Antroposofie en socialisme (5 van 11) – Radicale socialisten beweren: zulke hersenspinsels helpen de wereld niet.

Radicale socialisten beweren: ‘Wij moeten de onderdrukte klasse oproepen tot strijd tegen de onderdrukkers; wij moeten degenen die vandaag de dag economisch zwak zijn, de macht in handen geven, zodat hun arbeid niet altijd een buit blijft van de klassen die hen overheersen. De macht van de werkende klassen moet met alle mogelijke middelen veroverd worden. Vanuit een welbegrepen eigenbelang moet de arbeider strijd voeren; en jullie, theosofen en antroposofen willen hem die dromerijen over “algemene mensenliefde” en “broederschap” aanpraten. Daarmee leiden jullie hen alleen maar af van wat hem werkelijk helpen kan. Hebben de heersende klassen soms hun macht op “mensenliefde” en “broederlijkheid” gebouwd? Het is een hersenspinsel als jullie geloven dat ooit zulke idealen de wereld kunnen regeren. Wat de heersende klassen verworven hebben, dat hebben ze vanuit de egoïstische belangen van hun klassen bereikt; en net zo kunnen de onderdrukten van tegenwoordig ook alleen uit de belangen van hun klasse handelen.’

En aan zulke meningen wordt dan de vanzelfsprekende conclusie geknoopt: “De werkende en noodlijdende bevolking zou lang kunnen wachten, als ze er op rekenen zouden dat de idealisten met hun gepraat over “liefde” en “onbaatzuchtigheid” ook maar iemand ertoe brengt, naar de oplossing van een sociaal probleem te streven als die oplossing in strijd is met de belangen van zijn klasse.’

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 433 -434)

Eerder geplaatst op 16 oktober 2011

Op aarde is meer of minder persoonlijk geluk mogelijk op kosten van anderen, in het devachan is dat uitgesloten

Er is voor de gestorvene met betrekking tot degenen die nog op aarde zijn geen bewusteloosheid: hij kan zijn handel en wandel (Duits: Tun) zelfs volgen. Aards-fysieke kleuren en vormen ziet de in het devachan zich bevindende natuurlijk niet, aangezien hij geen fysieke organen meer heeft in het devachan. Alles echter in de fysieke wereld heeft zijn geestelijk tegenbeeld in het geestgebied, en dat neemt de voorgegane overledene waar. Iedere handbeweging in de fysieke wereld, […], bewust of onbewust, iedere verandering aan de fysieke mensen heeft een geestelijk tegenbeeld, dat hij in het devachan waarnemen kan.

Het bestaan in het geestgebied is niet een soort van droom of slaap, maar het is zeer zeker een bewust leven. De mens ontvangt in het devachan de aanleg (Duits: Anlagen) en impulsen om met de geliefden in een nauw verband te blijven, om ze in een latere incarnatie weer op aarde te vinden. Dat is vaak de zin van de incarnatie op aarde om steeds intiemere banden aan te knopen. Het samenleven in het devachan is minstens even intiem als elk leven hier. Het meevoelen in het devachan is veel krachtiger, intiemer dan op de aarde; de smart beleeft u daar mee als uw eigen smart.

Op aarde is meer of minder persoonlijk geluk mogelijk op kosten van anderen, in het devachan is dat uitgesloten. Daar zou het ongeluk dat iemand een ander bereidt om zelf gelukkig te zijn, op hem terugstralen en men zou werkelijk niet ten koste van anderen gelukkig kunnen zijn. Dat is de vereffening die van het devachan uitgaat. De impuls om de broederlijkheid op de aarde te realiseren, brengt u van daaruit mee. Wat in het devachan een vanzelfsprekende wet is, dat moet op de aarde als een taak verwerkelijkt worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 –  Das Prinzip der spirituellen Ökonomie im Zusammenhang mit Wiederverkörperungsfragen – Boedapest, 7 juni 1909 (bladzijde 198-199)

Weet u wel hoeveel bierbrouwerijen er met uw geld worden opgericht en in stand gehouden?

Wat voor verband bestaat er eigenlijk tussen deze toespraken in meer of minder mooie kamers, waarin verteld wordt hoe goed de mens is en hoe men alle mensen liefheeft zonder onderscheid van ras, volk en huidskleur en datgene wat in de buitenwereld gebeurt en waaraan wij meehelpen, wanneer we ons de rente laten uitbetalen van het geld, waarmee de banken voor de levenspraktijk zorgen en waar heel andere principes heersen dan die waarvan we als goede mensen in onze kamers spraken? We richten bijvoorbeeld theosofische genootschappen op waarin we tot alle mensen in de eerste plaats over broederschap spreken, maar in onze woorden schuilt niet de minste stuwkracht om ook maar enigszins datgene te beïnvloeden, waaraan ook wij meewerken, als we onze rente laten uitbetalen. Want terwijl wij dit laatste doen, zetten we een hele reeks economische zaken in beweging. Ons leven valt uiteen in deze twee van elkaar gescheiden gebieden.

Zo kon het bijvoorbeeld voorkomen – het gaat hier niet om een theoretisch voorbeeld, maar om een voorval uit het leven – dat een dame mij opzocht en zei: Denkt u zich eens in, er komt iemand bij me die geld van me verlangt dat gebruikt zal worden om mensen te steunen, die alcohol drinken. Dat kan ik als theosofe toch niet doen! – Dat zei die dame tegen mij. Ik kon alleen maar antwoorden: U leeft immers van de rente van uw geld. Weet u wel, hoeveel bierbrouwerijen er met uw geld worden opgericht en in stand gehouden? – Het gaat er niet om, dat we aan de ene kant toespraken houden om ons te verlustigen in een zielebevrediging, terwijl we aan de andere kant verder leven in een routine, zoals het leven van de laatste drie à vier eeuwen dit van ons eist. Weinig mensen willen zich ook bemoeien met dit fundamentele vraagstuk van onze huidige tijd.

