Inspanning

Vandaag de dag zouden de mensen, die wellicht vanuit een of ander onbestemd instinct de drang hebben om iets te ervaren van de bovenzinnelijke wereld, het liever hebben dat men hen het vermogen om de bovenzinnelijke wereld waar te nemen kon bijbrengen door een mystieke handoplegging of iets dergelijks. Dat geloven immers heel wat mensen. Maar zo is het niet. Wat voor ons de spirituele wereld opent, is innerlijke inspanning van de ziel (Duits: seelische Arbeit).

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bern, 18 oktober 1917 (bladzijde 29)

Eerder geplaatst op 21 maart 2016

De doden zijn voortdurend aanwezig

Wij leven samen met de zogenaamde doden. De doden zijn voortdurend aanwezig. Ze zijn zich bewegend, werkend (Duits: sich verhaltend) in een bovenzinnelijke wereld. We zijn niet van hen gescheiden door onze realiteit, we zijn slechts van hen gescheiden door de staat van bewustzijn. We zijn niet anders van de doden gescheiden dan we in de slaap gescheiden zijn van de dingen om ons heen: We slapen in een kamer en we zien stoelen en misschien andere dingen niet, die in de kamer zijn, ondanks dat het aanwezig is.

We slapen in de zogenaamde waaktoestand met betrekking tot gevoel en willen midden onder de zogenaamde doden – we noemen het alleen niet zo -, net zoals we de fysieke voorwerpen, die om ons heen zijn, niet waarnemen als we slapen. We leven dus niet gescheiden van de wereld waarin de krachten van de doden werken; we zijn met de doden in een gemeenschappelijke wereld. Gescheiden van hen zijn we voor het gewone bewustzijn alleen door de bewustzijnstoestand.

Dit weten van het samenzijn met de doden zal een van de belangrijkste elementen zijn die de geesteswetenschap het algemene mensheidsbewustzijn, de algemene mensheidscultuur voor de toekomst moet inplanten. Want de mensen die geloven dat wat in de wereld gebeurt alleen gebeurt doordat de krachten werken die men in de zintuiglijke wereld waarneemt, kennen niets van de werkelijkheid; ze weten niet dat in het leven dat zich hier afspeelt, de krachten van de doden voortdurend inwerken, dat ze er voortdurend zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 5 februari 1918 (bladzijde 53)

Materialistische gedachten en gevoelens hebben een sluier geweven over de bovenzinnelijke wereld, die in feite heel dicht bij de mens staat

Men zou de huidige situatie van de mensen kunnen kenschetsen door te zeggen dat zijn ziel over het algemeen zeer nabij de geestelijke wereld is; maar de gedachten en vooral de gevoelens, die afkomstig zijn van de materialistische visie en materialistische gezindheid, hebben een sluier geweven over wat in feite tegenwoordig heel dicht bij de menselijke ziel staat. De samenhang van het fysieke bestaan op aarde – waarin de mens, ondanks vele lezingen, die een andere richting opgaan, met zijn gehele wezen staat -, de samenhang tussen dit materialistische aardebestaan en de geestelijke wereld kan door de mensen gevonden worden, als de mens probeert innerlijke, moedige (Duits: mutvolle) krachten te ontwikkelen, om niet alleen te begrijpen wat hij begrijpen kan door wat hij door zijn uiterlijke zintuigen waarneemt, maar ook te begrijpen wat onzichtbaar blijft, wat bovenzinnelijk blijft, waarmee men zich echter verenigen kan en het beleven kan, als men de innerlijke krachten van de ziel zo sterk aanwakkert, dat men merkt dat in deze innerlijke kracht van de ziel een bovenmenselijke geest meeleeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 13 februari 1917 (bladzijde 35-36)

Eerder geplaatst op 3 april 2016

Materialistische gedachten en gevoelens hebben een sluier geweven over de bovenzinnelijke wereld, die in feite heel dicht bij de mens staat

Men zou de huidige situatie van de mensen kunnen kenschetsen door te zeggen dat zijn ziel over het algemeen zeer nabij de geestelijke wereld is; maar de gedachten en vooral de gevoelens, die afkomstig zijn van de materialistische visie en materialistische gezindheid, hebben een sluier geweven over wat in feite tegenwoordig heel dicht bij de menselijke ziel staat. De samenhang van het fysieke bestaan op aarde – waarin de mens, ondanks vele voordrachten, die een andere richting opgaan, met zijn gehele wezen staat -, de samenhang tussen dit materialistische aardebestaan en de geestelijke wereld kan door de mensen gevonden worden, als de mens probeert innerlijke, manhaftige (Duits: mutvolle) krachten te ontwikkelen, om niet alleen te begrijpen wat hij begrijpen kan door wat hij door zijn uiterlijke zintuigen waarneemt, maar ook te begrijpen wat onzichtbaar blijft, wat bovenzinnelijk blijft, waarmee men zich echter verenigen kan en het beleven kan, als men de innerlijke krachten van de ziel zo sterk aanwakkert, dat men merkt dat in deze innerlijke kracht van de ziel een bovenmenselijke geest meeleeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 13 februari 1917 (bladzijde 35-36)

De mensen hebben tot op heden met een zekere onbekommerdheid om de bovenzinnelijke wereld geleefd

We hebben gebeurtenissen achter ons, catastrofale gebeurtenissen, waarvan de mensheid zich steeds meer en meer bewust geworden is, dat ze in deze intensiteit er niet eerder waren sinds men geschiedenis schrijft. Het afgelopen tijdperk was er een, waarin de mensen hier op aarde zich zo weinig mogelijk om de bovenzinnelijke wereld bekommerden. U moet, als u een dergelijke zaak serieus wilt nemen, alleen niet verwarren met wat men uiterlijke kerken- en lippendienst zou kunnen noemen, met een werkelijk georiënteerd zijn op de bovenzinnelijke wereld. Het is werkelijk niet bijzonder moeilijk in te zien, dat wat de mensen al sinds eeuwen voor een bepaalde religiositeit aanzien, meer een uiterlijke zaak is, dat het niet een werkelijk georiënteerd zijn op de bovenzinnelijke wereld is. De mensen hebben tot op heden met een zekere onbekommerdheid om de bovenzinnelijke wereld geleefd. En de ommekeer der tijden eist tegenwoordig van de mensheid een zich weer oriënteren op de spirituele werelden. De mensen moeten leren de blik weer op deze bovenzinnelijke werelden te richten, maar op een andere manier als men zich dat vandaag de dag vaak voorstelt. De mensen willen graag bij het gangbare, gemakzuchtige geloof blijven, dat niet veel innerlijke inspanning kost. Degenen die bij dit gemakkelijke geloof zijn gebleven, zijn de grootste vijanden van de ware huidige vooruitgang. De kerken die zich verzetten tegen de nieuwe wegen naar bovenzinnelijkheid, die zijn in waarheid de aanleiding dat steeds materialistischere en materialistischere impulsen in de mensheid komen. Het is vandaag de dag noodzakelijk om in zeer concrete wijze te leren zien in de bovenzinnelijke werelden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 190 – Vergangenheits- und Zukunftsimpulse im sozialen Geschehen – Dornach, 23 maart 1919 (bladzijde 47-48)

Eerder geplaatst op 4 januari 2014