Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg. Ook al word ik in nood en ellende geboren, ook al heb ik weinig talenten: wat ik ook doe zal zijn werking hebben, en wat ik mijzelf bijbreng door vlijt en moraliteit, zal zeker een werking uitoefenen op volgende levens. Het kan mij bedrukken dat ik mijn lotsbestemming zelf verdiend heb, maar evenzeer kan het mij verheffen dat ik zelf kan timmeren aan mijn toekomstig leven. Wie deze wet in zijn denken en voelen opneemt, zal zien wat voor een kracht en zekerheid in het leven hij wint. Het is niet zo belangrijk dat men deze wet tot in de details doorgrondt, dat komt pas op de hogere trappen van het helderziende inzicht. Veel belangrijker is het dat men in de zin van deze wet de wereld bekijkt en ernaar leeft. Doet men dat in alle ernst jaar na jaar, dan zal deze wet zich vanzelf in het gevoel nestelen. Haar waarheidsgehalte wordt duidelijk door ze toe te passen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 27 augustus 1906 (bladzijde 60)

1280x1280

Eerder geplaatst op 31 maart 2018  (1 reactie)

Armoede / Ellende / Egoïsme

Alle menselijke ellende is louter een gevolg van het egoïsme en in een gemeenschap van mensen zal te eniger tijd onontkoombaar ellende, nood en armoede komen opdagen, wanneer deze gemeenschap op de een of andere manier op het egoïsme is gebaseerd.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 34Geisteswissenschaft und soziale Frage (bladzijde 212)

(Overgenomen uit het boekje Antroposofie en het sociale vraagstuk – 1982 – vertaling Edithe Boeke)

xxl

Eerder geplaatst op 19 februari 2018  (2 reacties)

 

Dat men niets meer weet van de geestelijke wereld, dat heeft in werkelijkheid de ontzaglijke ellende veroorzaakt

En dat, mijne heren, dat men niets meer weet van de geestelijke wereld, dat heeft in werkelijkheid de ontzaglijke ellende veroorzaakt. […] En te zeggen: De mensen hebben het verdiend, omdat ze in hun vorige leven slechte dingen gedaan hebben-, dat is natuurlijk onzin, want het is niet het lot van ieder afzonderlijk individu, maar het is het gemeenschappelijke lot van de individuen. Maar ieder ervaart het in dit leven. Denk maar aan hoeveel ellende de mens in zijn huidige leven meemaakt. Van een vroeger leven is het niet afkomstig. Maar in het volgende leven zal hij de gevolgen van de misère van tegenwoordig hebben. Het gevolg ervan zal zijn dat hij verstandiger zal zijn en dat hij meer op de geest gericht is (Duits: daß die Geistwelt in ihn eher hineingehen kann). Zodat dus de tegenwoordige ellende al voor de toekomst een opvoeding is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 350 – Rhythmen im Kosmos und im Menschenwesen – Dornach 16 juni 1923 (bladzijde 119-120)

Eerder geplaatst op 6 oktober 2014

Egoïsme/Armoede/ Ellende (11-slot) – Sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden

Wat u ook gestudeerd hebt in het uiterlijke leven, bestudeert u ook ijverig de wetten van de menselijke samenleving. Als mensen samenleven, leven niet enkel lichamen, maar ook zielen, geesten samen. Daarom kan alleen spiritueel inzicht de basis voor een sociale wereldbeschouwing zijn.

En zo zien we dat inderdaad de verdieping van de geest ons biedt wat voor ieder van ons datgene kan brengen, wat ons geschikt maakt vanuit onze geringe positie in onze situatie mee te werken aan de grote sociale vooruitgang. Want deze sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden, maar is een som van wat de individuele zielen doen. En enkel en alleen een wereldbeschouwing als de geesteswetenschap werkt zodanig aan de individuele ziel, dat zij zich werkelijk boven zichzelf verheft.

Doordat onze sociale ellende zijn basis heeft in persoonlijk eigenbelang, in plaats van in onze sociale regelingen, daarom kan alleen een wereldbeschouwing die het Ik verheft boven het persoonlijke eigenbelang, helpen. Hoe vreemd het lijkt, voedsel komt niet alleen van onze arbeid; voeding in plaats van armoede, leed en ellende komt van de geesteswetenschappelijke verdieping. Spirituele wetenschap is een middel om de mensen voeding en welzijn te geven, in de ware zin van het woord.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 103-104)

Eerder geplaatst op 24 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (10 van 11) – Lijdt een mens onder de sociale omstandigheden, dan lijdt hij in waarheid onder wat zijn medemensen hem toebrengen

Alleen een wereldbeschouwing die tot in de kern gaat en daar de waarheid vandaan haalt, kan ons het ware gezicht van de wereld tonen. Het is nimmer juist, dat wij door ware kennis, als wij het ware gezicht van de wereld zien, slecht zouden kunnen worden. Waar is het dat het slechte in de mens alleen van dwaling, alleen van vergissingen kan komen. Daarom bouwt de geesteswetenschap vanuit de kennis van de menselijke natuur erop dat door haar bereikt kan worden waarover de edele sociale hervormer Owen zich zo vergist heeft. Hij zegt: ‘Het is noodzakelijk dat de mensen eerst voorgelicht worden, dat de moraal verbeterd wordt.’

De spirituele kennis zegt echter: De nadruk op dit beginsel doet het niet alleen, maar de middelen waardoor de ziel veredeld kan worden, moeten erbij gegeven worden. Want als door een geestelijk gerichte wereldbeschouwing de zielen veredeld en gescherpt zijn, dan zullen de omstandigheden en uiterlijke verhoudingen, die altijd een spiegelbeeld zijn van wat de mens denkt, navolgen. Niet door de omstandigheden worden de mensen bepaald, maar, in zoverre de omstandigheden sociaal zijn, worden deze omstandigheden door mensen gemaakt. Lijdt een mens onder de sociale omstandigheden, dan lijdt hij in waarheid onder wat zijn medemensen hem toebrengen.

En alle ellende die door de industriële ontwikkeling is gekomen – dat moet wie de waarheid zoekt toegeven -, dat kwam uitsluitend doordat de mensen dezelfde geestkracht die zij hebben gebruikt voor de heilzame uiterlijke vooruitgang, niet nodig gevonden hebben aan te wenden voor de verbetering van het lot van de mensen die gebruikt werden voor deze vooruitgang.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 102-103)

Eerder geplaatst op 23 januari 2012