IJdelheid / Schaamte / Dankbaarheid

Terwijl men in het gewone leven woorden, die zijn uitgesproken, als afgedaan beschouwt, heeft men bij een esoterische ontwikkeling een duidelijk ‘achterna gevoel’ over het gesprokene: een soort innerlijke schaamte wanneer men iets heeft gezegd dat moreel of intellectueel onjuist was, en een soort dankbaarheid – geen zelfingenomenheid – wanneer het is gelukt iets uit te spreken, waartegen de door ons verworven wijsheid ‘ja’ kan zeggen.

Wanneer men dan – en ook daarvoor verkrijgt men een fijne opmerkingsgave – door ’t juiste uit te spreken een zelfingenomenheid voelt opduiken, laat dit dan een teken zijn van nog te veel ijdelheid, die nergens toe deugt bij de ontwikkeling van de mens. Men leert dan onderscheid maken tussen een tevredenheidsgevoel bij een uitspraak, die de eigen goedkeuring wegdraagt en de zelfingenomenheid, die nergens toe deugt. Men moet ernaar streven dit laatste gevoel niet te laten opkomen, doch slechts het gevoel te ontwikkelen voor de schaamte over het immorele of onjuiste woord, en daarnaast bij een passende uitspraak de dankbaarheid voor de wijsheid, die niet uit onszelf komt, maar een geschenk van de kosmos is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 145 – Welche Bedeutung hat die okkulte  Entwicklung des Menschen für seine Hüllen (physischen Leib, Ätherleib,  Astralleib) und sein Selbst? – Den Haag, 24 maart 1913 (blz. 90)

Nederlands: Innerlijke ontwikkeling door antroposofie (blz. 77-78) – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist – 1980

Vertaling: H. van Boetzelaer-Mazel / Ir. H. de Brey / A. van der Laan-Schepers

innerlijke-ontwikkeling-door-antroposofie

Ook alle onaangename indrukken maken ons leven rijker  

Het onderbewuste ontwikkelt altijd, ongeacht wat er zich in het bewustzijn voordoet, tegenover elke indruk een zeker dankbaarheidsgevoel. – Het is zeker niet onjuist als ik zeg dat er een mens voor u kan staan en de bewuste indruk die u van hem hebt, kan u vreselijk onaangenaam zijn. De mens kan u de grootste onbeschoftheden in het gezicht slingeren, de onderbewuste indruk heeft hier tegenover een zeker gevoel van dankbaarheid. Dit dankbaarheidsgevoel is aanwezig om de eenvoudige reden, dat alles wat in het leven de diepere elementen van ons wezen raakt, ons leven rijker maakt, het werkelijk rijker maakt.

Ook alle onaangename indrukken maken ons leven rijker. Dat hangt niet samen met hoe we ons bewust tot de uiterlijke indrukken verhouden moeten. Of we op bewuste wijze zo of zo moeten reageren, dat heeft niets van doen met wat zich onderbewust afspeelt. In het onderbewustzijn leidt alles tot een zeker dankbaarheidsgevoel. Het onderbewuste neemt iedere indruk als een geschenk op, waarvoor het dankbaar moet zijn. Dat doen we in ons onderbewustzijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 19 maart 1918 (bladzijde 116)

Eerder geplaatst op 19 januari 2018  (3 reacties)

pexels-photo-424517-1080x675

Vreugde hebben we niet verdiend, maar is een geschenk en genade van goddelijke machten – (1 van 2)  

Terwijl we door onze pijn en lijden naar ons zelf komen (zu uns selber kommen), ons zelf volkomener maken, ontwikkelen we door onze lust en vreugde – echter alleen als we ze als genade beschouwen – het gevoel dat men alleen noemen kan een gevoel van gelukzalig rusten in de goddelijke machten en krachten van de wereld. En daarom is de enig gerechtvaardigde stemming tegenover plezier en vreugde alleen dankbaarheid. En niemand gaat op de juiste wijze om (Duits: komt zurecht mit) met lust en vreugde, die in eenzame uren van zelfkennis lust en vreugde toeschrijft aan zijn karma.

Schrijft hij het aan zijn karma toe, dan geeft hij zich over aan een vergissing, die het geestelijke in ons verzwakt, verlamt. Iedere gedachte dat een lust, een vreugde verdiend zou zijn, verzwakt en verlamt ons. Dat lijkt hard te zijn, want menigeen zou wel graag willen, als hij zich zijn smarten toeschrijft als zelf gewild en hem toekomend door zijn individualiteit, dat hij ook de eigen heer zou zijn over zijn lust en vreugde.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Wenen, 8 februari 1912 (bladzijde 250)

Eerder geplaatst op 31 augustus 2016  (1 reactie)

Het gevoel van dankbaarheid onderschat men tegenwoordig

Het gevoel van dankbaarheid onderschat men tegenwoordig. Dit dankbaarheidsgevoel verbindt de mensen met de wereld, laat de mensen zichzelf als een deel van de wereld voelen. Leidt men het kind zo dat het tegenover de geringste kleinigheden dankbaarheid kan ontwikkelen, dan sluit het kind zich niet in egoïsme af, dan wordt het kind altruïstisch, dan verbindt het kind zich met de omgeving. […] 

En heeft men het kind het dankbaarheidsgevoel bijgebracht, dan zal men zien dat men de basis voor de morele opvoeding geplant heeft. Want als men dit dankbaarheidsgevoel verzorgd heeft en deze dankbaarheid verenigbaar met alle kennis blijkt, dan zal het gevoel van het kind gemakkelijk doordrongen zijn van de liefde, zoals de mens ze hebben moet voor alle andere mensen, uiteindelijk voor alle schepselen van de wereld. Men zal de liefde het zekerste vanuit het dankbaarheidsgevoel kunnen ontwikkelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 297a – Erziehung zum Leben – Selbsterziehung und pädagogische Praxis – Den Haag, 4 november 1922 (bladzijde 159-160)

Zie ook: Dankbaarheid

Eerder geplaatst op 14 september 2015  (7 reacties)

Dankbaarheid

We moeten de wens laten vallen om zogezegd door andere mensen op handen gedragen te worden. Integendeel, we moeten hen dankbaar zijn, als ze ons slecht behandelen, omdat we onze krachten van verdraagzaamheid daaraan kunnen oefenen. En dan moeten we pogen desondanks liefde voor de mensen te voelen. We zullen dan wel merken dat dit het juiste is.

Bron: Rudolf Steiner  – GA 266 b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – München, 10 januari 1912 (bladzijde 300)

Eerder geplaatst op 8 januari 2015