Waarom komt men zo veel ruzie, conflicten, haat tegen? (8 van 10)

Geen mening is zo fout dat bij echte redelijkheid uit haar zich niet de waarheid zou laten vinden. En wie een vreemde mening tegenkomt, die kan daarin zoeken wat deze van zijn eigen mening onderscheidt, maar ook wat daarin, hoe ver verwijderd misschien, met de zijne overeenkomt. Wie het eerste zoekt, zal tot innerlijke scheiding van mens tot mens bijdragen, wie echter het laatste nastreeft, die zal tot eensgezindheid bijdragen. Ware antroposofie zoekt zelfs in de ergste fouten het zeker aanwezige korreltje waarheid, zonder op de absolute juistheid van de eigen mening te blijven hameren. En zo wordt in het samengaan der meningen de waarheid in geleidelijke vooruitgang zeker aan het licht gebracht. Daaruit ontstaat de innerlijke broederlijkheid, een van dergelijke ideeën waarvan al het uiterlijke een spiegelbeeld moet zijn.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 179)

Eerder geplaatst op 5 oktober 2011

Tolerantie (2-slot)

Het is veel krachtiger om te kunnen luisteren, terwijl de ander spreekt, dan hem in de rede te vallen. Dat geeft een heel ander onderling begrip. U voelt dan alsof de ziel van de anderen u verwarmt, verlicht, als u haar met absolute tolerantie tegemoet treedt. Niet alleen de vrijheid van de persoon moeten we gunnen, maar volledige vrijheid, ja zelfs de vrijheid van de vreemde mening moeten we op waarde schatten. Dit is slechts een voorbeeld van de vele: Degene die de ander in de rede valt (Duits: ins Wort fällt), die doet vanuit een spirituele wereldbeschouwing bekeken iets wat lijkt op het aan de ander fysiek een schop geven. Brengt men het zover om te begrijpen dat het een veel sterkere beïnvloeding is om iemand in de rede te vallen dan hem een schop te geven, pas dan komt men ertoe de broederlijkheid tot in de ziel te begrijpen, dan wordt het een feit.

Bron: Rudolf Steiner – GA 54 –  Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 23 november 1905 (bladzijde 196-197)

Eerder geplaatst op 4 januari 2015 en 31 december 2012

Op aarde is meer of minder persoonlijk geluk mogelijk op kosten van anderen, in het devachan is dat uitgesloten

Er is voor de gestorvene met betrekking tot degenen die nog op aarde zijn geen bewusteloosheid: hij kan zijn handel en wandel (Duits: Tun) zelfs volgen. Aards-fysieke kleuren en vormen ziet de in het devachan zich bevindende natuurlijk niet, aangezien hij geen fysieke organen meer heeft in het devachan. Alles echter in de fysieke wereld heeft zijn geestelijk tegenbeeld in het geestgebied, en dat neemt de voorgegane overledene waar. Iedere handbeweging in de fysieke wereld, […], bewust of onbewust, iedere verandering aan de fysieke mensen heeft een geestelijk tegenbeeld, dat hij in het devachan waarnemen kan.

Het bestaan in het geestgebied is niet een soort van droom of slaap, maar het is zeer zeker een bewust leven. De mens ontvangt in het devachan de aanleg (Duits: Anlagen) en impulsen om met de geliefden in een nauw verband te blijven, om ze in een latere incarnatie weer op aarde te vinden. Dat is vaak de zin van de incarnatie op aarde om steeds intiemere banden aan te knopen. Het samenleven in het devachan is minstens even intiem als elk leven hier. Het meevoelen in het devachan is veel krachtiger, intiemer dan op de aarde; de smart beleeft u daar mee als uw eigen smart.

Op aarde is meer of minder persoonlijk geluk mogelijk op kosten van anderen, in het devachan is dat uitgesloten. Daar zou het ongeluk dat iemand een ander bereidt om zelf gelukkig te zijn, op hem terugstralen en men zou werkelijk niet ten koste van anderen gelukkig kunnen zijn. Dat is de vereffening die van het devachan uitgaat. De impuls om de broederlijkheid op de aarde te realiseren, brengt u van daaruit mee. Wat in het devachan een vanzelfsprekende wet is, dat moet op de aarde als een taak verwerkelijkt worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 –  Das Prinzip der spirituellen Ökonomie im Zusammenhang mit Wiederverkörperungsfragen – Boedapest, 7 juni 1909 (bladzijde 198-199)

Eerder geplaatst op 19 april 2015

Geen mens zal meer zijn geluk rustig kunnen genieten, als naast hem anderen ongelukkig zijn

De mensen kunnen zich tegen de gedachte verzetten, dat de engelen in hen toekomstidealen willen opwekken, maar toch is het zo. En hieraan ligt een heel bepaalde impuls ten grondslag, namelijk de impuls dat in de toekomst geen mens meer zijn geluk rustig zal kunnen genieten, als naast hem anderen ongelukkig zijn. Dit is een impuls van absolute broederlijkheid, absolute eenwording van het mensengeslacht; op de juiste wijze opgevatte broederlijkheid met betrekking tot de sociale omstandigheden in het fysieke leven.

Bron: Hoe werken de engelen in ons astrale lichaam? (bladzijde 6) – Vertaling Martien Ockeloen

Bron (Duits): Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Zürich, 9 oktober 1918 (bladzijde 145)

Eerder geplaatst op 31 augustus 2014

Antroposofie en socialisme (4 van 11) – Voor de eis van mensenliefde en broederlijkheid hebben wij geen spirituele inzichten nodig.

Zulke en soortgelijke redeneringen zal de antroposoof steeds weer moeten horen. En het is niet verwonderlijk dat hij een nutteloze dromer wordt genoemd door hen die geloven het goede te doen door vóór alles aan de materiële ontbering en materiële nood soelaas te bieden. – Armoede en ellende doden in de mensen ook elke spirituele impuls, zij stompen hem voor alle hogere aspiraties af. En spreekt men tot een noodlijdende mensenmenigte, dan spreekt men tot oren die niet in staat zijn de woorden te bevatten.

Veel sociaal voelende mensen van de tegenwoordige tijd zullen bovendien tegenwerpen: voor de eis van mensenliefde en broederlijkheid hebben wij geen spirituele wetenschap nodig. Deze eis brengen vele humanitaire organisaties in onze tijd toch ook naar voren en op uitgebreide wijze komt deze oproep ook van partijen die een verbetering van de sociale omstandigheden van de economisch en geestelijk onderdrukte volksklassen nastreven. Maar – zo wordt gezegd – de socialistische partijen staan op de bodem van het praktische leven, van de werkelijke belangen, waarvoor de massa begrip heeft; de antroposoof echter neemt genoegen met min of meer algemene redeneringen, met spreken en met benadrukken van dingen, die de onderdrukten totaal niet kunnen helpen. En radicale socialistische krantenschrijvers en oproerkraaiers staan snel klaar om te zeggen: dat antroposofische gepraat is alleen geschikt om verwarring te zaaien in de hoofden van hen die voor een echte verbetering van hun levensomstandigheden gewonnen zouden moeten worden.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 432 -433)

Eerder geplaatst op 15 oktober 2011