Geestelijke invloeden

Men gelooft tegenwoordig dat geestelijke wezens en hun werkingen geen aandeel hebben in het menselijk bestel. Men houdt er niet van om van spirituele oorzaken in onze mensheidsgebeurtenissen te spreken. Wie echter bekend is met de echte gebeurtenissen die zich tegenwoordig afspelen, die weet dat psychische invloeden, geestelijke, spirituele inwerkingen vanuit de geestelijke wereld op de mens hier op het fysieke plan vandaag de dag eigenlijk in bijzonder sterke omvang uitgeoefend worden. 

De mensen zijn tegenwoordig helemaal niet zeldzaam, die u kunnen vertellen – ze begrijpen alleen meestal de voorvallen in kwestie niet -, dat ze door een droom of iets op een droom gelijkend – het is echter altijd een geestelijke verschijning – tot een of andere activiteit, tot een of ander voorval gedreven zijn. Veel meer dan de materialistische mening gelooft, worden de mensen tegenwoordig door zulke psychische inwerkingen gedreven. Wie de mogelijkheid heeft deze dingen na te gaan, vindt overal zulke dingen. 

Als u de literatuur van de betere dichters tegenwoordig zou nemen en een statistiek zou opstellen hoeveel gedichten ontstaan zijn op rationalistische manier, op een wijze die rationalistisch te verklaren is, en hoeveel gedichten ontstaan zijn door een ingeving, door een duidelijke spirituele invloed vanuit de geestelijke wereld, die de persoon in kwestie als een droom of iets soortgelijks heeft ervaren – dan zou u versteld staan, wat een groot percentage u zou vinden als een directe invloed uit de geestelijke wereld. 

Veel meer dan de mensen vandaag de dag toegeven, staan ze namelijk onder de invloed van de spirituele wereld. En juist belangrijke gebeurtenissen, die door mensen voltrokken worden, gebeuren onder invloed van de geestelijke wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 14 oktober 1917 (bladzijde 168)

Eerder geplaatst op 16 augustus 2016  (1 reactie)

Ontvankelijkheid voor antroposofie beperkt

Als men een openbare voordracht houdt over geesteswetenschap of antroposofie, dan is men genoodzaakt zeer goed rekening te houden met de ontvankelijkheid van onze tegenwoordige wereld, zeer duidelijk eraan te denken dat deze ontvankelijkheid beperkt is. Men moet helder inzien dat in onze tijd weliswaar vanuit de geestelijke werelden inzichten binnenstromen, welke voor de mensheid noodzakelijk zijn, maar dat zij tegenwoordig in zeer geringe mate onbevangen kunnen worden opgenomen. De meeste mensen die zich niet goed op een dergelijk opnemen hebben voorbereid, zouden de diepergaande kennis van onze geesteswetenschap toch nog als een schok ervaren, als iets dat er als fantasterij of als een droom uitziet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – München, 25 februari 1911 (bladzijde 86)

Eerder geplaatst op 23 mei 2015  (2 reacties)

Alle leven hier op aarde verhoudt zich tot het leven na de dood als droom tot werkelijkheid

Het bewustzijn dat de mens bij al deze beschreven ervaringen na de dood heeft, is veel helderder en wakkerder dan wij het op aarde in het normale leven hebben. Het is buitengewoon belangrijk dat wij duidelijk weten: bij het dromen is het bewustzijn dof, als we wakker zijn is het helder, het bewustzijn na de dood is nog helderder en wel zo helder, dat alle leven hier op aarde zich verhoudt tot het leven na de dood als droom tot werkelijkheid. Maar bij het bereiken van elke nieuwe etappe wordt het bewustzijn nog wakkerder, nog klaarder.

Bron: Rudolf Steiner – GA 231 – Der übersinnliche Mensch anthroposophisch erfaßt – Den Haag, 17 november 1923 ‘s avonds (bladzijde 130)

Vertaling door M. Macintosh, overgenomen uit Rudolf Steiner – Tussen dood en nieuwe geboorte – 1979 Uitgeverij Vrij Geestesleven Zeist (bladzijde 128)

Eerder geplaatst op 23 januari 2017

Foutje: Dit citaat was eigenlijk bedoeld voor 30 oktober, maar ik ben vergeten de datum in te vullen.

Alle leven hier op aarde verhoudt zich tot het leven na de dood als droom tot werkelijkheid

Het bewustzijn dat de mens bij al deze beschreven ervaringen na de dood heeft, is veel helderder en wakkerder dan wij het op aarde in het normale leven hebben. Het is buitengewoon belangrijk dat wij duidelijk weten: bij het dromen is het bewustzijn dof, als we wakker zijn is het helder, het bewustzijn na de dood is nog helderder en wel zo helder, dat alle leven hier op aarde zich verhoudt tot het leven na de dood als droom tot werkelijkheid. Maar bij het bereiken van elke nieuwe etappe wordt het bewustzijn nog wakkerder, nog klaarder.

Bron: Rudolf Steiner – GA 231 – Der übersinnliche Mensch anthroposophisch erfaßt – Den Haag, 17 november 1923 ‘s avonds (bladzijde 130)

Vertaling door M. Macintosh, overgenomen uit Rudolf Steiner – Tussen dood en nieuwe geboorte – 1979 Uitgeverij Vrij Geestesleven Zeist (bladzijde 128)

Ontvankelijkheid voor antroposofie beperkt

Als men een openbare voordracht houdt, zoals die van gisteren, over geesteswetenschap en mensentoekomst, dan is men genoodzaakt zeer goed rekening te houden met de ontvankelijkheid van onze tegenwoordige wereld, zeer duidelijk eraan te denken, dat deze ontvankelijkheid beperkt is. Men moet helder inzien, dat in onze tijd weliswaar vanuit de geestelijke werelden inzichten binnenstromen, welke voor de mensheid noodzakelijk zijn, maar dat zij tegenwoordig in zeer geringe mate onbevangen kunnen worden opgenomen. De meeste mensen, die zich niet goed op een dergelijk opnemen hebben voorbereid, zouden de diepergaande kennis van onze geesteswetenschap toch nog als een schok ervaren, als iets dat er als fantasterij of als een droom uitziet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – München, 25 februari 1911 (bladzijde 86)

Eerder geplaatst op 11 september 2013