Bron: Rudolf Steiner – GA194 – Die Sendung Michaels – Dornach, 12 december 1919 (bladzijde 159-160)

Eerder geplaatst op 22 december 2011

NIEUWE BROEDERSCHAP – De weg van het IK

Beste lezers en lezeressen,

Ongeveer twee weken geleden kreeg ik een boekwerk met de bovenstaande titel toegezonden, en ik heb het met belangstelling gelezen. Het is een autobiografisch boek, maar zoals de schrijver in onderstaande beschrijving van zijn boek al zegt, is het hem toch hoofdzakelijk om de inzichten te doen. Er staan veel buitengewoon interessante en belangrijke dingen in. Ook passages die mij kippenvel bezorgden, bijvoorbeeld het gedeelte waar hij schrijft over zijn scheiding en het afscheid van zijn vrouw en kinderen. Neemt niet weg dat er ook geestige dingen in staan, die zogezegd de wijnkruik van de gulle lach weten te ontzegelen.

Het is een leerzaam boek waar veel dingen in staan die het overdenken zeer waard zijn. Het is geschreven door een ‘man van de praktijk’, die veel heeft meegemaakt en en met een tomeloze wilskracht van alles heeft aangepakt. En daarbij zeer veel verstand en kennis van antroposofie heeft. Kortom, een boek dat lezing en bestudering verdient en daarom van harte door mij wordt aanbevolen.

Hieronder nog een beknopte samenvatting van het boek door de schrijver zelf.

Ridzerd bood mij ruimte aan op zijn site om iets te schrijven over het hoe en waarom van het boekwerk. Het boek behandelt aan de hand van mijn eigen levensverhaal de ontwikkelingsweg die voert naar vrijheid. Ieder inzicht is direct verbonden met eigen ervaring, waar het zijn oorsprong vond. Het autobiografische verhaal is niet meer dan de drager van de inzichten, en heeft niet de bedoeling een op zichzelf staand fenomeen te zijn. Het gaat er steeds weer om, te laten zien dat wij allen een gelijksoortige weg bewandelen, die gaat vanuit het paradijselijke bestaan dwars door het licht en duister naar een hogere vorm van menselijk bewustzijn. 

Zoals de titel al aangeeft is het hoofdthema in het boek.. Broederschap. Dat broederschap in onze tijd is ondergesneeuwd en meer gezien wordt als iets uit een ver verleden hoeft geen betoog. Verder kleeft er ook een duister luchtje aan broederschap door de schandalen in en rond de katholieke kerk en kloosterordes. In vroegere tijden waren broederschappen veilige havens waar het gemeenschappelijk belang voorop stond. Waar de mensen verbonden waren door een gemeenschappelijk ideaal en zich nog verbonden voelden met een geestelijke wereld. In onze tijd van het verregaande individualisme staat veelal het eigenbelang  van het individu voorop, met de bekende rampzalige gevolgen voor mens, dier en milieu. Met de ondertitel…de weg van het IK…betoog ik dat een nieuwe broederschap alleen nog mogelijk is als individuen, die een bepaalde ontwikkelingsweg zijn gegaan, zich in vrijheid en met bewustzijn weer willen verbinden. Als de verwarring compleet is kan het nieuwe ontstaan, en daarom is de tijd aanstaande dat de nieuwe broederschap afdaalt uit de geest en zichtbaar wordt.

Een ander belangrijk thema in het boek is de droomwereld. Dromen als boodschappers en spiegels van de geestelijke wereld. Een beeldentaal die van wezensbelang is voor de verdergaande spirituele/menselijke ontwikkeling. Zonder dat contact zijn we afgesneden van onze oorsprong en onze boodschappers. Met het grote gevaar dat de mensheidsontwikkeling stagneert of zelfs stopt. Volwassenen maar erger nog de kinderen worden als het ware gevangenen van de materie.

Je ziet ze werkelijk verdwijnen in de virtuele wereld. Je hebt geen kind meer aan ze. Die schijnwereld nestelt zich dus voor hun beeldend vermogen, en dat zou ik rustig een misdaad kunnen noemen naar onze kinderen. Stel je voor dat je voor altijd afgescheiden wordt van je echte familie, van je zuiverste oorsprong. Met als vraag: wat voor krachten zijn hier aan het werk?

 Het is geen professioneel ondersteund werk, maar een spontaan geschreven boek uit pure eigen ervaring, met inzichten gedestilleerd uit die persoonlijke ervaring/beleving. Toch vindt het in deze vorm, uitgeprint of via mail voor e-Reader, op een bijzondere manier zijn weg. Het is de bedoeling dat het boekwerk na lezen doorgegeven wordt aan een andere potentiële  belangstellende. Dat het vrij blijft circuleren, en niet ergens gelezen of ongelezen blijft liggen. Een Estafette….het stokje overgeven. Ook wordt het op prijs gesteld om na het lezen commentaar toe te voegen, opdat het werkelijk door meerderen gedragen gaat worden.

Nadere info en of bestellen(gratis): janverduin@live.nl   0614946760 (ook WhatsApp)

 

Broederlijkheid: Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft

Antroposofie bloeit alleen op de bodem van de broederlijkheid, ze kan in het geheel niet anders volgroeien dan in de broederlijkheid, die voortkomt uit wat de individuele mens aan de anderen geeft, wat hij heeft en wat hij kan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 211 – Das Sonnenmysterium und das Mysterium von Tod und Auferstehung – Wenen 11 juni 1922 (bladzijde 211)