Waarachtigheid en bovenzinnelijke wereld

Wie zich niet aangewend heeft in de fysiek-zintuiglijke wereld bij de feiten te blijven en op feiten te steunen, die went zich ook, als hij over het bovenzintuiglijke spreekt, geen waarachtigheid aan. Want in de geestelijke wereld kan men zich de waarheidsliefde niet meer aanwennen, die moet men meebrengen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 220 – Lebendiges Naturerkennen, Intellektueller Sündenfall und spirituelle Sündenerhebung – Dornach, 21 januari 1923 (bladzijde 148)

Eerder geplaatst op 27 april 2015  (5 reacties)

Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (1 van 3)

Wie niet de embryonale toestand zou doormaken, zou nooit rijp kunnen worden om geboren te worden. Wie deze toestand kent, weet ook dat het gewone leven de embryonaaltoestand voor het hogere leven is. Dit brengt ons tot een diep besef van de betekenis van het gewone leven. Zeer gemakkelijk kunnen degenen die de blik richten op de spirituele wereld tot de overtuiging komen, dat er zulk een geestelijke wereld bestaat en dat de mens een burger van deze geestelijke wereld is; ze zouden de fysiek-zintuiglijke wereld kunnen geringschatten en geloven, dat de mens niet snel genoeg deze wereld kan verlaten, zich versterven om snel in de geestelijke wereld te komen. Dat is niet de juiste kennis. Dat is net zo onzinnig als wanneer men de menselijke kiem niet zou willen laten rijpen, maar hem na twee maanden zou willen halen, zodat hij hier kan leven. Precies zo moet men voor het hogere leven rijpen, rijp worden. Dat is degene die zijn hoger zelf ontwikkeld heeft. Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats. Wie het Ik hier ontwikkeld heeft, is rijp binnen te treden in de goddelijke rijken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Das Johannes-Evangelium – Berlijn, 5 maart 1906 (bladzijde 212-213)

Eerder geplaatst op 11 januari 2016 

Bestaat toeval? (1 van 2)

In de fysiek-zintuiglijke wereld van “toeval” spreken, is zeker niet onterecht. En zo vast en zeker de zin geldt: ‘Er bestaat geen toeval’, als men alle werelden in aanmerking neemt, zo onterecht zou het zijn, het woord “toeval” af te wijzen als er alleen sprake is van de aaneenschakelingen van de dingen in de fysiek-zintuiglijke wereld. Het toeval in de fysieke wereld wordt namelijk teweeggebracht doordat zich in deze wereld de dingen in de zintuiglijke ruimte afspelen.

Ze moeten, voor zover ze zich in deze ruimte afspelen, ook aan de wetten van deze ruimte gehoorzamen. In deze ruimte kunnen echter uiterlijke dingen samentreffen, die in eerste instantie innerlijk niets met elkaar van doen hebben. Net zomin als mijn gezicht echt vervormd is, omdat het er in een oneffen spiegel vervormd uitziet, net zomin hoeven de oorzaken die een dakpan van het dak laten vallen, die mij – als ik net voorbij ga – verwondt, met mijn karma dat uit mijn verleden stamt, iets van doen te hebben.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908/GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE – juli 1904 (bladzijde 362-363)

Eerder geplaatst op 21 januari 2017

Bestaat toeval? (1 van 2)

In de fysiek-zintuiglijke wereld van “toeval” spreken, is zeker niet onterecht. En zo vast en zeker de zin geldt: ‘Er bestaat geen toeval’, als men alle werelden in aanmerking neemt, zo onterecht zou het zijn, het woord “toeval” af te wijzen als er alleen sprake is van de aaneenschakelingen van de dingen in de fysiek-zintuiglijke wereld. Het toeval in de fysieke wereld wordt namelijk teweeggebracht doordat zich in deze wereld de dingen in de zintuiglijke ruimte afspelen.

Ze moeten, voor zover ze zich in deze ruimte afspelen, ook aan de wetten van deze ruimte gehoorzamen. In deze ruimte kunnen echter uiterlijke dingen samentreffen, die in eerste instantie innerlijk niets met elkaar van doen hebben. Net zomin als mijn gezicht echt vervormd is, omdat het er in een oneffen spiegel vervormd uitziet, net zomin hoeven de oorzaken die een dakpan van het dak laten vallen, die mij – als ik net voorbij ga – verwondt, met mijn karma dat uit mijn verleden stamt, iets van doen te hebben.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908/GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE – juli 1904 (bladzijde 362-363)

Exact denken

Dat men de beelden van de bovenzinnelijke wereld op de juiste wijze beoordelen kan, dat men weet, hoe men deze beelden op de geestelijke realiteit moet betrekken, dat moet men bereiken doordat men het exacte denken, dat men zich heeft verworven als moderne mens, nu op de beeldenwereld toepast, dat men werkelijk in deze beeldenwereld denkt, zoals men denken geleerd heeft in de gewone fysiek-zintuiglijke wereld. Ieder gedachtenloze aanschouwing is voor de moderne initiatie schadelijk. Alles wat men aan gezond denken als moderne mens heeft ontwikkeld, moet in de hogere kennis worden binnengedragen. Zoals men zich in de gewone fysiek-zintuiglijke wereld oriënteren kan, als men ordelijk denken kan, zo kan men zich alleen dan pas juist in de wereld van de geest, die men door de moderne initiatie binnengaat, oriënteren, als men alles wat men door imaginatieve, geïnspireerde, intuïtieve kennis verkrijgt, op de juiste wijze kan doordringen met het denken, dat men zich hier in de zintuiglijke wereld heeft eigengemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 210 – Alte und neue Einweihungsmethoden – Dornach, 12 februari 1922 (bladzijde 86)

Eerder geplaatst op 6 september 2013