Het dogma van de natuurwetenschap: Als wij het niet weten, dan weet niemand het

Steeds weer wordt er van natuurwetenschappelijke kant gezegd, dat de geesteswetenschap niet op natuurwetenschappelijke bodem zou staan. Kan men zich dan méér op natuurwetenschappelijke bodem stellen dan wanneer men toegeeft, dat alles wat de natuurwetenschap weet en erkennen kan, ook bij ons erkenning vindt?

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast op de bodem van de natuurwetenschappelijke feiten staan. Die eisen van de geesteswetenschapper dat hij niets weten kan en zal dan wat ze zelf weten. Ze eisen niet alleen dat men toegeeft, wat ze zelf zeggen, maar ze eisen ook, dat men zich onderwerpt aan het dogma, dat men niet meer zou kunnen zeggen als wat zij zeggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 9 april 1908 (bladzijde 269-270)

Eerder geplaatst op 7 juli 2013

Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben. Daar gaat het om. Of iemand idealist is of niet, dat maakt niet uit, maar voor het leven is het belangrijk of iemand vruchtbare gedachten heeft, die zo zijn dat ze het leven doen gedijen en vooruitgaan. Juist dat mag niet uit het oog worden verloren, dat antroposofie ook in deze richting niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof. Al kan iemand nog zo veel de meest spirituele theorieën propageren, daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, als hij ze in het leven gebruikt. Als dus iemand zegt, dat hij geen materialist is, dat hij in de levenskracht gelooft, ja zelfs aan spirituele krachten, maar in voedingskwesties altijd zo te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat zou zijn, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de geesteswetenschap over deze concrete vragen iets te zeggen, wanneer ze tot in details in staat is licht te werpen en dat kan zij zowel met betrekking tot voedingvragen als met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 12 mei 2012.

Het komt er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerking zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. De waarlijk praktische mens komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerking zijn gedachten hebben. Daar komt het op aan. Of iemand idealist is of niet, daar komt het niet op aan, maar voor het leven is het van belang of iemand vruchtbare gedachten heeft die zo zijn, dat het leven gedijt en vooruitgaat. Juist dat mag niet veronachtzaamd worden, dat antroposofie ook op het gebied van voeding en gezondheid niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof. Iemand mag nog zo zeer de meest spirituele theorieën bepleiten: daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, wanneer hij ze in het leven toepast. Als dus iemand zegt, hij is geen materialist, hij gelooft aan de levenskracht, ja zelfs aan een hogere geest, maar bij voedingsvraagstukken nog steeds te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat is, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de antroposofie over deze concrete vragen wat te zeggen, als zij zelf tot in de details licht kan werpen, en dat kan zij zowel met betrekking tot de voedingswijze als wel met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 057 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 27 september 2011.

Het dogma van de natuurwetenschap: Als wij het niet weten, dan weet niemand het

Steeds weer wordt er van natuurwetenschappelijke kant gezegd, dat de geesteswetenschap niet op natuurwetenschappelijke bodem zou staan. Kan men zich dan méér op natuurwetenschappelijke bodem stellen dan wanneer men toegeeft, dat alles wat de natuurwetenschap weet en erkennen kan, ook bij ons erkenning vindt?

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast op de bodem van de natuurwetenschappelijke feiten staan. Die eisen van de geesteswetenschapper dat hij niets weten kan en zal, als wat ze zelf weten. Ze eisen niet alleen dat men toegeeft, wat ze zelf zeggen, maar ze eisen ook, dat men zich onderwerpt aan het dogma, dat men niet meer zou kunnen zeggen als wat zij zeggen.

Bron: Rudolf SteinerGA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn 9 april 1908 (bladzijde 269-270)

 

Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben. Daar gaat het om. Of iemand idealist is of niet, dat maakt niet uit, maar voor het leven is het belangrijk of iemand vruchtbare gedachten heeft, die zo zijn dat ze het leven doen gedijen en vooruitgaan. Juist dat mag niet uit het oog worden verloren, dat antroposofie ook in deze richting niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof. Al kan iemand nog zo veel de meest spirituele theorieën propageren, daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, als hij ze in het leven gebruikt. Als dus iemand zegt, dat hij geen materialist is, dat hij in de levenskracht gelooft, ja zelfs aan spirituele krachten, maar in voedingskwesties altijd zo te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat zou zijn, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de geesteswetenschap over deze concrete vragen iets te zeggen, wanneer ze tot in details in staat is licht te werpen en dat kan zij zowel met betrekking tot voedingvragen als met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Berlijn 17 december 1908 (bladzijde 172-173)