Gemakkelijk (1 van 2) 

Men moet werkelijk eigenlijk maar weinig christelijke gezindheid  hebben als men het christendom interpreteert, zoals velen dat doen, die geloven zichzelf ware christenen te mogen noemen, en anderen, bijvoorbeeld antroposofische christenen, verketteren. Men moet dan niet veel christelijk gevoel hebben. Misschien kan het geoorloofd zijn om te vragen: Is het echt christelijk om te denken dat ik alles mag doen en dat Christus eigenlijk alleen maar in de wereld is gekomen om mij van dit alles te verlossen, om mij mijn zonden te vergeven, zodat ik met mijn karma, met mijn zonden niets meer te doen heb? Ik denk dat een ander woord meer van toepassing is op een dergelijke denkwijze dan het woord “christelijk”; misschien is het woord “gemakkelijk” beter dan het woord “christelijk”. Het zou wel gemakkelijk zijn als iemand alles, wat hij in in de wereld heeft misdaan, alleen maar zou hoeven te betreuren en alles daardoor voor zijn hele latere karma zou zijn weggenomen. 

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – CHRISTUS UND DIE MENSCHLICHE SEELE – Norrköping, 15 juli 1914 (bladzijde 190)

Eerder gepaatst op 16 oktober 2018 (5 reacties)

28f38f8e4ee0480261e86a96dd6a55b2f3e2c8d1

Boeddha en Christus

Misschien vindt men een tegenspraak tussen dit (Steiner spreekt hier over Boeddha en de leer van liefde en medelijden) en wat eerder is gezegd, omdat eerder werd gezegd dat het de missie van Christus was om de liefde te verspreiden. Maar als zoiets wordt gezegd, is het nodig om zeer aandachtig te luisteren. Het was de missie van Boeddha om de leer van medelijden en liefde te brengen; maar Christus is de kracht der liefde. Hij bracht de liefde zelf. Het is wat anders om de leer van iets te brengen dan om de zaak zelf te brengen. Juist doordat deze leer door Boeddha gebracht werd, was de mogelijkheid gegeven dat de kracht van liefde naar beneden stroomde en zichzelf openbaarde door dit hoge zonnewezen op aarde.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – Berlijn, 18 oktober 1909 (bladzijde 21-22)

Eerder geplaatst op 3 februari 2018   (2 reacties)

rudolf-steiner-boeddha-en-christus

We staan pas aan het begin

Christus is een zo ontzaglijk wezen (Duits: gewaltige Wesenheit) dat Hij zelfs voor het hoogste helderziende bewustzijn niet te bevatten blijft. Hoe hoog de ingewijde ook mag staan, hij begrijpt slechts een klein deel van hem. Wij, die 2000 jaar na hem leven, staan pas aan het begin van het begrijpen van Christus.

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt – Rome, 13 april 1910 (bladzijde 218)

Eerder geplaatst op 25 december 2017  (5 reacties)

Valse profeten

Steeds weer opnieuw moet gezegd worden dat valse profeten het goede en grootse zouden kunnen verhinderen als ze erin zouden slagen de mening te verspreiden dat Christus weer in een fysiek lichaam (Duits: im Fleische) zou verschijnen. Als de antroposofen dat niet zouden begrijpen, dan zouden ze in de fout vervallen die het mogelijk zou maken dat valse messiassen optreden.

Ze zullen opstaan omdat ze op de zwakke, op de door het materialisme verzwakte zielen rekenen, die zich alleen kunnen voorstellen dat wanneer Christus weer komt, hij in een stoffelijk lichaam moet verschijnen. Deze misvatting is een zeer bedenkelijke; ze zal opkomen als een vreselijke verleiding voor de mensheid.

Antroposofie heeft de taak de mensen tegen deze verleiding te beschermen. Dat kan niet sterk genoeg benadrukt worden voor allen die het horen willen. Hiermee ziet u echter ook dat antroposofie belangrijke dingen te zeggen heeft, dat we antroposofie niet alleen maar praktiseren omdat we nieuwsgierig zijn naar allerlei waarheden, maar omdat we weten dat deze waarheden nodig zijn voor het heil van de mensheid, voor de voortdurende vervolmaking van de mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt – Heidelberg, 27 januari 1910 (bladzijde 53)

Eerder geplaatst op 30 november 2017

De school van de onzelfzuchtigheid

Een vernieuwing van de moraal, een verdieping van het menselijke ethische leven kan alleen komen door de scholing van onzelfzuchtigheid. Deze school van de onzelfzuchtigheid kan de mens onder de voorwaarden van de huidige tijd alleen doormaken als hij inzicht verwerft in werkelijke onbaatzuchtigheid, een indringend begrip verwerft voor werkelijke belangeloosheid. Nu kunnen we als we de wereldevolutie, de wereldontwikkeling doorlopen, geen dieper begrip voor onzelfzuchtigheid vinden dan door wat ons met de verschijning van Christus op aarde gegeven is. En Christus erkennen wil zeggen: de scholing van onzelfzuchtigheid doormaken. […]

Onder de invloed van het materialisme ging de onzelfzuchtigheid van de mensheid verloren, zoals het pas in toekomstige tijden van de mensheid zal worden erkend. Maar door de verdieping in het mysterie van Golgotha, de doordringing van de kennis van het mysterie van Golgotha met ons hele gevoel, ons hele wezen, kunnen we ons weer een cultuur van onzelfzuchtigheid verwerven. En we kunnen zeggen: Wat Christus voor de aardeontwikkeling gedaan heeft, is besloten in de basisimpuls van onzelfzuchtigheid, en wat Hij worden kan voor de bewuste ontwikkeling van de menselijke ziel is de school der onzelfzuchtigheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 152 – Vorstufen zum Mysterium von Golgatha – Bazel, 1 juni 1914 (bladzijde 151-152)

Eerder geplaatst op 22 oktober 2017

love-your-enemy