Over waarheden en dogma’s

Het is goed om, wat ik al vaker genoemd heb, dat in het bijzonder vanuit ons antroposofische standpunt bewust en grondig erkend wordt: Ook het weten dat men in het heden, hoe onmiskenbaar het ook is, over spirituele zaken kan verwerven, het mag niet opgevat worden als een som van absolute dogma’s. Het moet duidelijk zijn dat degenen die later in komende tijden zullen verschijnen meer waarheden zullen zien dan wij zelf zien kunnen en in staat zijn naar voren te brengen.

Daarop berust eigenlijk de geestelijke ontwikkeling van de mensheid. En alle belemmering, alle hindernis voor de geestelijke vooruitgang van de mensheid berust uiteindelijk op het feit dat de mensen het niet toegeven willen dat ze graag waarheden overgeleverd willen hebben, die niet de waarheden van een bepaald tijdperk zijn, maar die absolute, tijdloze dogma’s zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 184 – Die Polarität von Dauer und Entwickelung im Menschenleben – Dornach, 6 september 1918 (bladzijde 13)

Eerder geplaatst op 18 maart 2018

brown-smile

Waarom die nieuwe geestelijke stromingen?

Hoe vaak horen we tegenwoordig de woorden: Waarom die nieuwe geestelijke stromingen? We hebben de oude overleveringen die door de tijden heen bewaard zijn gebleven, dat laten we ons niet bederven door wat anderen denken te weten, die alleen maar doen alsof ze alles beter weten! – Dat is een zelfzuchtige uiting van de menselijke ziel. Alleen weten degenen die zo doen niet dat het zo egoïstisch is. Want diegenen willen eigenlijk alleen maar voor de behoeften van de eigen ziel zorgen. Ze voelen in zichzelf: Wij zijn tevreden met wat we hebben! – En stellen zij het dogma, het vreselijke dogma op: Als wij tevreden zijn op onze manier, dan moeten degenen die van ons leren moeten, die onze nakomelingen zijn, op dezelfde manier tevreden zijn als wij. Alles moet naar ons hart, volgens ons weten gaan!  

Dit is een  manier van praten die  men in de uiterlijke wereld zeer, zeer vaak hoort. En het is niet alleen maar beperktheid van de ziel, het is iets dat samenhangt met wat zojuist beschreven is als een zelfzuchtige trek van de mensenziel. En in het godsdienstige leven kunnen onder het masker van vroomheid de zielen misschien juist het allerzelfzuchtigste zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 8 mei 1910 (bladzijde 146)

Eerder geplaatst op 22 november 2017  (2 reacties)

798x1200

Het dogma van de natuurwetenschap: Als wij het niet weten, dan weet niemand het

Steeds weer wordt er van natuurwetenschappelijke kant gezegd dat de geesteswetenschap niet op natuurwetenschappelijke bodem zou staan. Kan men zich dan méér op natuurwetenschappelijke bodem stellen dan wanneer men toegeeft dat alles wat de natuurwetenschap weet en erkennen kan, ook bij ons erkenning vindt?

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast op de bodem van de natuurwetenschappelijke feiten staan. Die eisen van de geesteswetenschapper dat hij niets weten kan en zal dan wat ze zelf weten. Ze eisen niet alleen dat men toegeeft, wat ze zelf zeggen, maar ze eisen ook dat men zich onderwerpt aan het dogma, dat men niet meer zou kunnen zeggen dan wat zij zeggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 9 april 1908 (bladzijde 269-270)

Eerder geplaatst op 9 april 2015  (5 reacties) bodem stellen dan mende natuurwetenschap en erkennen kan, ook bij ons 

Nu zijn er echter mensen die zeggen dat ze vast o de feiten staaDie eisen van de weten kan en  ze zelf weten. Z

Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben. Daar gaat het om. Of iemand idealist is of niet, dat maakt niet uit, maar voor het leven is het belangrijk of iemand vruchtbare gedachten heeft, die zo zijn dat ze het leven doen gedijen en vooruitgaan. Juist dat mag niet uit het oog worden verloren dat antroposofie ook in deze richting niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof.

Al kan iemand nog zo veel de meest spirituele theorieën propageren, daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, als hij ze in het leven gebruikt. Als dus iemand zegt dat hij geen materialist is, dat hij in de levenskracht gelooft, ja zelfs aan spirituele krachten, maar in voedingskwesties altijd zo te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat zou zijn, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de geesteswetenschap over deze concrete vragen iets te zeggen, wanneer ze tot in details in staat is licht te werpen en dat kan zij zowel met betrekking tot voedingsvragen als met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 16 juli 2014

Waarom die nieuwe geestelijke stromingen?

Hoe vaak horen we tegenwoordig de woorden: Waarom die nieuwe geestelijke stromingen? We hebben de oude overleveringen die door de tijden heen bewaard zijn gebleven, dat laten we ons niet bederven door wat anderen denken te weten, die alleen maar doen alsof ze alles beter weten! – Dat is een zelfzuchtige uiting van de menselijke ziel. Alleen weten degenen die zo doen niet dat het zo egoïstisch is.Want diegenen willen eigenlijk alleen maar voor de behoeften van de eigen ziel zorgen. Ze voelen in zichzelf: Wij zijn tevreden met wat we hebben! – En stellen zij het dogma, het vreselijke dogma op: Als wij tevreden zijn op onze manier, dan moeten degenen die van ons leren moeten, die onze nakomelingen zijn, op dezelfde manier tevreden zijn als wij. Alles moet naar ons hart, volgens ons weten gaan!  

Dit is een  manier van praten die  men in de uiterlijke wereld zeer, zeer vaak hoort. En het is niet alleen maar beperktheid van de ziel, het is iets dat samenhangt met wat zojuist beschreven is als een zelfzuchtige trek van de mensenziel. En in het godsdienstige leven kunnen onder het masker van vroomheid de zielen misschien juist het allerzelfzuchtigste zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 8 mei 1910 (bladzijde 146)