Waarom zouden wij ons eigenlijk met filosofie inlaten?

Waarom zouden wij ons eigenlijk met filosofie inlaten, als zij zich toch slechts met een vergeefse moeite der mensheid bezighoudt? Ja, zo is de zaak toch niet, zo is het werkelijk niet! Hetgeen wij doen, als wij ons in deze vanuit een zeker gezichtspunt beslist tevergeefse worsteling verdiepen, is niettemin van oneindige betekenis, iets, dat door niets anders vervangen kan worden. Voor de kennis van de onsterfelijke ziel, voor de kennis van de geestelijke wereld en ook van de goddelijke wezens zal de filosofie zeker altijd onvruchtbaar blijven, maar ze zal niet onvruchtbaar blijven voor de ontwikkeling van zekere menselijke krachten, voor de ontwikkeling van menselijke vermogens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 156 – Okkultes Lesen und okkultes Hören – Dornach, 19 december 1914 (bladzijde 155-156)

rudolfsteinerlecture2011_18-2013_08_19-08_19_05-utc

Schilderij door David Newbatt

Eerder geplaatst op 20 maart 2018  (1 reactie)

Verschil tussen filosofische denkwijze en geesteswetenschap

Van wat men tegenwoordig gewend is filosofische denkwijze te noemen, verschilt de geesteswetenschap fundamenteel. De filosofische manier van denken wil voor alles tot haar resultaten komen door verstandelijke overwegingen, door louter begripsverbindingen, door gevolgtrekkingen en dergelijke. De filosofische denkwijze, zoals ze vandaag de dag vaak opgevat wordt, is niet in staat datgene in de menselijke natuur te vatten, wat werkelijk door de poort van de dood gaat, wat werkelijk in staat is te leven onafhankelijk van het fysieke lichaam.

Voor de geesteswetenschap is echter deze puur filosofische, op begrippen en gedachten van de uiterlijke wereld steunende manier van beschouwen van meet af aan iets dergelijks als de volgende wat triviale vergelijking. Deze puur op verstandelijke basis, zoals men vaak zegt opbouwende filosofie, is iets wat net zomin tot werkelijke resultaten over het geestelijke leven kan komen, net zomin als de geest in het menselijk kenvermogen tevoorschijn kan komen, als dat de mens zich kan voeden doordat hij zichzelf eet.

Net zoals het voedingsproces iets moet nemen (ergreifen) dat buiten zijn lichaam staat, als het het menselijke of dierlijke organisme dienen wil, zo moet het menselijke kennen iets nemen dat buiten de loutere begrips- en ideeënverbindingen en ideeëngevolgtrekkingen ligt, als aan de ware kennisverlangens van de mens moet worden voldaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 64 – Aus schicksaltragender Zeit – VIII – Was ist am Menschenwesen sterblich? – Berlijn, 26 februari 1915 (bladzijde 255-256)

Eerder geplaatst op 22 augustus 2017  (4 reacties)

260px-Rodin_le_penseur

Auguste Rodin, De Denker

Geleidelijke overgang

We leven werkelijk in een tijd waarin de mensheid zich voorbereiden moet,  langzamerhand boven het louter filosofisch idealisme uit te komen en over te gaan naar een werkelijk bewustzijn van de bovenzinnelijke werelden, van de algemene geestelijke wereld, waarin we leven zoals we in de fysieke wereld leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 27 maart 1915 (bladzijde 164)

New-reality

Eerder geplaatst op 17 april 2017  (4 reacties)

Voor erkenning van antroposofie kan filosofie en wetenschap zowel een hulpmiddel zijn als een hindernis

Zoals een volledig doorgedachte filosofie en een grondige wetenschap tot erkenning van de antroposofische denkwijze leiden, zo bieden niet-grondige wetenschap en onvoltooide filosofie de grootste hindernissen voor het begrijpen ervan. Juist zij zijn het die de antroposofie voor verzinsels, dromerij, verwarde “mystiek” enzovoort verklaren moeten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZU ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 291)

Eerder geplaatst op 24 februari 2016