voor de kennis van het hoogste wezen van de mens nodig is. Maar de mens is nu eenmaal een gecompliceerd wezen. Juist daarin bestaat zijn grootte in de wereld dat hij een gecompliceerd wezen is, en men moet de neiging tot gemakzucht in de kennis overwinnen, als men werkelijk in het wezen van de mens wil doordringen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 29 januari 1918 (bladzijde 42)

Verveling

Als u een goede observator van natuurlijke dingen bent, zult u zeker een niet vaak gedane, maar desondanks zich opdringende waarneming kunnen doen, namelijk dat in feite alleen de mens zich vervelen kan. Dieren vervelen zich nooit. En wie denkt dat dieren zich vervelen, is een slechte waarnemer. U kunt zelfs iets merkwaardigs opmerken in het zich vervelen van de mensen. Als u een mens met een eenvoudig, primitief zielenleven beziet, dan vervelen deze zich eigenlijk veel minder dan mensen met een meer gecompliceerd zielenleven in de meer ontwikkelde standen en klassen.

Wie in de wereld rondloopt en in staat is het op te merken, die zal zien hoeveel minder men zich verveelt op het platteland dan in de stad. Dat wil zeggen: U moet natuurlijk niet kijken naar hoe de stadsmensen zich op het platteland vervelen, maar hoe de plattelandsmensen zich op het platteland vervelen, u moet dan kijken naar het psychische leven, hoe het een gevolg is van de meer gecompliceerde ontwikkeling. Dus al bij mensen onderling is er een verschil met betrekking tot het zich vervelen of het zich niet vervelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 115 – Anthroposophie/Psychosophie/                      Pneumatosophie – Berlijn, 2 november 1910 (bladzijde 141-142)