Astrologie (1 van 2)

Bij ieder mens behoort een bepaalde horoscoop, omdat daarin de krachten tot uitdrukking komen, die hem in het leven op aarde gebracht hebben. Staat bijvoorbeeld in een horoscoop Mars boven de Ram, dan wil dat zeggen, dat bepaalde krachten van de Ram niet door Mars worden doorgelaten, dat zij verzwakt worden. De mens wordt op een bepaalde wijze in het aardse bestaan binnengevoerd en de horoscoop geeft aan, waarnaar hij zich richt, voordat hij het aardeleven binnentreedt. Over dit gebied kan men in onze tijd ook allerlei horen en daarom moet er hier op gewezen worden, dat bijna alles, wat thans in die richting gezegd wordt, het reinste dilettantisme is – echt bijgeloof – en dat in het gewone leven het juiste inzicht in deze samenhangen grotendeels verloren is gegaan. Wat hier principieel gezegd wordt, moet niet beoordeeld worden naar hetgeen tegenwoordig als astrologie een twijfelachtig bestaan leidt.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 15 – Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit Kopenhagen, 8 juni 1911 (bladzijde 72)

Nederlandse vertaling: De geestelijke leiding van mens en mensheid door Fr. Hardan–van Omme en P. Henny-van Suchtelen (bladzijde 68-69)

Eerder geplaatst op 22 december 2014

Steiner over De Geheime Leer van Blavatsky

Sinnetts’s Esoterisch Boeddhisme werd spoedig herkend als een spiritueel dilettantisch boek, samengesteld uit oud, slecht begrepen esoterisme. Maar om tot een dergelijk werk als tijdsverschijnsel, zoals Blavatsky’s Geheime Leer, was het toch niet gemakkelijk een verhouding te krijgen. Want dit werk verraadde op talrijke plaatsen, dat wat erin staat uit juiste, krachtige impulsen van de spirituele wereld komt.

Zodat men op talrijke plaatsen van Blavatsky’s Geheime Leer het zich-openbaren van een geestelijke wereld vindt door de persoonlijkheid, die Blavatsky was. […] Er werden in deze Geheime Leer een groot aantal oeroude, in de vroegere geschiedenis der mensheid door atavistische helderziendheid verkregen waarheden uitgesproken.

Ik zou willen zeggen: Het was een soort heropleving van oeroude culturen. Men had iets voor zich, uit de buitenwereld op zich toekomend, niet enkel uit zichzelf, waarvan men zeggen moest: Dit brengt een ontzaglijke wijsheid, die de mensen eens als iets uitzonderlijk lichtbrengends hebben bezeten. Daartussen gedeelten van de ongelooflijkste soort, die iemand steeds weer verbaasd doen staan, omdat het boek suffig, dilettantisch uitgewerkt is ten aanzien van elke wetenschappelijke denkwijze, onzinnig wat betreft het bijgelovige en ga zo maar door. In feite een zeer merkwaardig boek, deze Geheime Leer van Blavatsky: grote waarheden naast schrikbarend gezwets.

Bron: Rudolf Steiner – GA 258 – Die Geschichte und die Bedingungen der anthroposophischen Bewegung im Verhältnis zur Anthroposophischen Gesellschaft – Dornach, 10 juni 1923 (bladzijde 25)

Eerder geplaatst op 20 december 2015

Dikwijls wordt beweerd dat antroposofie puur dilettantisme is, waarmee een ernstig filosoof zich niet zou moeten inlaten

Wat wij nu beschouwen zal geheel buiten het kader van de antroposofische beschouwingen vallen. Het hangt er slechts indirect mee samen, het zal een zuiver filosofische beschouwing zijn. De onmiddellijke samenhang ermee is dat dikwijls beweerd wordt dat voor het forum der wetenschap de antroposofische geesteswetenschap geenszins bestaan kan, dat zij eruit zou zien als puur dilettantisme, waarmee een ernstig filosoof zich niet zou mogen inlaten. Er zal nu aangetoond worden dat het dilettantisme niet aan de kant van de antroposofie, maar aan de kant van de filosofie ligt.

