Rampen komen

De grote conflicten welke tot de verschrikkelijke catastrofes van de laatste jaren hebben geleid, die hebben een groot deel van de aarde al in een culturele puinhoop veranderd. Meer conflicten zullen volgen. De mensen bereiden zich voor op de volgende grote wereldoorlog. Op verdergaande wijze zal de beschaving vernietigd worden.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 202 – DER MENSCH IN SEINEM ZUSAMMENHANG MIT DEM KOSMOS – Dornach, 25 december 1920 (bladzijde 256)

Eerder geplaatst op 27 april 2015 (2 reacties)

Bezoek Steiner aan Friedrich Nietzsche

Kort voordat ik dit boek (Friedrich Nietzsche, ein Kämpfer gegen Seine Zeit) begon te schrijven, verscheen op een goede dag Nietzsches zuster, Elisabeth Förster-Nietzsche, in het Goethe- en Schiller-archief en wilde te weten komen hoe het Goethe- en Schillerarchief ingericht was. Spoedig daarna verscheen de uitgever van Nietzsches werken, Fritz Koegel, ook in Weimar en ik leerde hem kennen.

Later zijn er ernstige conflicten ontstaan met mevrouw Elisabeth Förster-Nietzsche. Maar in deze tijd koesterde ik een diepe sympathie voor haar levendige, beminnelijke wezen. Ik heb onnoemelijk geleden onder de conflicten die het gevolg waren van een ingewikkelde situatie; ik werd genoodzaakt mij tegen beschuldigingen te verdedigen. Ik weet dat het allemaal zo moest gebeuren, en dat daardoor ook de mooie uren, die ik in Weimar en in het Nietzsche-archief in Naumburg mocht doorbrengen, in mijn herinnering omfloerst zijn met een waas van bitterheid. Maar ik ben er mevrouw Förster-Nietzsche toch dankbaar voor dat ze mij, bij het eerste van de vele bezoeken die ik haar mocht brengen, in de kamer van Friedrich Nietzsche bracht. Daar lag de man met het verduisterde bewustzijn op een rustbed, met het prachtige voorhoofd, dat tegelijkertijd aan een kunstenaar en aan een geleerde deed denken. Het was in het begin van de middag. Deze ogen, met een uitgebluste blik, die toch nog doorzield werkten, namen alleen nog maar een beeld uit de omgeving op, dat geen toegang meer tot de ziel vond. Terwijl men daar stond, besefte Nietzsche daar niets van. En toch zou men nog kunnen menen dat het doorgeestelijkte gelaat een ziel weerspiegelde die de hele ochtend met gedachten was bezig geweest en nu een poosje wilde uitrusten. Het was of mijn ziel door een innerlijke schok de genius schouwde, die zijn blik op mij richtte zonder mij te zien. Door de passiviteit van deze langdurige blik werd begrip opgewekt in mijn eigen blik, die de zielekracht van het oog mocht laten werken, zonder dat hij werd beantwoord.

En zo stond dit beeld voor mijn ziel: de ziel van Nietzsche als het ware zwevend boven zijn hoofd, grenzeloos schoon in het licht van haar geest; in vrijheid overgegeven aan geestelijke werelden waarnaar ze vóór de verduistering verlangde, maar die ze niet had gevonden; nog gebonden aan het lichaam, waarvan ze zich nog bewust was, zo lang de wereld nog een object van verlangen was. Nietzsches ziel was nog aanwezig, maar ze kon alleen nog maar van buitenaf het lichaam vasthouden, dat – zo lang de ziel in zijn innerlijk aanwezig was – haar tegenhield zich ten volle te ontplooien.

Voordien had ik de Nietzsche gelezen die geschreven had, nu schouwde ik de Nietzsche die in zich ideeën droeg die stamden uit ver verwijderde geestelijke gebieden en die nog een glimp van schoonheid uitstraalden, hoewel ze onderweg hun oorspronkelijke lichtkracht hadden verloren. Een ziel die uit vroegere aardelevens een rijkdom van stralend goud meebracht, dat hij echter in dit leven niet helemaal tot lichtkracht kon brengen. Ik bewonderde wat Nietzsche had geschreven, maar achter mijn bewondering schouwde ik nu een helder stralend beeld.

In mijn gedachten kon ik slechts stamelen over hetgeen ik geschouwd had; en dit stamelen is de inhoud geworden van mijn boek Nietzsche, ein Kämpfer gegen Seine Zeit. Dat het in dit boek slechts bij een dergelijk stamelen is gebleven, verbergt het echter toch ware feit dat het geïnspireerd is door het beeld van Nietzsche.

