Het karakteristieke kenmerk van de tegenwoordige antroposoof (deel 6 van 6)  

Als we die culturele toestand willen karakteriseren, moeten we zeggen dat die uiterst gecompliceerd is. We moeten ook vaststellen dat wat de mensen doen, wat ze voor werk verrichten, steeds minder te maken heeft met waar ze liefde voor hebben. En als we zouden nagaan hoeveel mensen tegenwoordig door hun uiterlijke maatschappelijke positie werk moeten verrichten dat ze niet graag doen, dan zouden we zien dat hun aantal veel en veel groter is dan het aantal van hen die uitspreken: ‘Ik kan niet anders zeggen dan dat ik van mijn werk houd, dat het mij gelukkig en tevreden maakt.’ 

Kort geleden hoorde ik hoe iemand merkwaardige dingen tegen zijn vriend zei. ‘Overzie ik mijn leven in al zijn details, dan moet ik zeggen: als ik op dit moment mijn leven vanaf mijn geboorte zou moeten overdoen en dat zou kunnen doen zoals het mij belieft, dan zou ik weer precies hetzelfde doen wat ik tot nu toe heb gedaan.’ Daarop antwoordde zijn vriend: ‘Dan hoor jij tot een slag mensen dat in deze tijd erg zeldzaam is.’ Waarschijnlijk had deze persoon wat de meeste mensen van deze tijd betreft gelijk. Er zijn maar weinig tijdgenoten van ons die de uitspraak zouden doen dat ze dit leven, met alle vreugde, pijn, tegenslagen en weerstanden die het heeft gebracht, direct weer op zich zouden willen nemen en er heel tevreden mee zouden zijn als het hen weer precies hetzelfde zou brengen. Het valt niet te ontkennen dat dit feit, dat er tegenwoordig maar weinig mensen zijn die zogezegd hun huidige karma in alle details weer op zich zouden willen nemen, samenhangt met wat de huidige cultuur de mensheid heeft gebracht. 

Ons leven is gecompliceerder geworden, maar het is zo geworden als het is, door de verschillende karma’s van de momenteel op aarde levende individuen. Dat staat buiten kijf. Wie ook maar enig inzicht in de ontwikkelingsgang van de mensheid heeft, beseft heel goed dat we in de toekomst niet een leven tegemoet gaan dat minder gecompliceerd is. Integendeel, het leven zal alleen maar gecompliceerder worden. Het uiterlijke leven wordt steeds ingewikkelder, en hoeveel taken in de toekomst ook van de mens zullen worden afgenomen door machines: wanneer het in onze cultuur heersende klimaat niet drastisch verandert, zal het aantal mensen dat in hun fysieke incarnatie een zeker geluk kan ervaren, zeer gering zijn. En dat veranderde klimaat moet ontstaan uit het doordrongen raken van de menselijke ziel met de waarheid van reïncarnatie en karma.

Bron: Rudolf Steiner – GA 135 – Wiederverkörperung und Karma und ihre Bedeutung für die Kultur der Gegenwart – Stuttgart, 21 februari 1912 (blz. 90-91)

Nederlandse uitgave: Werkingen van het karma (blz. 296-297). 

Vertaald door Anton de Rijk en Hans Schenkels met een nawoord van Hans Peter van Manen. 

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen. Tweede druk 2004

9789060385166_front

Een uiterst gecompliceerde zaak

Zodra men, om zo te zeggen, de sluier oplicht die zich toch altijd voor de mensen uitstrekt, zodat de mens alleen de zintuiglijke wereld ziet en niet de erachter liggende geestelijke, zodra men deze sluier oplicht, wordt het leven toch een uiterst gecompliceerde zaak. Dan blijkt ten eerste dat niet alleen de soort wezens en hun fysieke afspiegeling, de sterren, op de mens een invloed hebben, die nu rechtstreeks kan worden waargenomen, maar dat binnen het aardse bestaan zelf  bovenzinnelijke wezens aanwezig zijn, die verwant zijn met de sterrenwezens, die echter als het ware hun woonplaats in het bereik van het aardse opgeslagen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 3 december 1922 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 29 januari 2018

353d7260c09389959800994d7429ece7

Gecompliceerd en groots

In deze wereld, die niet de zintuiglijke is, bereidt de mens, zoals ik al vermeld heb, zijn geestkiem. Ik heb u gezegd, men moet niet geloven dat alle cultuur- en beschavingswerken van de mensen op aarde, hoe gecompliceerd en groots ze ook mogen zijn, aan grootsheid bereiken van wat gedaan wordt tussen de mensen en de wezens van de hogere hiërarchieën, om dit hele wonder van het menselijke fysieke organisme eerst in de geestelijke wereld op te bouwen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 26 november 1922 (bladzijde 14)

Eerder geplaatst op 24 juni 2017  (1 reactie)

steiner

De waarheid moet “eenvoudig” zijn

Iedereen die slechts een beetje geleerd heeft hoe de dingen mechanisch samenwerken, zal toegeven een uurwerk niet te begrijpen zonder de samenhang van de radertjes te bekijken. Over de mens echter praat iedereen zonder een dergelijke eis te stellen, en iedereen gelooft ook over het hoogste wezen van de mens te kunnen praten, en hij beroept zich dan heel vaak op de uitspraak: Ja, de waarheid moet “eenvoudig” zijn -, en dan komt hij met het verwijt aan de geesteswetenschap dat er altijd in bestaat, dat de geesteswetenschap toch veel te gecompliceerd is.

Het menselijk verlangen mag er weliswaar naar uitgaan om in vijf minuten of misschien in helemaal geen tijd te verwerven wat voor de kennis van het hoogste wezen van de mens nodig is. Maar de mens is nu eenmaal een gecompliceerd wezen. Juist daarin bestaat zijn grootte in de wereld dat hij een gecompliceerd wezen is, en men moet de neiging tot gemakzucht in de kennis overwinnen, als men werkelijk in het wezen van de mens wil doordringen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 29 januari 1918 (bladzijde 42)

Eerder geplaatst op 14 januari 2018 (1 reactie) niet-snap

Een uiterst gecompliceerde zaak

Zodra men, om zo te zeggen, de sluier oplicht die zich toch altijd voor de mensen uitstrekt, zodat de mens alleen de zintuiglijke wereld ziet en niet de erachter liggende geestelijke, zodra men deze sluier oplicht, wordt het leven toch een uiterst gecompliceerde zaak. Dan blijkt ten eerste dat niet alleen de soort wezens en hun fysieke afspiegeling, de sterren, op de mens een invloed hebben, die nu rechtstreeks kan worden waargenomen, maar dat binnen het aardse bestaan zelf  bovenzinnelijke wezens aanwezig zijn, die verwant zijn met de sterrenwezens, die echter als het ware hun woonplaats in het bereik van het aardse opgeslagen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 3 december 1922 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 28 juni 2017