Gezond mensenverstand

Zelfs een ingewijde heeft niets aan zijn bovenzinnelijke ervaringen, als hij niet het gezonde mensenverstand juist ontwikkelt. Als vandaag de dag iemand zo denkt – neemt u dit, wat ik nu zeg, werkelijk zeer ernstig – dat hij zeer goed aan de eisen voldoet, die tegenwoordig bij onze schoolexamens aan de mensen gesteld worden, wanneer hij zich zulke denkgewoonten eigen heeft gemaakt, dat hij bij het huidige professorendom op de meest bevredigende wijze de examens afleggen kan, dan is zijn gezonde mensenverstand zo verwrongen dat hij, ook al worden hem op een presenteerblaadje miljoenen ervaringen van de bovenzinnelijke wereld aangereikt, ze net zomin zou zien als hij in een donkere kamer fysiek zou kunnen zien, wat er in deze donkere kamer aanwezig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 18 januari 1920 (bladzijde 96)

gezond-verstand-1

Eerder geplaatst op 22 maart 2017  (5 reacties)

Wetenschappelijke denkgewoonten: hindernis voor antroposofische wereldbeschouwing  

Wie eenmaal met zijn denkgewoonten is ingegroeid in het tegenwoordige wetenschapsleven, kan eigenlijk onmogelijk zo zonder meer op de antroposofische opvattingen overgaan. Daar moet men zeker op bedacht zijn, dat van deze zijde een of andere instemming met de antroposofische kennis nauwelijks spoedig iets kan komen.

De mensen die niet met hun denkgewoonten in de wetenschappelijke bedrijvigheid van tegenwoordig zijn gegroeid of die als jonge mensen bij het erin groeien ook meteen er uitgroeien, die zullen het zijn, die hoofdzakelijk de gegrondheid van de antroposofische wereldbeschouwing zullen inzien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 225 – Drei Perspektiven der Anthroposophie – Dornach, 20 juli 1923 (bladzijde 133-134)

Eerder geplaatst op 9 juli 2015  (6 reacties)

Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben. Daar gaat het om. Of iemand idealist is of niet, dat maakt niet uit, maar voor het leven is het belangrijk of iemand vruchtbare gedachten heeft, die zo zijn dat ze het leven doen gedijen en vooruitgaan. Juist dat mag niet uit het oog worden verloren dat antroposofie ook in deze richting niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof.

Al kan iemand nog zo veel de meest spirituele theorieën propageren, daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, als hij ze in het leven gebruikt. Als dus iemand zegt dat hij geen materialist is, dat hij in de levenskracht gelooft, ja zelfs aan spirituele krachten, maar in voedingskwesties altijd zo te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat zou zijn, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de geesteswetenschap over deze concrete vragen iets te zeggen, wanneer ze tot in details in staat is licht te werpen en dat kan zij zowel met betrekking tot voedingsvragen als met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 16 juli 2014

Dweperij die veraf staat van de alledaagse werkelijkheid

Men kan zien hoe twee stromingen in de wereld naast elkaar bestaan, ook in de denkgewoonten van de mensen. De ene stroming wil zich in zekere zin in goddelijk-geestelijke hoogte ophouden, en geen brug bouwen tussen spirituele impulsen en de feiten van het gewone handelen in het leven. De andere leeft gedachteloos in het alledaagse leven. Het leven is echter een eenheid. Het kan alleen gedijen als de drijvende kracht van alle ethisch-religieus leven zijn uitwerking heeft in het meest alledaagse, aardse leven, in het leven dat menigeen maar weinig voornaam lijkt. Wanneer men verzuimt de brug te slaan tussen de beide levensgebieden, dan vervalt men met betrekking tot religieus, zedelijk leven en tot sociaal denken in louter dweperij die veraf staat van de alledaagse ware werkelijkheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 023 – Die  Kernpunkte der Sozialen Frage (bladzijde 103)

Eerder geplaatst op 23 maart 2016

Het komt er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerking zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. De waarlijk praktische mens komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerking zijn gedachten hebben. Daar komt het op aan. Of iemand idealist is of niet, daar komt het niet op aan, maar voor het leven is het van belang of iemand vruchtbare gedachten heeft die zo zijn, dat het leven gedijt en vooruitgaat. Juist dat mag niet veronachtzaamd worden, dat antroposofie ook op het gebied van voeding en gezondheid niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof. Iemand mag nog zo zeer de meest spirituele theorieën bepleiten: daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, wanneer hij ze in het leven toepast. Als dus iemand zegt, hij is geen materialist, hij gelooft aan de levenskracht, ja zelfs aan een hogere geest, maar bij voedingsvraagstukken nog steeds te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat is, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de antroposofie over deze concrete vragen wat te zeggen, als zij zelf tot in de details licht kan werpen, en dat kan zij zowel met betrekking tot de voedingswijze als wel met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 057 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 2 augustus 2013