Inzicht en praktijk

Het streven naar inzicht omwille van het inzicht zonder meer zou egoïstisch zijn. Wie inzicht zoekt om tot het aanschouwen van de hogere werelden te komen handelt egoïstisch. Maar wie dit inzicht rechtstreeks wil binnendragen in de praktijk van het dagelijks leven werkt aan de voortzetting van de toekomstige mensheidsevolutie. Het is van groot belang de geesteswetenschappelijke inzichten steeds energieker te leren omzetten in het praktische handelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 99 – Die Theosophie des Rosenkreuzers – München, 5 juni 1907 (bladzijde 150)

dbfba582-6254-400b-a3d1-c2e36bdbac1e

Eerder geplaatst op 9 maart 2018

Berouw

De mensen beschouwen het als ik weet niet wat voor grote daad, wanneer ze berouw hebben over een handeling. Maar dat is niet het beste wat je met een handeling kunt doen. Want het berouw berust dikwijls op puur egoïsme. Men had iets beter willen doen om een beter mens te zijn. Dat is egoïstisch. Maar ons streven wordt pas bevrijd van egoïsme, wanneer men niet de al uitgevoerde handeling beter gedaan wenst te hebben, maar wanneer men er veel grotere waarde aan hecht dezelfde handeling de volgende keer beter uit te voeren. Dit voornemen, deze inspanning om iets volgende keer beter te doen – dat is het hoogste en niet het berouw.

Bron: Rudolf Steiner – GA 293 – ALLGEMEINE MENSCHENKUNDE ALS GRUNDLAGE DER PÄDAGOGIK – Stuttgart, 25 augustus 1919 (bladzijde 69)

Eerder geplaatst op 11 februari 2018  (1 reactie)

hqdefault

Egoïsme / Zwakheid

Het egoïsme maakt de mens in de diepten  van zijn ziel niet sterk maar zwak. En als de mens door de poort van de dood gaat, dan treden de gevolgen van het egoïsme, dat in het leven tussen geboorte en dood tot ontwikkeling is gekomen, zo op, dat dit egoïsme de ziel zwak maakt voor de belevenissen van de bovenzinnelijke wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 17 – DIE  SCHWELLE DER  GEISTIGEN  WELT  (bladzijde 65)

Uit het boekje Rudolf Steiner – De drempel van de geestelijke wereld (bladzijde 80) Vertaling M. Macintosh – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

1658642256203

STEINER DOOR DAVID NEWBATT

Eerder geplaatst op 1 december 2020  (5 reacties)

Egoïstische liefde moet er ook zijn

De liefde, waarbij de oorzaak van de liefde niet bij de liefhebbende ligt, maar bij de geliefde, dat is de soort, de vorm van liefde in de zintuiglijke wereld die absoluut onvatbaar is voor enige Luciferische invloed. Maar als u nu naar het menselijk leven kijkt, zult u snel zien dat er ook een ander soort liefde in het menselijk leven speelt, de liefde waarbij men liefheeft omdat men zelf bepaalde eigenschappen heeft die zich bevredigd, verrukt, verheugd voelen als men van dit of dat wezen kan houden. Dan heeft men lief om zichzelf; men heeft dan lief omdat men zo of zo geaard is, en deze specifieke aard bevrediging voelt door het liefhebben van het andere wezen.

Ziet u, deze liefde, die een egoïstische liefde zou kunnen worden genoemd, moet er ook zijn. Deze mag in de mensheid niet ontbreken. Omdat alles wat we kunnen liefhebben in de geestelijke wereld, de geestelijke feiten, alles wat in ons kan door liefde als verlangen, als een drang omhoog in de geestelijke wereld kan leven om de wezens van de spirituele wereld te bevatten, de geestelijke wereld te kennen: het ontspringt natuurlijk ook vanuit de zintuiglijke liefde voor de geestelijke wereld. Maar deze liefde voor het geestelijke, die moet, niet alleen maar mag, maar moet noodzakelijkerwijs omwille van onszelf gebeuren. We zijn wezens die hun wortels hebben in de geestelijke wereld.

Het is onze plicht om onszelf zo volmaakt mogelijk te maken. Omwille van onszelf moeten we de geestelijke wereld liefhebben, zodat we vanuit de geestelijke wereld zoveel mogelijk kracht in ons eigen wezen kunnen brengen. In de geestelijke liefde is dit persoonlijke, individuele element, men zou kunnen zeggen, dit egoïstische element van liefde, volledig gerechtvaardigd, omdat het de mens uit de zintuiglijke wereld wegtrekt, het leidt hem omhoog in de geestelijke wereld, het leidt hem ertoe de noodzakelijke plicht te vervullen om zich steeds volkomener en volkomener te maken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 147 – Die  Geheimnisse  der  Schwelle – München, 25 augustus 1913 (bladzijde 39-40)

5bab6d3770d0f

Eerder geplaatst op 9 april 2020  (5 reacties)

Afwisseling in de verschillende incarnaties (2 van 2)

En het kan werkelijk niet vaak genoeg worden gezegd dat het niet genoeg is als antroposofen een offer willen brengen. Sommige mensen offeren graag en veel, maar om offers te brengen die bruikbaar zijn voor de wereld, moet een mens eerst de kracht hebben tot die offers. Voordat een mens zichzelf kan opofferen, moet hij eerst iets zijn, anders is het offer van het ik niet veel waard. In zeker opzicht is het ook een, zij het bedekt, soort egoïsme, een soort gemakzucht, als mensen er niet naar streven zich verder te ontwikkelen, als ze niet verder streven, opdat wat ze tot stand brengen ook iets waardevols is. 

Het zou kunnen lijken alsof wij liefdeloosheid preken, maar ik verzoek u dit niet verkeerd op te vatten. Het is zo dat antroposofen tegenwoordig vaak het verwijt krijgen van de omgeving: ‘Jullie streven ernaar innerlijk beter te worden, jullie ziel te vervolmaken. Jullie worden egoïsten!’ Nu moet worden toegegeven dat er veel grillen, gebreken en illusies kunnen opduiken bij dit streven van de mens naar volmaaktheid. We hoeven onszelf allerminst op de borst te slaan voor wat zich dikwijls onder antroposofen onder de noemer ontwikkeling voordoet. Achter dit streven gaat meestal een grote dosis ongeoorloofd egoïsme schuil. 

Anderzijds moet worden benadrukt dat wij in een tijd leven, in een cultuurperiode, waarin een enorme verspilling plaatsvindt van toegewijde offervaardigheid. Hoewel overal om ons heen ook liefdeloosheid heerst, wordt er tegelijkertijd ontzettend veel liefde en offervaardigheid verspild. Dat moet u niet misverstaan. We moeten ons realiseren dat liefde, wanneer ze in het leven zonder wijsheid en een juiste inschatting van de situatie wordt gehanteerd, volledig aan haar doel voorbij kan schieten en de mensheid zo meer tot schade dan tot nut kan zijn. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 135 Wiederverkörperung und Karma und ihre Bedeutung für die Kultur der Gegenwart – Stuttgart, 21 februari 1912 (blz. 98-99)

Nederlandse uitgave: Werkingen van het karma (blz. 305-306). 

Vertaald door Anton de Rijk en Hans Schenkels met een nawoord van Hans Peter van Manen. 

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen. Tweede druk 2004