Als men naar hetzelfde teruggaat, zullen dezelfde toestanden er opnieuw uit voortkomen

Welke positie heeft het christendom door de eeuwen, bijna tweeduizend jaren heen gehad, dat het nu eeuwen, millennia gewerkt heeft en toch de huidige toestanden (1918) mogelijk heeft laten worden? – Die vraag werd op verscheidene momenten gesteld. Maar men ziet, dat de mogelijkheid voor de beantwoording niet ligt bij wat de mensheid tegenwoordig wetenschappelijke of religieuze of andersoortige beschouwingen noemt.

Deze mogelijkheid zal pas de geesteswetenschap kunnen brengen. Want een ernstige vraag is het toch: Hoe moet de mens zich in de huidige tijd tegenover het christendom opstellen, aangezien dit christendom toch een lange tijd door de eeuwen heen gewerkt heeft, maar evengoed deze toestanden heeft kunnen laten gebeuren? 

Het merkwaardigste zijn in elk geval de mensen die verlangen dat naar een of andere, vóór deze toestanden bestaande vorm van het christendom weer moet worden teruggegaan, die dus helemaal geen gevoel ervoor hebben dat, als men naar hetzelfde teruggaat, uit hetzelfde opnieuw dezelfde toestanden voortkomen moeten. Deze mensen zullen zeer zeker niet gemakkelijk inzien, dat een grondige en diepgaande vernieuwing in ons geestesleven komen moet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – ANTHROPOSOPHISCHE LEBENSGABEN – Berlijn, 16 april 1918 (bladzijde 233-234)

Eerder geplaatst op 24 januari 2018  (4 reacties)

7ec5e513e83b7ebe82eae41ec5e0bad8-onmit3alrdcdguz40q0u4uyy99txuby6vk8v0ge6p0

Overwinnen van nationalisme

Het eerste fenomeen dat we geleidelijk zien opkomen in de 19e eeuw, steeds meer de gemoederen grijpend: het is de opkomst van het nationaliteitsprincipe. [….] Vanuit het principe van de nationaliteit wordt het christelijke algemeen menselijke volledig teruggedrongen, terwijl de nieuwe weg er nog niet was om dit christelijke algemeen menselijke te vinden.

Het antichristelijke verschijnt allereerst in de vorm van het nationaliteitsbeginsel. […] En we zien de rebellie tegen het christendom in het nationalisme van de 19e eeuw, dat culmineert in de uitspraak van Woodrow Wilson over het recht van de nationaliteiten op zelfbeschikking, terwijl de enige realiteit in de huidige tijd alleen het overwinnen van nationalisme kan zijn; de uitdrijving van alle nationalisme en het gericht zijn van de mensen op de universele mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 198 – Heilfaktoren für  den  sozialen  Organismus – Dornach, 3 april 1920 (bladzijde 78-79)

1200px-Alle_Menschen_werden_Brüder_Logo_001.svg-1

Veel weten, maar toch eigenlijk niets weten

Van wat er van onze Europese en Amerikaanse universiteiten uitgaat aan zogenaamde mensenwijsheid, maar ook aan sociale wijsheid, aan technische wijsheid enzovoort, dat beschouwt de wereld met uitsluiting van al de factoren, die toch de mensen heel vanzelfsprekend in zich dragen. Wie tegenwoordig in een of andere leidende mensheidspositie is, zelfs al is het een lage leidende functie, die heeft helemaal geen gelegenheid het een en ander te leren kennen, dat hem in staat zou stellen inzicht in de mens te verwerven. En zonder mensenkennis is er geen sociaal leven, zonder mensenkennis is er ook geen vernieuwing van het Christendom. 

Men kan tegenwoordig theoloog worden zonder een idee te hebben wat het mysterie van Golgotha inhoudt, want de meeste theologen hebben geen idee wie Christus is. Men kan tegenwoordig advocaat worden zonder er een idee van te hebben wat eigenlijk het mensenwezen is. Men kan arts worden zonder er een idee van te hebben, hoe het mensenwezen vanuit de kosmos is opgebouwd, zonder er een idee van te hebben, hoe het gezonde en het zieke lichaam zich tot elkaar verhouden. Men kan vandaag de dag technicus zijn zonder er een idee van te hebben welke invloed de bouw van een of andere machine op het gehele verloop van de aarde-evolutie heeft, en men kan vandaag de dag een geniale uitvinder van een telefoon zijn, zonder er een idee van te hebben wat de telefoon voor de gehele aarde-ontwikkeling betekent. 

De mensen missen het zicht op het verloop van de menselijke ontwikkeling. En ieder mens heeft zo zijn verlangen zich een kleine kring te vormen en in deze kleine kring een routine te verwerven, deze routine te gebruiken ten gunste van zijn egoïsme, dat hij voor zich creëert zonder er rekening mee te houden hoe het ingevoegd wordt wat hij als een deel van de wereld inbrengt, in deze wereld als geheel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 6 februari 1920 (bladzijde 158-159)

ik-weet-dat-ik-niets-weet

Eerder geplaatst op 31 maart 2017  (6 reacties)

Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (2 – slot)

Nu had echter het geloof in reïncarnatie en karma een machtige invloed, niet alleen op de persoonlijkheid, maar ook op zijn sociale gevoelens. Het liet hem de ongelijkheid van de menselijke levensomstandigheden aanvaarden. Als de ongelukkige Egyptische arbeider aan de piramiden werkte, als de Hindoe van de laagste kaste aan de gigantische tempels in het hart van de bergen bouwde, zei hij zichzelf dat een ander bestaan hem voor de dapper verdragen zware arbeid zou vergoeden, als hij goed was; hij zei tegen zichzelf dat zijn meester al door soortgelijke beproevingen was gegaan, of dat hij later door nog zwaardere beproevingen zou moeten gaan, als hij aan de gerechtigheid twijfelde en kwaad gezind zou zijn. 

Toen echter het christendom opkwam, moest de mensheid door een tijdperk gaan waarin ze zich geheel instelde op haar opgave op aarde. Ze moest aan de verbetering van dit leven werken, aan de ontwikkeling van het verstand, aan de rationele, wetenschappelijke kennis van de natuur. Het bewustzijn van de reïncarnatie moest daarom voor tweeduizend jaar verloren gaan. En het middel dat voor dit doel gebruikt werd, was de wijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Kosmogonie – Paris, 31 mei 1906 (bladzijde 51-52)

Italiaanse-wijnen-1024x534

Eerder geplaatst op 23 februari 2017

Ik heb u nog veel te zeggen

Degenen die altijd zeggen: ‘Ja, dat staat niet in de Bijbel, dat is niet het ware christendom, en het zijn ketters die van iets anders beweren dat het christendom is’ – dezen kunnen erop worden gewezen dat Christus ook gezegd heeft: ‘Ik heb u nog veel te zeggen, maar u kunt het nu nog niet verdragen.’ Dat heeft hij niet gezegd om de mensen erop te wijzen dat hij hen iets onthouden wil, maar dat hij hen steeds van tijdperk tot tijdperk nieuwe openbaringen wil doen. En hij zal ze doen door degenen die hem begrijpen willen. En degenen die dit loochenen, begrijpen ook niet de Bijbel, ook niet het christendom. Want ze begrijpen en beluisteren niet wat de christelijke vermaning in deze woorden is, wat de Christus bedoeld heeft: ‘Ik heb u nog veel te zeggen, bereidt u echter voor dat u het leert verdragen, dat u daarvoor begrip verkrijgt.’

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – München, 3 mei 1911 (bladzijde 168)

Eerder geplaatst op 29 mei 2015 (1 reactie)