Zintuiglijke waarneming / Bovenzintuiglijke waarneming

Het bewust zijn van de wereld om ons heen hangt af van welke capaciteiten en organen we hebben om ze waar te nemen. Als we andere organen zouden hebben, dan zou de wereld voor ons totaal anders zijn. Als de mens bijvoorbeeld geen ogen zou hebben om het licht te zien, maar een orgaan waardoor hij bijvoorbeeld de elektriciteit zou kunnen waarnemen, dan zou hij deze ruimte niet als helder en licht waarnemen, maar hij zou in de draden die in de kamer zijn de elektriciteit zien stromen; dan zou hij het overal zien trillen, flitsen en stromen. Wat we onze wereld noemen, is dus afhankelijk van onze zintuigen. 

Evenzo is de astrale wereld niets anders dan een som van verschijnselen die de mens om hem heen ervaart wanneer hij gescheiden is van zijn fysieke lichaam en etherlichaam, en hij de krachten in hem kan gebruiken om waar te nemen van wat hij anders niet kan zien. Dat is ook het geval wanneer hij het fysieke lichaam en het etherische lichaam heeft afgelegd (bij de dood). De waarnemingsorganen voor de astrale wereld zijn de organen van het astrale lichaam, analoog aan de zintuigen voor het fysieke lichaam.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis / Theosophie und Rosenkreuzertum – Kassel, 19 juni 1907 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 25 september 2019  (9 reacties)

Onjuiste voorstelling

Het is een volkomen onjuiste voorstelling als men zich ten opzichte van de aardse lichamelijke ontwikkeling op ascetische wijze opstelt, als men het alleen maar als de vijand van de hogere mens beschouwt. Dat is het in waarheid niet, want het geeft iets aan de mens wat hij op geen andere manier zou kunnen verkrijgen. En de mens vergist zich zeer, die het leven in het lichaam veracht, die het lichaam als iets laags bekijkt, want het betekent juist een hoogst belangrijke en meest betekenisvolle zaak in het gehele mensenleven.

En de spirituele wetenschap kan zich allerminst aansluiten bij de soort mystiek of verkeerde richting van het christendom – niet de juiste, maar de verkeerde richting – die de aardse wereld veracht. De mens beleeft tussen de dood en een nieuwe geboorte de wereld vanuit een ander perspectief; hij beleeft het zo dat nu niet de wezens in hem werken zoals door het fysieke lichaam en etherlichaam, maar de scheppende wezens zelf (Duits:  in ihn herein wirken jetzt nicht die Geschöpfe wie durch den physischen Leib und Ätherleib, sondern die Schöpfer selbst). Daar beleeft hij het anders. Vandaar dat we tijdens onze aardse levensloop niet alleen de taak hebben het zintuiglijke, maar ook het bovenzintuiglijke te leren kennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 184 – Die Polarität von Dauer und Entwickelung im Menschenleben – Dornach, 8 september 1918 (bladzijde 64)

Eerder geplaatst op 27 april 2018  (1 reactie)

rudolfsteinerlecture2011_18-2013_08_19-08_19_05-utc

Steiner door David Newbatt

Onjuiste voorstelling

Het is een volkomen onjuiste voorstelling als men zich ten opzichte van de aardse lichamelijke ontwikkeling op ascetische wijze opstelt, als men het alleen maar als de vijand van de hogere mens beschouwt. Dat is het in waarheid niet, want het geeft iets aan de mens wat hij op geen andere manier zou kunnen verkrijgen. En de mens vergist zich zeer, die het leven in het lichaam veracht, die het lichaam als iets laags bekijkt, want het betekent juist een hoogst belangrijke en meest betekenisvolle zaak in het gehele mensenleven.

En de spirituele wetenschap kan zich allerminst aansluiten bij de soort mystiek of verkeerde richting van het christendom – niet de juiste, maar de verkeerde richting – die de aardse wereld veracht. De mens beleeft tussen de dood en een nieuwe geboorte de wereld vanuit een ander perspectief; hij beleeft het zo dat nu niet de wezens in hem werken zoals door het fysieke lichaam en etherlichaam, maar de scheppende wezens zelf (Duits:  in ihn herein wirken jetzt nicht die Geschöpfe wie durch den physischen Leib und Ätherleib, sondern die Schöpfer selbst). Daar beleeft hij het anders.Vandaar dat we tijdens onze aardse loopbaan niet alleen de taak hebben het zintuiglijke, maar ook het bovenzintuiglijke te leren kennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 184 – Die Polarität von Dauer und Entwickelung im Menschenleben – Dornach, 8 september 1918 (bladzijde 64)

Spirituele ervaringen zonder gezond verstand zijn eigenlijk waardeloos (3 – slot)

Op het moment dat onwaarachtigheid zich doet gelden, smelten de bovenzinnelijke ervaringen weg, dan komen de mensen niet tot een begrip van de bovenzinnelijke ervaringen. Dat willen de mensen altijd maar niet geloven. Het is echter toch zo. De eerste eis om überhaupt met de bovenzinnelijke wereld om te gaan, is dat men de pijnlijkste waarachtigheid met betrekking tot de zintuiglijke ervaringen aanwendt. Wie het met de zintuiglijke ervaringen niet zo nauwkeurig neemt, die kan nooit tot een juiste opvatting van de bovenzinnelijke wereld komen.

Men kan nog zo veel horen over de bovenzinnelijke wereld, het blijven lege woorden (Duits: leeres Wortgeschelle), als niet de pijnlijkste nauwgezetheid aanwezig is in het formuleren van wat hier in de fysieke wereld voorvalt. Wie echter de mensheid tegenwoordig beziet, hoe zij omgaat met de zintuiglijke waarheid, die zal natuurlijk tot een allertreurigst beeld komen.

Want eigenlijk gaat het er de meeste mensen vandaag de dag helemaal niet om, het een of ander wat ze beleefd hebben, zo te formuleren dat de formulering een weergave is van wat ze meegemaakt hebben, maar het gaat er voor de mensen om de dingen zo te formuleren als ze ze hebben willen, zoals het voor hun gemakkelijk is, en de mensen weten helemaal niet hoe de impulsen aanwezig zijn om in de ene of de andere richting af te dwalen van een getrouwe formulering van het fysieke ervaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 18 januari 1920 (bladzijde 92-93)

De bovenzinnelijke wereld is overal waar ook de zintuiglijke wereld is

De spirituele wereld – ik heb het hier ook al vaker uitgesproken – is niet ergens in een soort onwerkelijke droomwereld, zij is overal waar ook de zintuiglijke wereld is; zij doordringt, doortrekt deze; en overal waar zichtbare werkingen zijn, gaan zij uit van bovenzinnelijke, geestelijke werkingen. […] De ziel leeft in de bovennatuurlijke wereld voordat zij wordt geboren, of beter gezegd tot ontvangenis komt, zij leeft in de bovenzinnelijke wereld en in dit leven hangt zij met de bovenzinnelijke wereld samen. Deze ziel is aanwezig, niet tientallen jaren, maar eeuwen voordat zij door de conceptie het aardse bestaan binnentreedt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 –  Freiheit Unsterblichkeit Soziales Leben – Bazel 18 oktober 1917  (bladzijde 47)

Eerder geplaatst op 18 december 2011