De filosofie is tegenwoordig een zeer ongeschikt instrument om tot de antroposofie te komen (Duits: sich emporzuheben). Wij zullen ons vooreerst oriënteren op de filosofie. Wij zullen zien hoe de filosofie zich historisch ontwikkeld heeft. Dan zullen we dit erfelijk euvel (Duits: Erbübel) eens grondig beschouwen. We zullen zien hoe de filosofie tegenwoordig eraan lijdt dat het gehele filosofische denken zich in een spinnenweb gevangen heeft, hoe het daardoor niet in staat is zich een wijdere horizon met betrekking tot de werkelijkheid te verwerven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – ÜBER PHILOSOPHIE, München, 20 maart 1908 (bladz. 189)

Eerder geplaatst op 11 april 2011

Astrologie (1 van 2)

Bij ieder mens behoort een bepaalde horoscoop, omdat daarin de krachten tot uitdrukking komen, die hem in het leven op aarde gebracht hebben. Staat bijvoorbeeld in een horoscoop Mars boven de Ram, dan wil dat zeggen, dat bepaalde krachten van de Ram niet door Mars worden doorgelaten, dat zij verzwakt worden. De mens wordt op een bepaalde wijze in het aardse bestaan binnengevoerd en de horoscoop geeft aan, waarnaar hij zich richt, voordat hij het aardeleven binnentreedt. Over dit gebied kan men in onze tijd ook allerlei horen en daarom moet er hier op gewezen worden, dat bijna alles, wat thans in die richting gezegd wordt, het reinste dilettantisme is – echt bijgeloof – en dat in het gewone leven het juiste inzicht in deze samenhangen grotendeels verloren is gegaan. Wat hier principieel gezegd wordt, moet niet beoordeeld worden naar hetgeen tegenwoordig als astrologie een twijfelachtig bestaan leidt.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 15 – Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit Kopenhagen, 8 juni 1911 (bladzijde 72)

Nederlandse vertaling door Fr. Hardan–van Omme en P. Henny-van Suchtelen (bladzijde 68-69)

Eerder geplaatst op 8 december 2012

Over woede en strijd tegen de antroposofie

Antroposofie is altijd ten opzichte van zaken die op hun gebied volkomen terecht optreden, in een typische positie. Antroposofie is eigenlijk vanuit zichzelf geheel niet twistziek. Ze erkent graag alles wat binnen de horizon optreedt waarin het gerechtvaardigd is. Zo zal ze binnen de horizon, waarin het terecht is, natuurlijk ook de psychoanalyse erkennen. Maar antroposofie moet de dingen uit de gehele menselijke natuur, uit een totale verklaring van de wereld zoeken, moet dus in zekere zin de kleine kringen, die op enigszins dilettantische lekenwijze ook tegenwoordig door wetenschappers gedreven worden, in grotere kringen betrekken. Ze heeft dan ook geen reden om strijd te voeren. Ze sluit alleen dat wat eenzijdig verklaard wordt in een grote cirkel in. Ze begint daarom in de regel niet uit zichzelf te redetwisten. Maar de anderen strijden, want die willen bij hun eigen kleine kring blijven. Die zien op hun manier alleen wat in deze kleine kring is. En omdat hen dat wat in een wijdere horizon ligt en hen eigenlijk in feite zou kunnen stimuleren, helemaal niet bijzonder aanlokt, wijzen ze het woedend af. Zodat de antroposofie meestal genoodzaakt is zich tegen die eenzijdigheden te verweren, die hen aanvallen. Dit is wat met name tegen dergelijke tijdstromingen, zoals de psychoanalyse, gezegd moet worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 26 december 1921 (bladzijde 72)