Het dogma van de natuurwetenschap: Als wij het niet weten, dan weet niemand het

Steeds weer wordt er van natuurwetenschappelijke kant gezegd dat de geesteswetenschap niet op natuurwetenschappelijke bodem zou staan. Kan men zich dan méér op natuurwetenschappelijke bodem stellen dan wanneer men toegeeft dat alles wat de natuurwetenschap weet en erkennen kan, ook bij ons erkenning vindt?

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast op de bodem van de natuurwetenschappelijke feiten staan. Die eisen van de geesteswetenschapper dat hij niets weten kan en zal dan wat ze zelf weten. Ze eisen niet alleen dat men toegeeft, wat ze zelf zeggen, maar ze eisen ook dat men zich onderwerpt aan het dogma, dat men niet meer zou kunnen zeggen dan wat zij zeggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 9 april 1908 (bladzijde 269-270)

Eerder geplaatst op 9 april 2015  (5 reacties) bodem stellen dan mende natuurwetenschap en erkennen kan, ook bij ons 

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast o de feiten staaDie eisen van de weten kan en  ze zelf weten. Z

Voor erkenning van antroposofie kan filosofie en wetenschap zowel een hulpmiddel zijn als een hindernis

Zoals een volledig doorgedachte filosofie en een grondige wetenschap tot erkenning van de antroposofische denkwijze leiden, zo bieden niet-grondige wetenschap en onvoltooide filosofie de grootste hindernissen voor het begrijpen ervan. Juist zij zijn het die de antroposofie voor verzinsels, dromerij, verwarde “mystiek” enzovoort verklaren moeten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZU ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 291)

Eerder geplaatst op 24 februari 2016

Het dogma van de natuurwetenschap: Als wij het niet weten, dan weet niemand het

Steeds weer wordt er van natuurwetenschappelijke kant gezegd, dat de geesteswetenschap niet op natuurwetenschappelijke bodem zou staan. Kan men zich dan méér op natuurwetenschappelijke bodem stellen dan wanneer men toegeeft, dat alles wat de natuurwetenschap weet en erkennen kan, ook bij ons erkenning vindt?

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast op de bodem van de natuurwetenschappelijke feiten staan. Die eisen van de geesteswetenschapper dat hij niets weten kan en zal, als wat ze zelf weten. Ze eisen niet alleen dat men toegeeft, wat ze zelf zeggen, maar ze eisen ook, dat men zich onderwerpt aan het dogma, dat men niet meer zou kunnen zeggen als wat zij zeggen.

Bron: Rudolf SteinerGA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn 9 april 1908 (bladzijde 269-270)

 

Rudolf Steiner – Egoïsme/Armoede/ Ellende (6) – Zo absurd dit klinkt, zo waar is het

Van de erkenning van dit beginsel, dat iemand de opbrengst van zijn arbeid niet in de vorm van een persoonlijke beloning zal ontvangen, hangt uitsluitend de sociale vooruitgang af. Naar geheel andere doelen leidt iemand een onderneming als hij weet dat hij niets voor zichzelf zal krijgen voor zijn werk, maar dat hij de sociale gemeenschap arbeid is verschuldigd en dat hij voor zichzelf op niets aanspraak zal maken en dat, omgekeerd, zijn levensonderhoud uitsluitend is beperkt tot wat de sociale gemeenschap hem schenkt. Zo absurd dit vandaag de dag voor velen klinkt, zo waar is het.

Wordt vervolgd

Bron: GA 054 – Hamburg 2 maart 1908 (bladzijde 99)