Dat is waar de antroposofie het allermeest onder lijdt, dat men overal onwaarheid over haar vertelt

Men kan tegenwoordig een groot wetenschapper, een geleerde zijn, zonder werkelijk te kunnen denken. Wat komen moet, is dat men eerlijkheid cultiveert, die alle feiten in aanmerking neemt, niet alleen die welke iemand goed uitkomen om een of andere theorie op te stellen, waarmee men de mensen zand in de ogen strooit.

Ziet u, een groot deel van de woede tegen de antroposofie berust er eenvoudig op dat de antroposofie eerlijk is en men haar dat niet wil toestaan. En als de mensen meer waarheid zouden opmerken, zouden ze waarschijnlijk vaak al bij de tweede zin de pen neerleggen. Maar omdat het geheel wat ze als vijandig bouwsel moeten opvoeren, vervalt als men werkelijk antroposofie beschouwt, verzinnen ze allerlei dingen over de antroposofie. En de mensen die over antroposofie allerlei nonsens bedenken, die is het niet om de waarheid te doen. En mensen die eenmaal beginnen onwaarheid te zeggen, die gaan ook door. Daarvan komen ook de grote belasteringen van de antroposofie.

En wat is het gevolg? Dat natuurlijk degene die het niet kan doorzien, gelooft dat die antroposofen allerlei duivels zijn. Wie dat niet doorzien kan, gelooft natuurlijk de autoriteiten die de onwaarheid zeggen. Dat is waar de antroposofie het allermeest onder lijdt, dat men overal onwaarheid over haar vertelt, terwijl ze eenvoudig erop uit is de feiten juist te zien en waarachtige wetenschap is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach, 5 januari 1923 (bladzijde 209)

Eerder geplaatst op 16 oktober 2014

Dat is waar de antroposofie het allermeest onder lijdt, dat men overal onwaarheid over haar vertelt  

Men kan tegenwoordig een groot wetenschapper, een geleerde zijn, zonder werkelijk te kunnen denken. Wat komen moet, is dat men eerlijkheid cultiveert, die alle feiten in aanmerking neemt, niet alleen die welke iemand goed uitkomen om een of andere theorie op te stellen, waarmee men de mensen zand in de ogen strooit. Ziet u, een groot deel van de woede tegen de antroposofie berust er eenvoudig op dat de antroposofie eerlijk is en men haar dat niet wil toestaan. En als de mensen meer waarheid zouden opmerken, zouden ze waarschijnlijk vaak al bij de tweede zin de pen neerleggen. Maar omdat het geheel wat ze als vijandig bouwsel moeten opvoeren, vervalt als men werkelijk antroposofie beschouwt, verzinnen ze allerlei dingen over de antroposofie. En de mensen die over antroposofie allerlei nonsens bedenken, die is het niet om de waarheid te doen. En mensen die eenmaal beginnen onwaarheid te zeggen, die gaan ook door. Daarvan komen ook de grote belasteringen van de antroposofie. En wat is het gevolg? Dat natuurlijk degene die het niet kan doorzien, gelooft dat die antroposofen allerlei duivels zijn. Wie dat niet doorzien kan, gelooft natuurlijk de autoriteiten die de onwaarheid zeggen. Dat is waar de antroposofie het allermeest onder lijdt, dat men overal onwaarheid over haar vertelt, terwijl zij eenvoudig erop uit is de feiten juist te zien en waarachtige wetenschap is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach 5 januari 1923 (bladzijde 209)

Eerder geplaatst op 23 augustus 2012

Leugenachtigheid/Levenskracht

Bij de leugenachtigheid is het zo dat deze zich, en ook iedere afzonderlijke leugen, zich in het etherlichaam uitdrukt. Het etherlichaam verliest aan vitaliteit en levensenergie, als de mens leugenachtig is. Dat kan men zelfs uiterlijk constateren. Hoe vreemd het voor onze tijd klinkt, waar is het echter toch, dat bij mensen die veel liegen, bijvoorbeeld wonden onder verder identieke omstandigheden moeilijker zijn te genezen dan bij eerlijke mensen. Vanzelfsprekend mag men dit niet absoluut concluderen, er kunnen ook anderen reden zijn. Maar vooropgesteld dat al het overige hetzelfde is, zijn bij leugenachtige mensen wonden moeilijker te genezen dan bij waarheidsgetrouwe mensen. Het is goed acht te slaan op zulke dingen in het leven. En dat is ook gemakkelijk verklaarbaar. Het etherisch lichaam is het eigenlijk levensprincipe, het bevat de levenskrachten. Deze worden ondergraven door de leugenachtigheid. Zodat niet zo veel levenskracht door het etherlichaam kan worden afgegeven, als het voor een genezing nodig is, als aan dit etherlichaam door leugenachtigheid onttrokken zijn, als het niet altijd doordrongen was von jenen Bewegungen, von jenen Tatbeständen (?), die voortkomen uit de waarachtigheid. We zouden op deze dingen wel acht moeten slaan, want we zullen het leven in menig opzicht beter begrijpen, als we dit doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 125 – Wege und Ziele des geistigen Menschen – München 11 december 1910 (bladzijde 209)

Eerder geplaatst in kortere vorm op 25 september 2012.

Hoe vreemd het ook klinkt, toch is het waar…

Zo vreemd het voor onze tijd klinkt, toch is het waar, dat bij mensen die veel liegen, bijvoorbeeld wonden – onder verder gelijke omstandigheden – moeilijker te genezen zijn dan bij eerlijke mensen. Vanzelfsprekend mag men dit niet absoluut concluderen, er kunnen ook andere redenen voor zijn. Maar vooropgesteld dat al de overige omstandigheden hetzelfde zijn, dan zijn bij leugenachtige mensen wonden moeilijker te genezen dan bij waarheidslievende mensen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 125 – Wege und Ziele des geistigen Menschen – München 11 december 1910 (bladzijde 209)

 

Dat is waar de antroposofie het allermeest onder lijdt, dat men overal onwaarheid over haar vertelt

Men kan tegenwoordig een groot wetenschapper, een geleerde zijn, zonder werkelijk te kunnen denken. Wat komen moet, is dat men eerlijkheid cultiveert, die alle feiten in aanmerking neemt, niet alleen die welke iemand goed uitkomen om een of andere theorie op te stellen, waarmee men de mensen zand in de ogen strooit. Ziet u, een groot deel van de woede tegen de antroposofie berust er eenvoudig op dat de antroposofie eerlijk is en men haar dat niet wil toestaan. En als de mensen meer waarheid zouden opmerken, zouden ze waarschijnlijk vaak al bij de tweede zin de pen neerleggen. Maar omdat het geheel wat ze als vijandig bouwsel moeten opvoeren, vervalt als men werkelijk antroposofie beschouwt, verzinnen ze allerlei dingen over de antroposofie. En de mensen die over antroposofie allerlei nonsens bedenken, die is het niet om de waarheid te doen. En mensen die eenmaal beginnen onwaarheid te zeggen, die gaan ook door. Daarvan komen ook de grote belasteringen van de antroposofie. En wat is het gevolg? Dat natuurlijk degene die het niet kan doorzien, gelooft dat die antroposofen allerlei duivels zijn. Wie dat niet doorzien kan, gelooft natuurlijk de autoriteiten die de onwaarheid zeggen. Dat is waar de antroposofie het allermeest onder lijdt, dat men overal onwaarheid over haar vertelt, terwijl zij eenvoudig erop uit is de feiten juist te zien en waarachtige wetenschap is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach 5 januari 1923 (bladzijde 209)