De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt

Vroeger, in minder materialistische tijden, was het gebed een normale daad voor elk inslapen en bij het ontwaken. De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt, doordat ze deze gewoonte geheel afgelegd heeft. De mens haalde door het gebed kracht uit de geestelijke wereld bij het ontwaken voor zijn dagelijks leven, en ’s avonds nam hij door het gebed de kracht, die hij zich in zijn dagelijks leven verzameld had, mee in de geestelijke wereld. Zo zijn ook onze huidige oefeningen bedoeld, opdat onze spirituele krachten sneller kunnen groeien en we leren ze bewust te gebruiken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II: 1910-1912 – Oslo, 16 juni 1910 (bladzijde 59)

Eerder geplaatst op 9 januari 2014

Over het gebed

Aan een waar gebed kan ieder mens, op welke trap van ontwikkeling en opvoeding hij ook staat, iets hebben. De meest eenvoudige mens, die  misschien niets meer weet dan het gebed zelf, kan het gebed op de ziel laten werken. Het gebed zelf zal het zijn, dat de werkingen kan oproepen die hem steeds hoger en hoger brengen. Maar men is nooit klaar met een gebed, hoe hoog men ook staat; want het kan de ziel altijd nog een trede hoger brengen dan zij al is. […] Maar er is echter uit de middeleeuwen iets voortgekomen wat het gebed en de gebedsstemming enigszins onrein kan maken, en wat men enkel met het woord “egoïsme” omschrijven kan. […] Zulke mensen wilden niet alleen volkomen zijn in de zin van de roos, die zich tooit om de tuin mooi te maken, maar zij wilden volmaakt zijn om zichzelf, om in de ziel de eigen gelukzaligheid te vinden. Wie in de ziel de God zoekt en niet met de gevonden krachten terug wil gaan in de buitenwereld, die zal merken dat een dergelijke handelwijze zich op een zekere wijze wreekt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 59 – Metamorphosen des Seelenlebens/Pfade der Seelenerlebnisse – Berlijn, 17 februari 1910 (bladzijde 126-127)

Eeder geplaatst op 1 juli 2012

De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt

Vroeger, in minder materialistische tijden, was het gebed een normale daad voor elk inslapen en bij het ontwaken. De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt, doordat ze deze gewoonte geheel afgelegd heeft. De mens haalde door het gebed kracht uit de geestelijke wereld bij het ontwaken voor zijn dagelijks leven, en ’s avonds nam hij door het gebed de kracht, die hij zich in zijn dagelijks leven verzameld had, mee in de geestelijke wereld. Zo zijn ook onze huidige oefeningen bedoeld, opdat onze spirituele krachten sneller kunnen groeien en we leren ze bewust te gebruiken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden Band II: 1910-1912 – Oslo, 16 juni 1910 (bladzijde 59)

Over het gebed

Bartje: Ik bid niet veur bruune boon’n

Aan een waar gebed kan ieder mens, op welke trap van ontwikkeling en opvoeding hij ook staat, iets hebben. De meest eenvoudige mens, die misschien niets meer weet dan het gebed zelf, kan het gebed op de ziel laten werken. Het gebed zelf zal het zijn, dat de werkingen kan oproepen die hem steeds hoger en hoger brengen. Maar men is nooit klaar met een gebed, hoe hoog men ook staat; want het kan de ziel altijd nog een trede hoger brengen dan zij al is. […] Maar er is echter uit de middeleeuwen iets voortgekomen wat het gebed en de gebedsstemming enigszins onrein kan maken, en wat men enkel met het woord “egoïsme” omschrijven kan. […] Zulke mensen wilden niet alleen volkomen zijn in de zin van de roos, die zich tooit om de tuin mooi te maken, maar zij wilden volmaakt zijn om zichzelf, om in de ziel de eigen gelukzaligheid te vinden. Wie in de ziel de God zoekt en niet met de gevonden krachten terug wil gaan in de buitenwereld, die zal merken dat een dergelijke handelwijze zich op een zekere wijze wreekt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 59 – Metamorphosen des Seelenlebens/Pfade der Seelenerlebnisse – Berlijn 17 februari 1910 (bladzijde 126-127)