Zonder spirituele leringen vervalt de mensheid in decadentie

Hier op aarde is antroposofie om zo te zeggen een soort theorie en het ontgaat de mensen voor het bewustzijn in waaktoestand wat spiritueel actief is, wat echter objectief aanwezig is. Na de dood is de mens rechtstreeks waarnemer hoe de krachten, die hij met de spirituele leringen tijdens het leven op aarde opneemt, feitelijk organiserend werken, activerend, krachtgevend werken op datgene in zijn wezen dat daarna er zijn kan, wanneer hij zich weer op een nieuwe incarnatie voorbereidt.

Zo worden de spirituele leringen in de mensheidsevolutie opgenomen. Als echter deze spirituele onderrichtingen niet opgenomen zouden worden – tegenwoordig is het nog voldoende, als weinigen het opnemen, maar meer en meer mensen moeten het in de toekomst opnemen -, dan zouden langzamerhand de mensen, als ze weer naar een aarde-incarnatie terugkeren, niet genoeg levengevende krachten hebben, die ze dan nodig hebben. Er zou decadentie, een verkommering in de latere incarnatie optreden. De mensen zouden snel verwelken, vroeg rimpels krijgen en zo meer. Een decadentie, een wegkwijnen van de fysieke mensheid zou optreden, als de spirituele krachten niet zouden worden opgenomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das Leben zwischen dem Tode und der neuen Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen – Berlijn, 10 december 1912 (bladzijde 89-90)

Eerder geplaatst op 10 juli 2017

Zonder spirituele leringen vervalt de mensheid in decadentie

Hier op aarde is antroposofie om zo te zeggen een soort theorie en het ontgaat de mensen voor het bewustzijn in waaktoestand wat spiritueel actief is, wat echter objectief aanwezig is. Na de dood is de mens rechtstreeks waarnemer hoe de krachten, die hij met de spirituele leringen tijdens het leven op aarde opneemt, feitelijk organiserend werken, activerend, krachtgevend werken op datgene in zijn wezen dat daarna er zijn kan, wanneer hij zich weer op een nieuwe incarnatie voorbereidt.

Zo worden de spirituele leringen in de mensheidsevolutie opgenomen. Als echter deze spirituele onderrichtingen niet opgenomen zouden worden – tegenwoordig is het nog voldoende, als weinigen het opnemen, maar meer en meer mensen moeten het in de toekomst opnemen -, dan zouden langzamerhand de mensen, als ze weer naar een aarde-incarnatie terugkeren, niet genoeg levengevende krachten hebben, die ze dan nodig hebben. Er zou decadentie, een verkommering in de latere incarnatie optreden. De mensen zouden snel verwelken, vroeg rimpels krijgen en zo meer. Een decadentie, een wegkwijnen van de fysieke mensheid zou optreden, als de spirituele krachten niet zouden worden opgenomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das Leben zwischen dem Tode und der neuen Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen – Berlijn, 10 december 1912 (bladzijde 89-90)

Over matigheid en gezondheid

Men kan op de meest uiteenlopende manieren onmatig (Duits: unbesonnen) zijn. Men kan onmatig zijn door overmatig eten en drinken. Dit is de laagste soort van onmatigheid. Dan gaat de ziel volledig op in de lichamelijke begeerten, en we leven ons volledig in ons lichaam uit. Als we echter onze begeerten in de hand nemen, als we in feite het lichaam bevelen wat hij doen mag en niet doen mag, dan zijn we bezonnen, men kan ook zeggen: matig. En dan behouden we door deze matigheid ook de krachten in orde, die meewerken moeten dat we in de volgende incarnatie de betreffende organen niet aan Lucifer overleveren. Want we leveren de krachten aan Lucifer uit door de overgave aan een hartstochtelijk leven. Het ergste in het geval wanneer de hartstochten ons in een roestoestand brengen, als we ons weldadig voelen in een staat van wegdromen en wegdoezelen.

Als we onze matigheid verliezen, geven we altijd krachten aan Lucifer over. Deze krachten neemt hij, maar daarmee neemt hij van ons ook de krachten, welke we voor de ademhalings- en spijsverteringsorganen nodig hebben, en we komen dan met slechte ademhalings- en spijsverteringsorganen weer op aarde, als we niet de deugd van de matigheid beoefenen. Degenen die zich graag laten meeslepen door hun begeerteleven, die zich aan hun hartstochten overgeven, zijn kandidaten voor de decadente mensen van de toekomst, voor de toekomstige mensen die onder alle mogelijke gebreken van hun fysieke lichaam zullen lijden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 159 – Das Geheimnis des Todes – Zürich, 31 januari 1915 (bladzijde 20-21)

Eerder geplaatst op 29 mei 2016

Alles leidt naar decadentie, naar barbarij, naar de ondergang van de beschaving

Het moet steeds meer en meer benadrukt worden: dat het zeer noodzakelijk is om vandaag de dag de dingen zeer ernstig te nemen! De mensen vinden het ongemakkelijk, dit ernstig nemen. Ze willen steeds maar weer geloven, dat het wel in de oude sleur verder zal gaan. Nee, het zal niet in de oude sleur verder gaan!

Als er zo verder geleefd wordt, zoals geleefd wordt zonder de aansporingen die uit de geestelijke wereld komen, dan kan verder industrie bedreven worden, er kunnen banken zijn, er kunnen universiteiten zijn, waar alle mogelijke wetenschappen geleerd worden, er kunnen andere beroepen verder uitgeoefend worden – alles leidt naar decadentie, naar barbarij, naar de ondergang van de beschaving.

Wie niet rechtstreeks dat in het leven wil brengen, wat uit de geesteswetenschap kan komen, die wil in feite niet de vooruitgang, maar de achteruitgang. En het merendeel van de mensen wil vandaag de dag de neergang en maakt zichzelf wijs, dat uit de neergang nog een opgang zou kunnen komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 202 – Die Brücke zwischen der Weltgeistigkeit und dem Physischen des Menschen/Die Suche nach der neuen Isis, der göttlichen Sophia – Dornach, 26 december 1920 (bladzijde 275-276)

Eerder geplaatst op 13 december 2015

Het kan niet in de oude sleur verder gaan

Dat moet steeds meer en meer benadrukt worden: dat het zeer noodzakelijk is om vandaag de dag de dingen zeer ernstig te nemen! De mensen vinden het ongemakkelijk, dit ernstig nemen. Ze willen steeds maar weer geloven, dat het wel in de oude sleur verder zal gaan. Nee, het zal niet in de oude sleur verder gaan!

Als er zo verder geleefd wordt, zoals geleefd wordt zonder de aansporingen die uit de geestelijke wereld komen, dan kan verder industrie bedreven worden, er kunnen banken zijn, er kunnen universiteiten zijn, waar alle mogelijke wetenschappen geleerd worden, er kunnen andere beroepen verder uitgeoefend worden – alles leidt naar decadentie, naar barbarij, naar de ondergang van de beschaving.

Wie niet rechtstreeks in het leven wil brengen, wat uit de geesteswetenschap kan komen, die wil in feite niet de vooruitgang, maar de achteruitgang. En het merendeel van de mensen wil vandaag de dag de neergang en maakt zichzelf wijs, dat uit de neergang nog een opgang zou kunnen komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 202 – Die Brücke zwischen der Weltgeistigkeit und dem Physischen des Menschen/Die Suche nach der neuen Isis, der göttlichen Sophia – Dornach, 26 december 1920 (bladzijde 275-276)