De meest solide eerste trede van alle geesteswetenschappelijke scholing

Er kan echter niet genoeg de nadruk op worden gelegd dat het voor de beschouwer van bovenzinnelijke gebieden noodzakelijk is, voordat hij zelf als waarnemer de geestelijke werelden wil naderen, zich een beeld ervan te verschaffen door de genoemde logica, en evenzeer doordat hij inziet hoe de zintuiglijk-openbare wereld in alle opzichten begrijpelijk wordt wanneer hij ervan uitgaat dat de mededelingen van de occulte wetenschap juist zijn. Alle ervaring van de bovenzinnelijke wereld blijft nu eenmaal een onzeker – ja zelfs gevaarlijk – rondtasten wanneer de beschreven voorbereiding wordt veronachtzaamd. Daarom worden in dit boek ook eerst de bovenzinnelijke feiten van de ontwikkeling van de aarde behandeld voordat over de weg tot bovenzinnelijk inzicht zelf gesproken wordt. 

Ook moet worden bedacht dat iemand die zich door zuiver nadenken oriënteert in wat het bovenzinnelijk inzicht te zeggen heeft, volstrekt niet in dezelfde positie verkeert als iemand die naar een verhaal luistert over een fysiek gebeuren dat hij niet zelf kan waarnemen. Want het zuivere denken is zelf al een bovenzinnelijke activiteit. Het kan als zintuiglijk denken niet uit zichzelf tot bovenzinnelijke gebeurtenissen leiden. Wanneer we echter dit denken op de bovenzinnelijke, vanuit de bovenzinnelijke waarneming vertelde gebeurtenissen toepassen, dan groeit het op eigen kracht naar de bovenzinnelijke wereld toe. En het is zelfs een van de beste wegen om tot eigen waarneming op bovenzinnelijk gebied te komen, als we over de mededelingen van het bovenzinnelijk onderzoek nadenken en daardoor de hogere wereld in groeien. Op deze manier daar binnenkomen gaat namelijk met de grootste helderheid gepaard. Vandaar ook dat een bepaalde richting in het geesteswetenschappelijk onderzoek dit denken als de meest solide eerste trede van alle geesteswetenschappelijke scholing beschouwt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS (bladzijde 143-144)

Nederlandstalige bron: De wetenschap van de geheimen der ziel / De kosmische ontwikkeling en de mens (blz. 96-97)

Vertaald door Wijnand Mees

Rudolf Steiner / Werken en voordrachten

© 1998 Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

Tweede druk 2004 / Derde druk 2011 / Vierde druk 2019  

PS  Steiner zegt hier dat de zintuiglijk-openbare wereld in alle opzichten begrijpelijk wordt wanneer men ervan uitgaat dat de mededelingen van de occulte wetenschap juist zijn.

Ik zie wel in dat de mededelingen juist zijn, maar ik kan niet zeggen dat de wereld daardoor in alle opzichten begrijpelijk wordt. Als Iemand uit kan leggen wat er dan eigenlijk begrijpelijk wordt, dan graag. Zo veel mensen sterven onder de meest verschrikkelijke omstandigheden. Hongersnood, oorlogen, gaskamers, marteling, vreselijke ziekten enz. Dan kan men toch niet zeggen: Dat is hun karma. Ze hebben het zelf veroorzaakt. Dan beschuldigt men mensen die misschien wel totaal onschuldig zijn.

748x1200

Praktische werkelijkheid is de beste spirituele voorbereiding

Ik heb in mijn boek “Vom Menschenrätsel” erop gewezen dat men zeggen kan: Zoals de mens uit zijn slaap, waarin hij slechts een zeer dof bewustzijn heeft, ontwaakt tot het gewone waakbewustzijn, zo kan hij ontwaken uit dit gewone bewustzijn, waarin hij zich in het leven gewoonlijk bevindt, tot het geestelijk waarnemen. Het is een ontwaken in een bovenzinnelijke wereld, dat men zich verwerft door de geesteswetenschappelijke methode. Maar zoals het normale dagelijkse leven nooit gezond kan zijn, als men niet regelt dat de slaap gezond is, zo kan de entree in de geestelijke wereld niet gezond zijn, als men niet eerst een gezond, op de bodem van echte werkelijkheid en praktische levenswijsheid staand gewoon leven kan ontwikkelen; als men zich niet eerst discipline heeft geleerd, zodat men in het uiterlijke leven een mens is die tegen de werkelijkheid is opgewassen.

