Onzichtbare wezens werken in ons leven

Het astrale plan en het devachanplan zijn zeer bevolkte werelden en veel soorten wezens vinden we daar, die – hoewel ze niet op tastbare wijze in hun openbaringen hier zijn waar te nemen -, toch hun werkingen, hun daden hier op het fysieke plan uiten en die met het fysieke gebied, met ons hele tegenwoordige leven zeer veel te maken hebben. Men begrijpt het mensenleven niet, als men niet weet dat binnen het menselijke leven zulke wezens werkzaam zijn, die boven in hogere werelden leven. In het menselijk lichaam zelf vindt veel plaats waarover de mens geen meester is, dat niet uitdrukking van het menselijk Ik is, maar daad, werking, openbaring van wezens van hogere werelden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 6 januari 1908 (bladzijde 14-15)

Eerder geplaatst op 22 september 2017  (3 reacties)

Vriendschappen in het Devachan

Het is niet juist als in theosofische boeken wordt gezegd dat de mens in het Devachan slaapt, en het is ook niet juist dat hij alleen met zichzelf bezig is of dat de relaties die op aarde zijn geweven niet voortgezet worden; integendeel, een echte vriendschap gebaseerd op een geestelijke verbondenheid gaat daar met grotere intensiteit door.

De intimiteit van vriendschap voedt de geestelijke gemeenschap in het Devachan en verrijkt haar met nieuwe vormen. Dit is wat de ziel in het Devachan voeding geeft. Ook de verhouding van de mens tot de natuur, een nobel, esthetisch genot van de natuur, is voeding voor het leven van de ziel in het Devachan. Daar leeft de mens van, zoals ik al zei.

De vriendschapsrelaties zijn als het ware de optooiingen (Einrichtungsstücke) waarmee hij zich omringt. De fysieke omstandigheden op aarde dwarsbomen deze relaties vaak genoeg. In Devachan wordt de manier waarop twee vrienden samen zijn alleen bepaald door de intensiteit van de vriendschap. Dus zulke verhoudingen op aarde scheppen, betekent ervaringen verschaffen voor het leven in het Devachan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor  dem  Tore  der  Theosophie – Stuttgart, 25 augustus 1906 (blz. 45-46)

Dag-van-de-vriendschap

Het Geweten: Een Profetisch Voorgevoel

Het geweten geeft aan of we terugschrikken zullen of dat we gelukkig zullen zijn (Duits: beseligt sein werden), als we in het devachan onze handelingen zullen kunnen aanzien. Het geweten is dus een soort profetisch voorgevoel van hoe we onze daden na de dood zullen ervaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Breslau, 3 februari 1912 (bladzijde 69)

Eerder geplaatst op 23 juli 2017  (5 reacties)

right_wrong_ethiek.pixabay

Benamingen

In de voordrachten over de astrale wereld heb ik geprobeerd te beschrijven welke weg de menselijke ziel heeft te doorlopen, nadat ze door de poort van de dood gegaan is. Deze weg door de zielenwereld – of de astrale wereld zoals het in de theosofische literatuur genoemd wordt -, is relatief kort. Het langste deel van de tijd welke de menselijke ziel nodig heeft om van de ene incarnatie naar de volgende te komen, besteedt ze in de geestelijke wereld, in wat men in de theosofie devachan, het land van de goden, noemt. Ik zal, om een Duitse uitdrukking te gebruiken, de woorden “geestenland” (Geisterland) of “geesteswereld” (Geisteswelt) voor “devachan” gebruiken. We moeten erop letten dat we langzamerhand Duitse uitdrukkingen invoeren. En als we weten dat we met het zogenaamde geestenland niets anders bedoelen dan wat in de theosofie devachan is, dan zullen we elkaar begrijpen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 11 februari 1904 (bladzijde 119)

Eerder geplaatst op 2 januari 2018

41gWzxHeOQL._SY264_BO1,204,203,200_QL40_ML2_

Devachan / Gelukzaligheid

We hebben nu iets gehoord over de aard van het Devachan; nu rijst de vraag: hoe komt de eigenlijke gelukzaligheid van het devachan tot stand? – De activiteit in het Devachan bestaat voornamelijk uit het scheppend werken, en het is lastig om een ​idee te geven van deze gelukzaligheid.

Maar misschien kan een vergelijking met iets aards het ons duidelijker maken.  Er bestaat  een gewaarwording op aarde die we ons het beste kunnen voorstellen als we denken aan het gevoel van een wezen dat actief is met het voortbrengen van een ander wezen, bijvoorbeeld een kip die een ei uitbroedt.

Het is een groteske, maar wel geschikte vergelijking. Voor het zinnelijke gevoel van de kip is het broeden een gelukzaligheid, een enorm gevoel van welzijn. Dit kan nu worden overgedragen naar het geestelijke en zo kan men zich een voorstelling maken van het Devachan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor  dem  Tore  der  Theosophie – Stuttgart, 26 augustus 1906 (blz. 47)

774x1200