Ogen en oren van de ziel

Alle religiestichters waren voltooide (Duits: vollendete) helderzienden en geestelijke mensheidleiders, en hun morele beginselen werden tot levensregels, die door astrale en geestelijke waarheden bepaald waren. Daaruit worden de overeenkomsten van alle religies verklaarbaar. Zulk een overeenkomst bestaat bijvoorbeeld tussen het achtvoudige pad van Boeddha en de acht zaligpredikingen van Christus. Aan beide ligt namelijk de waarheid ten grondslag dat de mens steeds opnieuw, wanneer hij een deugd ontwikkelt, ook een nieuw waarnemingsvermogen ontwikkelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – Kosmogonie – Parijs, 6 juni 1906 (bladzijde 67-68)

540x840

Eerder geplaatst op 7 juli 2018  (12 reacties)

De innerlijke scholing maakt de mensen niet alleen beter

De innerlijke scholing maakt de mensen niet alleen beter, dat moet uitdrukkelijk gezegd worden. Een mens kan nog zo’n hoge intellectuele ontwikkeling of morele deugden hebben, er verbergen zich in zijn ziel nog altijd onevenwichtige slechte eigenschappen, die meestal door de conventionele moraal verdoezeld worden. De mens is eigenlijk slechter dan waarvoor men hem gewoonlijk aanziet. Bij een esoterische ontwikkeling, die de mens nu zelf in de hand neemt, komen zijn ondeugden onvermijdelijk naar voren, en hier moet de esotericus al zijn kracht gebruiken om ze te overwinnen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II: 1910 – 1912  – Stuttgart, 23 februari 1912 (bladzijde 336)

Eerder geplaatst op 31 augustus 2015 (7 reacties)

Goedwillendheid is mooi, maar zonder inzicht pakt het toch verkeerd uit (2 – slot)

Als de mens welwillendheid ontwikkelt, dan is dat zeker goed. Maar precies zo als een slinger bij het naar omlaag vallen de kracht voor het omhoog gaan ontwikkelt, zo ontwikkelt zich onder de kracht van de welwillendheid de kracht van vooroordelen, de kracht van ongepaste voorkeuren voor dit en alle mogelijke dingen. Geen deugd kan zich ontwikkelen zonder dat onder de ontwikkeling van de deugd de aanleg voor de tegenovergestelde ondeugd in de menselijke ziel als neiging ontstaat. Ziet u, deze waarheden zijn ongemakkelijk, maar het zijn nu eenmaal waarheden. De individuele mens zal het minder merken, maar in de sociale orde komt als feit aan de dag wat hier zojuist aangegeven is. Als de mensen zich er te zeer aan tegoed doen een tijdlang een of andere deugd eenzijdig te ontplooien, dan moet het volgende tijdperk noodzakelijk de overeenkomende ondeugd tevoorschijn brengen, als de samenhang niet wordt herkend.

Bron: Rudolf Steiner – GA 176 – Menschliche und menschheitliche Entwicklungs- wahrheiten/Das Karma des Materialismus – Berlijn, 25 september 1917 (bladzijde 358)

Eerder geplaatst op 5 november 2011

Ogen en oren van de ziel

Alle religiegrondleggers waren voltooide (Duits: vollendete) helderzienden en geestelijke mensheidleiders, en hun morele beginselen werden tot levensregels, die door astrale en geestelijke waarheden bepaald waren. Daaruit worden de overeenkomsten van alle religies verklaarbaar. Zulk een overeenkomst bestaat bijvoorbeeld tussen het achtvoudige pad van Boeddha en de acht zaligpredikingen van Christus. Aan beide ligt namelijk de waarheid ten grondslag dat de mens steeds opnieuw, wanneer hij een deugd ontwikkelt, ook een nieuw waarnemingsvermogen ontwikkelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – Kosmogonie – Parijs, 6 juni 1906 (bladzijde 67-68)

Eerder geplaatst op 24 augustus 2013

De innerlijke scholing maakt de mensen niet alleen beter

De innerlijke scholing maakt de mensen niet alleen beter, dat moet uitdrukkelijk gezegd worden. Een mens kan nog zo’n hoge ontwikkeling of morele deugden hebben, er verbergen zich in zijn ziel nog altijd onevenwichtige slechte eigenschappen, die meestal door de conventionele moraal verdoezeld worden. De mens is eigenlijk slechter dan waarvoor men hem gewoonlijk aanziet. Bij een esoterische ontwikkeling, die de mens nu zelf in de hand neemt, komen zijn ondeugden onvermijdelijk naar voren, en hier moet de esotericus al zijn kracht gebruiken om ze te overwinnen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II: 1910 – 1912  – Stuttgart, 23 februari 1912 (bladzijde 336)

Eerder geplaatst op 19 januari 2014