 Bron: Rudolf Steiner – Mijn Levensweg – 1981 Uitgeverij Vrij Geestesleven – Vertaling: W.A.C. Labberté (bladzijde 172-174)

Duitstalig: GA 28 (bladzijde 252-254)

Eerder geplaatst op 27 augustus 2014

Waarom komt men zo veel ruzie, conflicten, haat tegen? (10 – slot)

Iets anders dat tegen de antroposofie wordt ingebracht, is de moeilijkheid van haar leringen die alleen voor mensen met een zekere vooropleiding toegankelijk zouden zijn. Wie, zo zegt men, kan zich zonder bijzondere studie vinden in de vreemde uitdrukkingen, in al de ingewikkelde theorieën. Het valt niet te ontkennen dat in deze richting nog veel te doen is om het voor de antroposofie mogelijk te maken het hart en het verstand van een ieder te vinden. Maar dit werk moet gedaan worden. Wat deze geestesrichting te zeggen heeft, dat kan echter werkelijk, als de goede uitdrukkingsvormen gevonden worden, voor iedereen begrijpelijk zijn. Ja, nergens is het in zo’n hoge mate als hier mogelijk om voor iedere graad van scholing of levenservaring de juiste uitdrukkingswijze te vinden.

De meest geleerde en de meest ongeletterde, beide kunnen ze vinden wat ze voor hun ziel en geest verlangen. Geestesrichtingen die grote dingen willen, kunnen zich niet in een enge kring afsluiten; en als de antroposofie dit tot nu toe wel gedaan heeft, dan is dit gebeurd omdat zij zelf nog in het begin van haar loopbaan staat en daarom eerst de juiste weg in de verschillende gebieden van het leven moet zoeken. Hoe wijder echter de kringen worden waarin ze zich verspreidt, hoe passender de middelen zullen zijn die ze gebruikt. Dat ze daardoor aan diepte en ernst zou verliezen, als ze op grotere schaal verbreiding wint, is geen gedachte waaraan men zou moeten toegeven. Want de verspreiding van bepaalde hier in beschouwing komende leringen is tegenwoordig plicht; en men moet, als men dit erkent, voor het behoud van de waarheid zorgen en zich niet, door vrees voor misvorming van de oorsprong, van deze verspreiding laten afhouden.

Bron: Rudolf Steiner –  GA 034 – GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 180-181)

Eerder geplaatst op 7 oktober 2011

Waarom komt men zo veel ruzie, conflicten, haat tegen? (9 van 10)

Maar, zo wordt tegengeworpen, is dan dit alles bij de antroposofen werkelijk te vinden? Zonder twijfel niet. Het kan er niet om gaan dat deze of gene, die zich antroposoof noemt, een ideaal vervult, maar enkel en alleen of de zaak zelf geëigend is om dit ideaal te bevorderen. Om daarover echter te beslissen moet men zich met de zaak  zelf, en niet enkel met wat hier en daar aan het licht komt, bekend maken. Men bevordert het juiste veel meer doordat men het zelf doet dan doordat men het onjuiste bij anderen afkeurt. Dat zal men al snel als een der mooiste vruchten van het antroposofische streven erkennen, dat deze een innerlijke overtuigingskracht heeft, die niet afhankelijk is van de ogenblikkelijke uiterlijke successen. Bij een dergelijke gezindheid zal men snel beseffen, dat als er slechte vruchten voor de dag komen, deze waarschijnlijk ook niet de juiste antroposofie als basis hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 179-180)

Eerder geplaatst op 6 oktober 2011

Waarom komt men zo veel ruzie, conflicten, haat tegen? (7 van 10)

Zeker kan iemand tegenwerpen: maar wie geeft dan de zekerheid dat in de antroposofie werkelijk de gezondmakende waarheid aanwezig is; hebben dan niet alle mogelijke geestesrichtingen de beste resultaten van zichzelf beloofd? Antwoord daarop kunnen slechts degenen geven die met het antroposofische streven bekend zijn gemaakt. Men zal dan zien hoe deze geestesrichting juist de weg naar waarheid zoekt doordat zij geen eenzijdige mening huldigt of een zodanige mening opdringen wil. Zij kan de ware tolerantie tegenover iedere mening hebben zonder daardoor in onverschilligheid te vervallen. Want waarachtig eigen streven naar waarheid leert ditzelfde ook in anderen ten enenmale waarderen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 178-179)

Eerder geplaatst op 4 oktober 2011