Het ontwaken tot spirituele waarneming kan alleen volgen vanuit een gezond leven overdag, zoals het ontwaken tot een gezond leven overdag alleen uit een gezonde, niet door ziekte gestoorde slaap kan voortkomen. Alles waardoor de mens zich op een of andere wijze van het leven en de werkelijkheid vervreemdt, alles wat de mensen zoeken vanuit dwaasheid, vanuit vooroordelen, in een valse ascese, in een verkeerde afkeer van het leven, in een mystieke schemering of ook wel mystieke duisternis, dat alles moet de geesteswetenschap uit haar activiteiten verbannen. Het op de juiste wijze midden in het leven staan, het oog in oog staan met de praktische werkelijkheid, dat is de beste voorbereiding om de geestelijke wereld in te gaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bazel, 19 oktober 1917 (bladzijde 78-79)

Eerder geplaatst op 16 januari 2014

Dat is wat velen zo onaangenaam is

Men kan het niet vaak genoeg benadrukken, dat men geen helderziende hoeft te zijn om geesteswetenschap te begrijpen.Vanzelfsprekend moet men ziener zijn om tot de resultaten te komen; maar als die er eenmaal zijn, hoeft men geen helderziende te zijn.

Dit begrijpen van de geesteswetenschap moet aan het eigenlijke waarnemen vooraf gaan. Ook hier is het zo dat men kan zeggen: het is de omgekeerde weg van wat de juiste, in de fysiek-zintuiglijke wereld de juiste is. In de fysiek-zintuiglijke wereld hebben we eerst de juiste waarnemingen, daarna gaan we tot het denkende beschouwen over; we vormen de wetenschappelijke oordelen achteraf. Bij het opstijgen in de geestelijke wereld is het omgekeerd. Daar moeten we eerst de begrippen en voorstellingen ontwikkelen, moeten ons inspannen om ons objectief in de geesteswetenschap in te leven; anders kunnen we nooit zeker zijn dat enigerlei waarneming in de geestelijke wereld door ons op de juiste wijze geïnterpreteerd wordt. Daar moet de wetenschap juist aan het waarnemen voorafgaan.

En dat is wat velen zo oneindig onaangenaam is: dat ze de geesteswetenschap studeren moeten. Dat zien velen als een onbegrijpelijk voorschrift. Want zij streven ernaar waarnemingen te hebben in de geestelijke wereld. Zeker, die kan men betrekkelijk gemakkelijk hebben; maar om ze juist te duiden, daartoe behoort dat men werkelijk objectief, onzelfzuchtig ingaat op de geesteswetenschap, zich ermee doordringt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 27 maart 1915 (bladzijde 161)

Seelische Arbeit

Vandaag de dag zouden de mensen, die wellicht vanuit een of ander onbestemd instinct de drang hebben om iets te ervaren van de bovenzinnelijke wereld, het liever hebben dat men hen het vermogen om de bovenzinnelijke wereld waar te nemen kon bijbrengen door een mystieke handoplegging of iets dergelijks. Dat geloven immers heel wat mensen. Maar zo is het niet. Wat voor ons de spirituele wereld opent, is innerlijke inspanning van de ziel (Duits: seelische Arbeit).

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bern, 18 oktober 1917 (bladzijde 29)

Eerder geplaatst op 11 december 2011

Geheugen/Bovenzinnelijke waarneming/Logica

Ons geheugen, onze herinnering is soms een beetje beter, soms een beetje slechter, maar we hebben een geheugen. We hebben belevenissen; we herinneren ons later deze belevenissen. Met wat we in de bovenzinnelijke werelden beleven, is het niet zo. Die kunnen we beleven in grootheid, in schoonheid, in betekenis – maar als we het beleefd hebben, is het voorbij. En het moet opnieuw ervaren worden, als het weer voor de ziel moet staan. Het prent zich niet op de gebruikelijke manier in het geheugen. Het prent zich alleen dan in het geheugen, als men eerst met alle moeite dat, wat men in het bovenzinnelijke waarneemt, in begrippen overbrengt, als men zijn verstand meestuurt in de bovenzinnelijke wereld. Dat is zeer moeilijk. Men moet daar namelijk net zo denken, zonder dat het lichaam bij dit denken helpt. Daarom moet men voordien zijn begrippen bestendigd hebben, moet voordien een ordelijke logicus zijn geworden, zodat men deze logica niet steeds vergeet, als men in de spirituele wereld waarneemt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 305 –Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst – Oxford, 20 augustus 1922 (bladzijde 84-85)

Eerder geplaatst op 21 februari 2014