Ziekte en Dood

We moeten ook voor een ziekte die eindigt met de dood dankbaar zijn, omdat het ons de mogelijkheid geeft om ons leven een stap hoger te brengen tussen dood en wedergeboorte, door de krachten en ervaringen op te doen die alleen tussen dood en geboorte rijpen kunnen. […]

We kunnen dankbaar zijn voor een ziekte die met een genezing eindigt,  omdat we daardoor sterker geworden zijn in ons innerlijk; en we kunnen dankbaar zijn voor een ziekte die eindigt in de dood, omdat we weten: Wanneer we naar een hoger niveau stijgen in het leven tussen dood en wedergeboorte, zal de dood voor ons oneindig belangrijk zijn, en we hebben dan geleerd dat ons lichaam niet zo mag zijn als we het weer hervormen (Duits: aufbauen). En we zullen de beschadigingen vermijden waarin we gefaald hebben. (Duits: Und  wir werden  jene  Schädigungen  vermeiden,  an  denen  wir gescheitert  sind.)

Bron: Rudolf Steiner – GA 59 – Metamorphosen  des  Seelenlebens / Pfade  der  Seelenerlebnisse – Berlin, 3 maart 1910 (bladzijde 165-166)

41A5E7FZ8RL

Eerder geplaatst op 29 mei 2020  (4 reacties)

Wijsheid / Lijden / Pijn

In de geesteswetenschap is altijd gezegd dat menselijke wijsheid iets te maken heeft met ervaringen, in het bijzonder met pijnlijke ervaringen. Hij die actueel in de greep van smart en lijden is, zal misschien in dit lijden iets als een innerlijke disharmonie zien. Maar degene die pijn en lijden heeft overwonnen en de vrucht ervan in zichzelf draagt, zal u altijd steeds weer zeggen dat hij daardoor iets van wijsheid heeft opgenomen. De vreugden en lusten van het leven, de voldoening die het leven mij heeft gegeven, aanvaard ik dankbaar; maar minder dan dat zou ik mijn pijn en lijden, die achter mij liggen, willen opgeven: ik heb wijsheid te danken aan mijn pijn en lijden. Spiritueel onderzoek heeft in wijsheid altijd zoiets gezien als uitgekristalliseerde pijn die is overwonnen en getransformeerd in het tegendeel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 55 – Die Erkenntnis des Übersinnlichen in unserer  Zeit und deren Bedeutung für das heutige Leben – II. Blut ist ein ganz besonderer Saft – Berlijn, 25 oktober 1906 (blz.40)

Godslastering

Een zin die men tegenwoordig zo vaak van mensen kan horen en die toch zo vaak misplaatst wordt gebruikt, is: ‘Ik ben een christen.’ Het moet de esotericus duidelijk zijn dat ‘een christen zijn’ een ver, ver ideaal is, waarnaar hij onophoudelijk streven moet. Als een christen leven, dat wil vóór alles zeggen: Wat het lot ons ook mag brengen, het met gelatenheid te accepteren, nooit te mopperen tegen het werk van de goden, vreugdevol te aanvaarden, wat ze ook sturen. Dat betekent met hart en ziel in zich op laten gaan de zin: ‘Kijk eens naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet, ze maaien niet, slaan geen voorraden op in schuren, en het wordt hun toch gegeven.’ Dankbaar aannemen wat ons gegeven wordt, dan leven we volgens deze spreuk. Als we dat niet doen, dan wordt het in onze mond tot godslastering.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266 b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden –Gedächtnisaufzeichnungen von Teilnehmern – Band II: 1910 – 1912 – Stuttgart, 31 december 1910 (bladzijde 125-126)

Eerder geplaatst op 19 augustus 2016

Ziekte en Dood

We moeten ook voor een ziekte die eindigt met de dood dankbaar zijn, omdat het ons de mogelijkheid geeft om ons leven een stap hoger te brengen tussen dood en wedergeboorte, door de krachten en ervaringen op te doen die alleen tussen dood en geboorte rijpen kunnen. […]

We kunnen dankbaar zijn voor een ziekte die met een genezing eindigt,  omdat we daardoor sterker geworden zijn in ons innerlijk; en we kunnen dankbaar zijn voor een ziekte die eindigt in de dood, omdat we weten: Wanneer we naar een hoger niveau stijgen in het leven tussen dood en wedergeboorte, zal de dood voor ons oneindig belangrijk zijn, en we hebben dan geleerd dat ons lichaam niet zo mag zijn als we het weer hervormen (Duits: aufbauen). En we zullen de beschadigingen vermijden waarin we gefaald hebben. (Duits: Und  wir werden  jene  Schädigungen  vermeiden,  an  denen  wir gescheitert  sind.)

Bron: Rudolf Steiner – GA 59 – Metamorphosen  des  Seelenlebens / Pfade  der  Seelenerlebnisse – Berlin, 3 maart 1910 (bladzijde 165-166)

Over tekortkomingen

Laat ons leren om de tekortkomingen van een mens als zijn eigen zaak te beschouwen, en laat ons leren om zijn prestaties als de zaak van de hele mensheid te beschouwen. Waarin de mensen tekortschieten, dat behoort tot hun individueel karma, wat ze doen is voor de mensheid. Laat ons leren om ons niet te bekommeren om de tekortkomingen van de mens, die moeten ze zelf uitboeten. Maar laat ons leren dankbaar te zijn voor wat ze gepresteerd hebben, want daarvan leeft de volledige mensheidsontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 104a – Aus der Bilderschrift der Apokalypse des Johannes – München, 8 mei 1907 (bladzijde 35)

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Blavatsky

Eerder geplaatst op 4 juli 2016 (2 reacties)