Wat men voor het examen geleerd heeft, is snel weer vergeten

Als degenen die leraar of opvoeder willen worden vandaag de dag geëxamineerd worden, dan kijkt men vooral naar wat ze aan kennis verworven hebben, wat eigenlijk zeer onnodig is, dat ze zich dat verwerven moesten. Want ze zouden wat ze voor het lesgeven nodig hebben, wanneer ze zich voorbereiden,  altijd in een geschikt compendium kunnen nalezen. Wat men voor het examen geleerd heeft, dat is nadien immers toch snel weer vergeten.

Dat is het beste te zien als men zich herinnert hoe ons universiteitsleven zich afspeelt. – Ik moest eens examen doen. Toen werd op de afgesproken datum de betreffende professor ziek. Ik kwam bij de assistent en die zei tegen mij: ‘Ja, de professor is ziek, en het zal nog wel acht dagen duren; ik kan me voorstellen dat u in deze hoogzwangere toestand rondlopen moet en over acht dagen alles weer vergeten bent, maar het is niet anders!’ – Men rekent er dus in feite al op dat wat men bij het examen moet laten zien al heel snel vergeten is. Het is gewoon een komedie in het leven.

Waar het echter op aankomt, zal moeten zijn dat men er naar kijkt wat voor een mens het is die men op de jeugd loslaat. Het gaat er om in ieder naar de mens te zien, niet alleen naar wat hij in het mechanisme van zijn denkleven gestampt heeft. Op de werkelijke mens komt het aan, dat deze in staat is die mysterieuze verhouding met de jeugd te scheppen, die nodig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – ANTHROPOSOPHISCHE LEBENSGABEN – Berlijn, 2 april 1918 (bladzijde 198-199)

Het komende cultuurtijdperk zal spiritueler zijn

Het komende tijdperk (het zesde na-atlantische cultuurtijdperk 3573-5733 n.Chr.), dat op het onze zal volgen, zal al spiritueler zijn. Hier zullen ook bij de wetenschap de gevoelens meespreken. Wil dan iemand een examen doen en tot de wetenschap worden toegelaten, dan is het noodzakelijk, dat hij een gevoel kan hebben voor het licht, dat achter alle dingen staat, de geestelijke wereld, die alles tot stand laat komen. Dan zal de toetsing voor de wetenschappelijke arbeid erin bestaan, dat men nagaat of de mens bij de toetsing genoeg gevoelens (Duits: Gemütsbewegung) ontwikkelen kan, anders zakt hij voor het examen. Men kan nog zo veel weten, als men niet de juiste gevoelens zal hebben, kan men een examen niet doen. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Leipzig, 4 november 1911 (bladzijde 115-116)

Eerder geplaatst op 7 juli 2014

Over examens voor leraar/onderwijzer  

Men examineert tegenwoordig degenen die leraar willen worden erop of ze dit of dat weten. Maar wat stelt men daardoor vast? In de regel toch enkel dat de persoon in kwestie een keer in de tijd voordat hij het examen afleggen moet iets in zijn hoofd gehamsterd heeft, wat hij, als hij enigszins geschikt is, voor ieder afzonderlijk lesuur ook uit zo en zo veel boeken zou kunnen lezen, wat men zich dag voor dag voor het onderwijs eigen zou kunnen maken, waarvoor het helemaal niet noodzakelijk is het op deze manier te verwerven, zoals het tegenwoordig wordt gedaan. Wat echter vóór alles bij een dergelijk examen nodig zou zijn, is dat men te weten zou moeten komen of de betrokken persoon hart en gevoel heeft, of hij er aanleg voor heeft (Duits: ob er das Blut dafür hat), geleidelijk een goede verhouding van zichzelf met de kinderen tot stand te brengen. Niet de kennis zou men door het examen moeten onderzoeken, maar men zou moeten nagaan hoe sterk en hoe veel de persoon mens is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Weltenleben/Anthroposophische Lebensgaben /Bewußtseins-Notwendigkeiten für Gegenwart und Zukunft – Berlijn, 26 maart 1918 (bladzijde 136)

Het komende cultuurtijdperk zal spiritueler zijn  

Het komende tijdperk (het zesde na-Atlantische cultuurtijdperk 3573-5733 n.Chr.), dat op het onze zal volgen, zal al spiritueler zijn. Hier zullen ook bij de wetenschap de gevoelens meespreken. Wil dan iemand een examen doen en tot de wetenschap worden toegelaten, dan is het noodzakelijk, dat hij een gevoel kan hebben voor het licht, dat achter alle dingen staat, de geestelijke wereld, die alles tot stand laat komen. Dan zal de toetsing voor de wetenschappelijke arbeid erin bestaan, dat men nagaat of de mens bij de toetsing genoeg gevoelens (Duits: Gemütsbewegung) ontwikkelen kan, anders zakt hij voor het examen. Men kan nog zo veel weten, als men niet de juiste gevoelens zal hebben, kan men een examen niet doen. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Leipzig, 4 november 1911 (bladzijde 115-116)