De tijdsduur tussen dood en nieuwe geboorte  

Er is vaak op gewezen dat voor het normale mensenleven de tijd tussen dood en nieuwe geboorte lang is in verhouding tot de tijd, die we hier in het fysieke lichaam tussen geboorte en dood doorbrengen. Kort is deze tijd alleen bij mensen die hun leven op een ongunstige wijze (Duits: in einer weltwidrigen Weise) gebruiken, die, om zo te zeggen, ertoe komen alleen te doen wat in een werkelijke en ware zin misdadig genoemd kan worden. Dan is er een kort tijdsverloop tussen de dood en een nieuwe geboorte. Maar bij mensen die niet alleen maar in egoïsme vervallen zijn, maar hun leven op een normale wijze tussen geboorte en dood doorbrengen, vindt er gewoonlijk een relatief lange tijdsduur plaats tussen dood en nieuwe geboorte.

Bron: Rudolf Steiner – GA 162 – Kunst- und Lebensfragen im Lichte der Geisteswissenschaft – Dornach, 30 mei 1915 (bladzijde 71)

Eerder geplaatst op 21 februari 2015

Advertenties

Het geloof dat alle mensen hen schade of kwaad willen berokkenen, zal het meeste bij egoïstische naturen ontstaan  

Wie door het leven gaat en zijn blik een weinig helderziende heeft laten maken door de spirituele wetenschap, die zal altijd zien – vanzelfsprekend zijn er redenen om over liefdeloosheid te klagen, maar niettemin zal men zien -, dat het meeste over liefdeloosheid wordt geklaagd door degenen, die eigenlijk egoïsten zijn; en het geloof dat alle mensen hen schade of kwaad willen berokkenen, zal het meeste bij egoïstische naturen ontstaan, terwijl naturen die van zichzelf liefdevol en in staat tot liefde zijn, niet gemakkelijk tot het geloof komen dat ze vervolgd worden, dat men hen alle mogelijke kwaad wil doen enzovoort.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 275 – Kunst im Lichte der Mysterienweisheit – Dornach, 3 januari 1915 (bladzijde 143-144)

Eerder geplaatst op 12 februari 2015

Egoïsme en zelfvervolmaking: Een juiste en goede weg

Ook het nastreven van de hoogste kennis is een egoïstisch en niet een onbaatzuchtig streven. U weet ook dat dit niet het hoogste doel is. Maar er is een mooi spreekwoord dat deze situatie kenschetst: Wanneer de roos zichzelf siert, siert ze ook de tuin. De omweg over dit egoïsme is dus een ernstige en goede, en degenen die hem gaan, kunnen fatsoenlijke en echte leden van de antroposofische beweging zijn. Met recht streven zij hun eigen vervolmaking na, omdat de mens pas dan een nuttig en waardevol lid van de samenleving zal kunnen zijn, als hij zich zelf volmaakter heeft gemaakt.

Wat kan immers de onvolmaakte zijn medemensen ten goede komen; wat kan degene van voordeel zijn, die maar weinig in het leven begrijpt? Pas wanneer men kan binnen zien in de menselijke harten en zielen, als men in staat is de grote wereldraadsels enigermate voor zich op te lossen, kan men ingrijpen in de menselijke bedrijvigheid; dan kan men pas op de juiste wijze voor de medemensen en voor de wereld wat doen. Daarom is het zichzelf vervolmaken, het zichzelf ontwikkelen door spirituele inzichten, een juiste en goede weg. Niemand kan het verwijt gemaakt worden dat hij egoïstisch is, als hij de weg naar zelfvervolmaking zoekt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 264 – Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 – 1914 (bladzijde 357-358)

Eerder geplaatst op 21 januari 2015

Het kwaad is slechts een verplaatst goed

We moeten niet het kwaad verwerpen, maar het opnemen en het ten goede gebruiken. De woede van een leeuw is slechts zo lang slecht als hij door de leeuw egoïstisch gebruikt wordt; zou een heerser zich deze woede kunnen eigen maken en daarmee welzijnsinstellingen maken, dan zou het goed zijn. Daarom is het slechte als niet-werkelijkheid te beschouwen. Er is geen kwaad. Het kwaad is slechts een verplaatst goed.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 264 – Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 – 1914 (bladzijde 188)

Zie ook: Het kwaad is het van een ander plan naar beneden verplaatste goede

Eerder geplaatst op 14 januari 2015

Egoïsme en zorgen

Bij de mens die zo ver is dat hij vrij van egoïsme kan waarnemen in de geestelijke wereld, zijn er geen zorgen. Zorgen zijn de begeleidende verschijnselen van zelfzucht. En zo weinig menigeen het kan geloven dat, als er zorgen aanwezig zijn, het egoïsme nog niet verdwenen is, zo waar is het toch dat op de lange, zelfverloochende weg in de spirituele wereld het egoïsme totaal verdwijnen moet. Betreedt de mens de geestelijke wereld en draagt hij daarin nog iets van zelfzucht binnen, dan komt de zorg en toont zich in zijn verwoestende kracht.

Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 12 maart 1909 (bladzijde 356-357)

Eerder geplaatst op 11 januari 2015