Arbeid en cultuurontwikkeling

In het vierde cultuurtijdperk (Grieks-Romeins 747 v.Chr.-1413 n.Chr.) werd de arbeid als eerbetoon uitgevoerd (slavenarbeid). In het vijfde cultuurtijdperk (ons huidige Germaans-Angelsaksische tijdperk 1413-3573) wordt de arbeid als product (Duits: Ware) behandeld (verkocht). In het zesde (Slavische) cultuurtijdperk (3573-5733) wordt de arbeid als offer uitgevoerd (gratis arbeid). Het economische bestaan zal dan gescheiden zijn van de arbeid; er zal geen eigendom meer zijn, alles is gemeenschappelijk. Men werkt dan niet meer voor zijn eigen bestaan, maar verricht alles als absoluut offer voor de mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 93a – Grundelemente der Esoterik – Berlijn, 31 oktober 1905 (bladzijde 231)

Eerder geplaatst op 29 april 2016

Advertenties

Cultuurtijdperken – (3-slot)

[…] Om nu deze hele volgende cultuurontwikkeling, waar we op aansturen, te begrijpen, is het goed dat we nu dieper op de bijzondere kenmerken van onze zielen in de volgende incarnaties ingaan. Tegenwoordig, in ons intellectuele tijdperk, staan voor alle zielen intellect en moraliteit tamelijk naast elkaar. Iemand kan tegenwoordig een heel slim mens zijn en daarbij immoreel, omgekeerd kan men zeer moreel zijn en helemaal niet erg slim. […]

Nu willen we eens de ontwikkelingsfasen door het vijfde, zesde en zevende na-Atlantische cultuurtijdperk voor onze ziel plaatsen, om te zien, hoe de intellectualiteit, de esthetiek en de moraliteit op onze zielen zullen werken. Terwijl in onze tijd, in het vijfde cultuurtijdperk, ons intellect gehandhaafd kan blijven, ook als we geen welgevallen hebben in moreel handelen, zal dat in het zesde tijdperk heel anders zijn. In het zesde cultuurtijdperk, dus ongeveer vanaf het jaar 3000, zal het immorele verlammend op de intellectualiteit werken. Wie intellectueel is en daarbij immoreel, zal zijn intellect tot een schemertoestand reduceren met de ontwikkeling van de immoraliteit. En dit zal steeds meer in de toekomstige evolutie van de mensheid optreden, zodat de mens die niet moreel is, geen intellectualiteit verwerven kan, omdat dit alleen door morele handelingen mogelijk zal zijn. En in de zevende na-Atlantische cultuurperiode zullen er geen mensen zijn, die verstandig kunnen zijn en niet moreel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Milaan, 21 september 1911 (bladzijde 44-45-46)

Eerder geplaatst op 4 juli 2014

Cultuurtijdperken – (2 van 3)

Op deze zesde cultuurperiode zal de zevende volgen, waarin het morele leven nog meer verdiept zal worden. Terwijl men in het zesde cultuurtijdperk welgevallen zal hebben in goede en edele handelingen, zal in het zevende cultuurtijdperk een dergelijk welgevallen in zich ook een morele impuls tot gevolg hebben, dat wil zeggen de wens om te doen wat moreel is. Het is nog een groot verschil, welbehagen te hebben in een morele daad, en te doen wat moreel is. Zodat we kunnen zeggen: Ons cultuurtijdperk is het tijdperk van de intelligentie, het verstand, daarop zal volgen het cultuurtijdperk, dat men kan noemen het tijdperk van esthetisch welbehagen in het goede en esthetisch onbehagen in het slechte, en het zevende tijdperk zal het tijdperk van het actieve morele leven zijn.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Milaan, 21 september 1911 (bladzijde 43)

Eerder geplaatst op 3 juli 2014