Alles heeft in het leven een werking

Alles heeft in het leven een uitwerking. Begaat de mens een fout of een leugen, zelfs als hij zich er met zijn gewone bewustzijn niet van bewust is, dan is het toch in het onderbewustzijn aanwezig, waar het niet alleen voor de individuele mens, maar voor de gehele mensheidsontwikkeling als een destructieve kracht werkt. Evenzo als de mens zich met de krachten van de waarheid verbindt, werkt dat als levengevende kracht verder voor de gehele wereld- en mensheidsontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung –Heidenheim, 30 november 1911 (bladzijde 238)

Eerder geplaatst op 5 juni 2015  (2 reacties)

Ook een ziener kan zich in een detail vergissen

Niemand is in staat de astrale wereld in zijn totaliteit te beschrijven; ze is rijker en omvangrijker dan onze fysieke wereld. Ik geef toe dat ook de geestelijke onderzoeker zich in een detail kan vergissen, net zoals men zich in de fysieke wereld kan vergissen, als men bijvoorbeeld de hoogte van een berg bepalen wil. Maar net zomin als een dergelijke fout in een detail een reden kan zijn om de fysieke wereld te ontkennen, net zomin kan een mens geneigd zijn vanwege een fout in een detail de werkelijkheid van de astrale wereld te ontkennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 28 oktober 1903 (bladzijde 32)

Alles heeft in het leven een werking

Alles heeft in het leven een uitwerking. Begaat de mens een fout of een leugen, zelfs als hij zich er met zijn gewone bewustzijn niet van bewust is, dan is het toch in het onderbewustzijn aanwezig, waar het niet alleen voor de individuele mens, maar voor de gehele mensheidsontwikkeling als een destructieve kracht werkt. Evenzo als de mens zich met de krachten van de waarheid verbindt, werkt dat als levengevende kracht verder voor de gehele wereld- en mensheidsontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – Heidenheim, 30 november 1911 (bladzijde 238)

Eerder geplaatst op 29 september 2013

Het is de inspanning die telt (2 – slot)

Zelfs in het geval dat alles fout zou zijn wat we zo opgenomen hebben, en we ons alleen ingespannen hebben, dan hebben we daardoor onze zielenogen ontwikkeld en hebben nu de mogelijkheid te zien, wat er in de geestelijke wereld aanwezig is. Nu liggen de dingen zo, dat wat de verschillende religieuze leraren hebben meegedeeld niet totaal fout is, maar er is vanuit verschillende standpunten de waarheid over de bovenzinnelijke wereld weergegeven en het is slechts schijnbaar elkaar tegensprekend. Men moet het ene door het andere aanvullen. Maar het wezenlijke dat alle religieuze stelsels gemeenschappelijk hebben, dat is dat al deze religies de menselijk ideeën brengen, door welke de ziel zich sterk maakt om in de geestelijke wereld te treden, dat de ziel wordt gewekt in haar geestelijke ondergronden. Wat dan de afzonderlijke religieuze leraren de zielen geven, dat geven ze in overeenstemming met de mogelijkheden van de zielen, naar gelang, ik zou willen zeggen, de voorwaarden van de individuele mensenrassen, naar de klimatologische omstandigheden en de overige verhoudingen van het land en de tijd, waarin ze moeten optreden. Maar allen hebben ze gemeen, dat ze de zielen van de mensen sterk en krachtig maken, men kan ook zeggen, innerlijk lichtend maken, zodat de zielen niet alleen in de fysieke wereld werkelijk zijn, maar ook in de geestelijke wereld werkelijk kunnen zijn. Sterk maken van de zielen is het, wat als universele waarheid naar de gegeven mogelijkheden in alle religieuze systemen gegeven wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 157 – Menschenschicksale und Völkerschicksale – Berlijn 26 januari 1915 (bladzijde 124-125)

Eerder geplaatst op 21 februari 2013

Mijn lot heeft mij op een plaats gezet die niet bij mij past

Hoe dikwijls zijn mensen geneigd te zeggen: Mijn lot heeft mij op een plaats gezet die niet bij mij past. Ik ben, laten we zeggen bijvoorbeeld postbeambte. Als ik in een andere positie was geplaatst, dan zou ik de mensen hoge ideeën kunnen meedelen, grote leringen geven enzovoort.- De fout bij deze mensen is, dat ze hun leven niet aan het belang van hun eigen beroep aanknopen. Ziet u in mij iets belangrijks omdat ik tot de mensen hier spreken kan, dan ziet u het belangrijke in uw eigen leven en beroep niet. Als de postbodes de brieven niet bezorgden, dan zou het hele postverkeer vastlopen; veel werk dat door anderen al gedaan is, zou voor niets geweest zijn. Daarom is ieder op zijn eigen plaats van buitengewone betekenis voor het geheel, en niemand is hoger dan een ander.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn 7 december 1905 (bladzijde 212)

Eerder geplaatst op 6 februari 2012.